Onderafdeling 2.
Stakingsbevel


Art. 11.5.5.

§ 1. De ambtenaren, agenten of officieren van gerechtelijke politie, vermeld in artikel 11.3.3, kunnen mondeling ter plaatse de onmiddellijke staking van de handelingen bevelen als ze vaststellen dat die handeling voldoet aan de materiėle omschrijving van een misdrijf of inbreuk als vermeld in artikel 11.2.1 of daarvan het gevolg is. Een dergelijk stakingsbevel is een preventieve maatregel, gericht op het voorkomen van misdrijven, inbreuken of schade aan erfgoedwaarden.

Als de ambtenaren, agenten of officieren van gerechtelijke politie, vermeld in het eerste lid, ter plaatse niemand aantreffen, wordt ter plaatse een schriftelijk bevel tot onmiddellijke staking op een zichtbare plaats aangebracht, of wordt het stakingsbevel alsnog mondeling gegeven tijdens een verhoor van de overtreder.

§ 2. Het proces-verbaal van de vaststelling wordt binnen acht dagen per beveiligde zending betekend aan de initiatiefnemer, de architect en de persoon of aannemer die de handelingen uitvoert. Als het bevel de staking van het gebruik van een goed betreft, wordt het proces-verbaal op dezelfde manier ter kennis gebracht van de persoon die het goed gebruikt.

Tegelijkertijd wordt per beveiligde zending een afschrift van het proces-verbaal verzonden naar de gemeente op het grondgebied waarvan de handelingen zijn uitgevoerd of waar het gebruik plaatsvond en naar de inspecteur Onroerend Erfgoed.

§ 3. Tenzij het stakingsbevel werd gegeven door een bevoegde ambtenaar van het agentschap, belast met de handhaving van dit decreet, moet het stakingsbevel op straffe van verval binnen acht dagen na de betekening van het proces-verbaal door de inspecteur Onroerend Erfgoed worden bekrachtigd. Die bekrachtiging wordt binnen twee werkdagen per beveiligde zending verzonden naar de personen, vermeld in paragraaf 2.

§ 4. Elke belanghebbende kan in kort geding de opheffing van de maatregel vorderen tegen de inspecteur Onroerend Erfgoed, die optreedt namens het Vlaamse Gewest. De vordering wordt gebracht voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in het ambtsgebied waarin de handelingen zijn uitgevoerd of het gebruik plaatsvond. Deel IV, boek II, titel VI, van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op de inleiding en de behandeling van de vordering.


Art. 11.5.6. De ambtenaren, agenten of officieren van gerechtelijke politie, vermeld in artikel 11.3.3, zijn gerechtigd tot het nemen van alle maatregelen, met inbegrip van verzegeling, inbeslagname van materiaal en materieel, om het bevel tot staking, de bekrachtigingsbeslissing of, in voorkomend geval, de beschikking in kort geding onmiddellijk te kunnen toepassen.