Afdeling 3.
Raadgeving, aanmaning en vaststelling


Onderafdeling 1.
Raadgeving en aanmaning


Art. 11.3.1.

Als bevoegde personen vaststellen dat een inbreuk onroerend erfgoed of een misdrijf onroerend erfgoed dreigt op te treden, kunnen zij alle raadgevingen geven die zij nuttig achten om dat te voorkomen.

Onder bevoegde personen, vermeld in het eerste lid, worden begrepen, de personen bedoeld in onderafdeling 2 en 3, en de personeelsleden van het departement en de agentschappen die behoren tot het beleidsdomein Omgeving, die worden aangewezen door de Vlaamse Regering.


Art. 11.3.2.

Als de in artikel 11.3.1 bedoelde bevoegde personen bij de uitoefening van hun respectieve opdrachten een inbreuk onroerend erfgoed of een misdrijf onroerend erfgoed vaststellen, kunnen zij de vermoedelijke overtreder en eventuele andere betrokkenen aanmanen om de nodige maatregelen te nemen om de inbreuk of het misdrijf te beŽindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of een herhaling ervan te voorkomen.

De aanmaning wordt altijd bevestigd in een geschrift, aan alle betrokkenen betekend per beveiligde zending.

Als de adressant van de aanmaning, desgevallend na rappel, nalaat om de gevraagde maatregelen te nemen binnen het daartoe bepaalde tijdsbestek, geldt een aangifteplicht van het misdrijf of de inbreuk bij de inspecteur Onroerend Erfgoed.

De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen ter uitvoering van deze onderafdeling.


Onderafdeling 2.
Vaststelling van misdrijven onroerend erfgoed


Art. 11.3.3.

Onverminderd de bevoegdheden van de agenten en de officieren van gerechtelijke politie zijn de inspecteur Onroerend Erfgoed en de andere door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren van het Vlaamse Gewest, bevoegd om de misdrijven omschreven in dit hoofdstuk op te sporen en vast te stellen door een proces-verbaal. Hetzelfde geldt voor de personeelsleden van de gemeenten of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, daartoe aangesteld door het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden. De processen-verbaal waarin de misdrijven omschreven in dit hoofdstuk worden vastgesteld, gelden tot bewijs van het tegendeel.

De agenten, officieren van de gerechtelijke politie en ambtenaren, vermeld in het eerste lid, hebben toegang tot de beschermde goederen, erfgoedlandschappen en archeologische sites en tot onroerende goederen waar zich archeologische artefacten kunnen bevinden, om alle nodige opsporingen en vaststellingen te verrichten.

Als die verrichtingen de kenmerken van een huiszoeking dragen, mogen ze alleen worden uitgevoerd op voorwaarde dat de politierechter daartoe een machtiging heeft verstrekt.

Om misdrijven omschreven in dit hoofdstuk op te sporen en vast te stellen in een proces-verbaal, krijgen de inspecteurs Onroerend Erfgoed de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings.

Een afschrift van het proces-verbaal wordt altijd gericht aan de vermoedelijke overtreders, de inspecteur Onroerend Erfgoed, het agentschap en de gemeente op wiens grondgebied deze handelingen werden uitgevoerd of waar dit gebruik plaatsvond.


Onderafdeling 3.
Vaststelling van inbreuken onroerend erfgoed


Art. 11.3.4.

De in artikel 11.3.3 genoemde verbalisanten kunnen, bij de vaststelling van een inbreuk onroerend erfgoed zonder samenloop met een misdrijf onroerend erfgoed, een verslag van vaststelling opstellen, dat zij onmiddellijk bezorgen aan de inspecteur Onroerend Erfgoed. Artikel 11.3.3, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Een afschrift van het verslag van vaststelling wordt altijd gericht aan de vermoedelijke overtreders, de inspecteur Onroerend Erfgoed, het agentschap en de gemeente op wiens grondgebied deze handelingen werden uitgevoerd of waar dit gebruik plaatsvond.

Wordt in samenhang met de inbreuk onroerend erfgoed tegelijkertijd een misdrijf onroerend erfgoed vastgesteld, dan wordt de vaststelling van de inbreuk onroerend erfgoed opgenomen in het proces-verbaal, bedoeld in artikel 11.3.3.