Art. 11.3.2.

Als de in artikel 11.3.1 bedoelde bevoegde personen bij de uitoefening van hun respectieve opdrachten een inbreuk onroerend erfgoed of een misdrijf onroerend erfgoed vaststellen, kunnen zij de vermoedelijke overtreder en eventuele andere betrokkenen aanmanen om de nodige maatregelen te nemen om de inbreuk of het misdrijf te beŽindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of een herhaling ervan te voorkomen.

De aanmaning wordt altijd bevestigd in een geschrift, aan alle betrokkenen betekend per beveiligde zending.

Als de adressant van de aanmaning, desgevallend na rappel, nalaat om de gevraagde maatregelen te nemen binnen het daartoe bepaalde tijdsbestek, geldt een aangifteplicht van het misdrijf of de inbreuk bij de inspecteur Onroerend Erfgoed.

De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen ter uitvoering van deze onderafdeling.