Afdeling 4.
Rechterlijke herstelmaatregel


Art. 11.4.1.

1. Naast de straf beveelt de rechtbank op vordering van de inspecteur Onroerend Erfgoed het integrale herstel van de door het misdrijf veroorzaakte schade.

2. Het integrale herstel strekt primair tot het feitelijke herstel in een originele, goede staat. Als het beschermde goed, het erfgoedlandschap, de archeologische site, het archeologisch ensemble, het archeologisch artefact of het in een vastgestelde inventaris opgenomen onroerend goed ingevolge het misdrijf geheel of gedeeltelijk vernietigd is, wordt de gehele of gedeeltelijke reconstructie bevolen, zo nodig op een andere locatie, gebruikmakend van historisch verantwoorde technieken, materialen en beplantingen.

In geval van gehele of gedeeltelijke reconstructie beveelt de rechtbank op vordering van de inspecteur Onroerend Erfgoed de betaling van een aanvullende vergoeding voor de schade die niettegenstaande de gehele of gedeeltelijke reconstructie blijvend is opgelopen door het algemeen belang ingevolge de vernietiging van erfgoedwaarden. De vordering van de inspecteur Onroerend Erfgoed bevat een met redenen omklede begroting van de schade.

De gehele of gedeeltelijke reconstructie, bedoeld in deze paragraaf, kan worden aangevuld met of zelfs vervangen worden door complementaire maatregelen, in de mate waarin deze dienstig zijn om het niveau van erfgoedwaarden, bestaande voor het plegen van het misdrijf, opnieuw te benaderen door de opwaardering van de resterende erfgoedwaarden.

3. Als geen feitelijk herstel in een originele, goede staat mogelijk is en een gehele of gedeeltelijke reconstructie, al dan niet aangevuld met of vervangen door complementaire maatregelen, volgens het met redenen omklede oordeel van de inspecteur Onroerend Erfgoed evenmin mogelijk is of minstens niet opportuun is, beveelt de rechter een integraal herstel door de vergoeding van de schade die het algemeen belang heeft opgelopen door de vernietiging van erfgoedwaarden, zo nodig aangevuld met maatregelen die verdere schade moeten voorkomen, zoals de vrijwaring van een verstoorde archeologische zone door een archeologische opgraving of de staking van een schadeverwekkende activiteit.

De vordering van de inspecteur Onroerend Erfgoed bevat een met redenen omklede begroting van de schade. De Vlaamse Regering kan de nadere regels daarvoor bepalen.

4. Als de herstelvordering strekt tot het feitelijke herstel in een originele, goede staat of een gehele of gedeeltelijke reconstructie, heeft de herstelvordering van de inspecteur Onroerend Erfgoed altijd voorrang op de herstelvordering van de stedenbouwkundige inspecteur of het college van burgemeester en schepenen op grond van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.


Art. 11.4.2.

De rechtbank kan een termijn bepalen van maximaal drie jaar voor de vrijwillige uitvoering van de opgelegde herstelmaatregel, en kan op vordering van de inspecteur Onroerend Erfgoed ook een dwangsom bepalen per dag vertraging of per vastgestelde inbreuk.

De opgelegde schadevergoeding is onmiddellijk betaalbaar.


Art. 11.4.3.

1. De inspecteur Onroerend Erfgoed kan ook voor de burgerlijke rechtbank het integrale herstel vorderen, vermeld in artikel 11.4.1, en dit ongeacht of de te herstellen schade veroorzaakt is door misdrijven onroerend erfgoed dan wel inbreuken onroerend erfgoed.

2. Met behoud van de toepassing van afdeling 5 kan de inspecteur Onroerend Erfgoed, met het oog op de vrijwaring van met ernstige en imminente vernieling, beschadiging of ontsiering bedreigd onroerend erfgoed, de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg verzoeken om voorlopige instandhoudingsmaatregelen te bevelen, in voorkomend geval op straffe van een dwangsom per dag vertraging of per vastgestelde inbreuk.

Voor maatregelen, vermeld in het eerste lid, hoeft geen termijn voor vrijwillige uitvoering te worden verleend als de vereiste spoed zich daartegen verzet.

3. De dagvaarding of het exploot tot inleiding van het geding is maar ontvankelijk na de overschrijving in het hypotheekkantoor van het gebied waar de goederen liggen. Elke eindbeslissing die in de zaak gewezen is, wordt op de kant van de overgeschreven dagvaarding of van het overgeschreven exploot ingeschreven op de wijze, vermeld in artikel 84 van de Hypotheekwet.

Een afschrift van de dagvaarding, het exploot tot inleiding van het geding of de eindbeslissing wordt per beveiligde zending aan de gemeente betekend.


Art. 11.4.4.

1. Als de opgelegde herstel- of instandhoudingsmaatregelen niet binnen de door de rechter bepaalde uitvoeringstermijn worden uitgevoerd, beveelt het vonnis of arrest altijd dat de inspecteur Onroerend Erfgoed ambtshalve in de uitvoering ervan kan voorzien in de plaats en op kosten van de veroordeelde.

