Art. 11.4.4.

1. Als de opgelegde herstel- of instandhoudingsmaatregelen niet binnen de door de rechter bepaalde uitvoeringstermijn worden uitgevoerd, beveelt het vonnis of arrest altijd dat de inspecteur Onroerend Erfgoed ambtshalve in de uitvoering ervan kan voorzien in de plaats en op kosten van de veroordeelde.

2. De kosten die verbonden zijn aan de ambtshalve uitvoering, vermeld in paragraaf 1, kunnen ook worden verhaald op de houder van een zakelijk recht op het goed dat het voorwerp uitmaakte van het vonnis of arrest.

Op voorwaarde dat de titel van de houder van het zakelijk recht al was overgeschreven vr de overschrijving van de dagvaarding of het gedinginleidend exploot, vermeld in artikel 11.2.3 en 11.4.3, 3, en de houder van het zakelijk recht met betrekking tot het goed dat het voorwerp heeft uitgemaakt van de ambtshalve uitvoering, vreemd is aan de noodzaak tot herstel, blijft het verhaal evenwel beperkt tot de verrijking die de houder van het zakelijk recht ingevolge de uitvoering van de opgelegde herstelmaatregel heeft verkregen.

3. De kosten die verbonden zijn aan de ambtshalve uitvoering, vermeld in paragraaf 1, worden gewaarborgd door een wettelijke hypotheek, die zich uitstrekt tot alle zakelijke rechten die toebehoren aan de veroordeelde, vermeld in paragraaf 1, en die ingeschreven, vernieuwd, verminderd of geheel of gedeeltelijk wordt doorgehaald overeenkomstig hoofdstuk IV en V van de Hypotheekwet van 16 december 1851. De hypotheek wordt ingeschreven op voorlegging van een afschrift van de rechterlijke beslissing waarin de herstel- of instandhoudingsmaatregelen worden opgelegd, niettegenstaande beroep of verzet.

In geval van een verhaal als vermeld in paragraaf 2 kan naast de wettelijke hypotheek, vermeld in het eerste lid, een wettelijke hypotheek ingeschreven worden op alle zakelijke rechten van de houder van een zakelijk recht op het goed dat het voorwerp uitmaakt van de opgelegde maatregel, vermeld in artikel 11.4.1, 2, eerste lid, of 11.4.3, 2, tenzij zijn titel al was overgeschreven vr de overschrijving van de dagvaarding of het gedinginleidend exploot, vermeld in artikel 11.2.3 en 11.4.3, 3, en hij met betrekking tot het goed dat het voorwerp heeft uitgemaakt van de ambtshalve uitvoering, vreemd is aan de noodzaak tot herstel. In dit laatste geval strekt de wettelijke hypotheek zich alleen uit tot het onroerend goed dat het voorwerp uitmaakt van de opgelegde maatregel, voor een bedrag dat de verrijking die de houder van het zakelijk recht ingevolge de uitvoering van de opgelegde herstelmaatregel heeft verkregen, niet mag overstijgen.