Art. 11.4.3.

1. De inspecteur Onroerend Erfgoed kan ook voor de burgerlijke rechtbank het integrale herstel vorderen, vermeld in artikel 11.4.1, en dit ongeacht of de te herstellen schade veroorzaakt is door misdrijven onroerend erfgoed dan wel inbreuken onroerend erfgoed.

2. Met behoud van de toepassing van afdeling 5 kan de inspecteur Onroerend Erfgoed, met het oog op de vrijwaring van met ernstige en imminente vernieling, beschadiging of ontsiering bedreigd onroerend erfgoed, de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg verzoeken om voorlopige instandhoudingsmaatregelen te bevelen, in voorkomend geval op straffe van een dwangsom per dag vertraging of per vastgestelde inbreuk.

Voor maatregelen, vermeld in het eerste lid, hoeft geen termijn voor vrijwillige uitvoering te worden verleend als de vereiste spoed zich daartegen verzet.

3. De dagvaarding of het exploot tot inleiding van het geding is maar ontvankelijk na de overschrijving in het hypotheekkantoor van het gebied waar de goederen liggen. Elke eindbeslissing die in de zaak gewezen is, wordt op de kant van de overgeschreven dagvaarding of van het overgeschreven exploot ingeschreven op de wijze, vermeld in artikel 84 van de Hypotheekwet.

Een afschrift van de dagvaarding, het exploot tot inleiding van het geding of de eindbeslissing wordt per beveiligde zending aan de gemeente betekend.