2. De kosten die verbonden zijn aan de ambtshalve uitvoering, vermeld in paragraaf 1, kunnen ook worden verhaald op de houder van een zakelijk recht op het goed dat het voorwerp uitmaakte van het vonnis of arrest.

Op voorwaarde dat de titel van de houder van het zakelijk recht al was overgeschreven vr de overschrijving van de dagvaarding of het gedinginleidend exploot, vermeld in artikel 11.2.3 en 11.4.3, 3, en de houder van het zakelijk recht met betrekking tot het goed dat het voorwerp heeft uitgemaakt van de ambtshalve uitvoering, vreemd is aan de noodzaak tot herstel, blijft het verhaal evenwel beperkt tot de verrijking die de houder van het zakelijk recht ingevolge de uitvoering van de opgelegde herstelmaatregel heeft verkregen.

3. De kosten die verbonden zijn aan de ambtshalve uitvoering, vermeld in paragraaf 1, worden gewaarborgd door een wettelijke hypotheek, die zich uitstrekt tot alle zakelijke rechten die toebehoren aan de veroordeelde, vermeld in paragraaf 1, en die ingeschreven, vernieuwd, verminderd of geheel of gedeeltelijk wordt doorgehaald overeenkomstig hoofdstuk IV en V van de Hypotheekwet van 16 december 1851. De hypotheek wordt ingeschreven op voorlegging van een afschrift van de rechterlijke beslissing waarin de herstel- of instandhoudingsmaatregelen worden opgelegd, niettegenstaande beroep of verzet.

In geval van een verhaal als vermeld in paragraaf 2 kan naast de wettelijke hypotheek, vermeld in het eerste lid, een wettelijke hypotheek ingeschreven worden op alle zakelijke rechten van de houder van een zakelijk recht op het goed dat het voorwerp uitmaakt van de opgelegde maatregel, vermeld in artikel 11.4.1, 2, eerste lid, of 11.4.3, 2, tenzij zijn titel al was overgeschreven vr de overschrijving van de dagvaarding of het gedinginleidend exploot, vermeld in artikel 11.2.3 en 11.4.3, 3, en hij met betrekking tot het goed dat het voorwerp heeft uitgemaakt van de ambtshalve uitvoering, vreemd is aan de noodzaak tot herstel. In dit laatste geval strekt de wettelijke hypotheek zich alleen uit tot het onroerend goed dat het voorwerp uitmaakt van de opgelegde maatregel, voor een bedrag dat de verrijking die de houder van het zakelijk recht ingevolge de uitvoering van de opgelegde herstelmaatregel heeft verkregen, niet mag overstijgen.


Art. 11.4.5.

1. De veroordeelde brengt de inspecteur Onroerend Erfgoed onmiddellijk per beveiligde zending op de hoogte van de vrijwillige uitvoering van de herstelmaatregel. Daarop maakt de inspecteur Onroerend Erfgoed onmiddellijk en na controle ter plaatse een proces-verbaal van vaststelling op.

De inspecteur Onroerend Erfgoed bezorgt per beveiligde zending een afschrift van het proces-verbaal van vaststelling aan de gemeente, de veroordeelde en de houders van zakelijke rechten op het onroerend goed dat het voorwerp uitmaakte van de herstelmaatregel.

Behoudens bewijs van het tegendeel geldt alleen het proces-verbaal van vaststelling als bewijs van het herstel en van de datum van het herstel.

2. Het proces-verbaal van vaststelling, vermeld in paragraaf 1, wordt overeenkomstig artikel 84 van de Hypotheekwet van 16 december 1851 ingeschreven op de kant van de inschrijving van de dagvaarding of het exploot tot inleiding van het geding, vermeld in artikel 11.2.3 en artikel 11.4.3, 3.

Zolang de inschrijving, vermeld in het eerste lid, niet is gebeurd, moet de instrumenterend ambtenaar naar aanleiding van een akte, strekkende tot de overdracht van een zakelijk recht, in een afzonderlijke akte er melding van maken dat voor het onroerend goed bij uitvoerbaar rechterlijk bevel, een verplichting werd uitgesproken om een herstelmaatregel uit te voeren. In die akte wordt ook vermeld dat de nieuwe zakelijkrechthouder de verbintenis aangaat om de opgelegde herstelmaatregel uit te voeren, onverminderd de verplichting van de veroordeelde, en dat de inspecteur Onroerend Erfgoed gemachtigd wordt om, bij verzuim van de nieuwe zakelijkrechthouder om zich van die plicht te kwijten, ook op zijn kosten tot uitvoering van de opgelegde maatregel over te gaan.

De instrumenterend ambtenaar stuurt een afschrift van die akte naar de inspecteur Onroerend Erfgoed, en is ertoe gehouden de grosse af te leveren op zijn verzoek.