Art. 11.5.7.

1. De inspecteur Onroerend Erfgoed kan beslissen om bestuursdwang toe te passen. Deze beslissing wordt op schrift gesteld. De schriftelijke beslissing wordt een besluit genoemd.

2. De bestuurlijke maatregelen, genomen in het kader van bestuursdwang, kunnen strekken tot :
1 de voorlopige instandhoudingsmaatregelen, vermeld in artikel 11.4.3, 2;
2 het feitelijke herstel in een originele goede staat of de gehele of gedeeltelijke reconstructie, vermeld in artikel 11.4.1, 2, eerste lid.

3. Het besluit bevat minstens :
1 de kadastrale omschrijving van het onroerend goed dat het voorwerp is van de inbreuk en de identificatie van de houders van zakelijke rechten op het goed;
2 een vermelding van de voorschriften die worden of werden geschonden;
3 een overzicht van de vaststellingen inzake de inbreuk of het misdrijf;
4 een omschrijving van de opgelegde bestuurlijke maatregelen;
5 de vermelding dat tegen het besluit houdende de bestuurlijke maatregelen in beroep kan worden gegaan, alsook een omschrijving van de procedure om in beroep te gaan.

Het besluit wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot of per beveiligde zending aan de overtreder en aan de rechthebbenden op de zaak ten aanzien waarvan bestuursdwang zal worden toegepast.

Een afschrift van het besluit wordt aan de gemeente gezonden.

4. In het besluit wordt een termijn bepaald waarbinnen de overtreder en belanghebbenden de tenuitvoerlegging kunnen voorkomen door zelf de bevolen maatregelen uit te voeren. De uitvoeringstermijn kan zo nodig worden gefaseerd per maatregel.

De dag na de betekening neemt de termijn een aanvang.

Als de vereiste spoed zich daartegen verzet, hoeft geen termijn te worden verleend.

5. De inspecteur Onroerend Erfgoed kan het besluit uitvoerbaar verklaren niettegenstaande het beroep, vermeld in artikel 11.5.8. Hij vermeldt in de beslissing de redenen van hoogdringendheid die daartoe noodzaken.

6. Als de situatie dermate spoedeisend is dat de inspecteur Onroerend Erfgoed de beslissing tot toepassing van bestuursdwang niet tevoren op schrift kan stellen, zorgt hij alsnog zo spoedig mogelijk en op straffe van verval uiterlijk binnen vijf werkdagen na het nemen van de beslissing voor de opschriftstelling en de betekening van de beslissing tot toepassing van bestuursdwang, met opgave van de redenen van hoogdringendheid die een voorafgaande betekening onmogelijk maakten. De beslissing tot toepassing van bestuursdwang is in dat geval altijd uitvoerbaar niettegenstaande het beroep, vermeld in artikel 11.5.8.

7. Als hij een beroep bedoeld in artikel 11.5.8 kennelijk gegrond acht en dit niet zal leiden tot belangrijke schade aan erfgoedwaarden, kan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het ambtsgebied waarin de bestuurlijke maatregelen moeten worden uitgevoerd, op verzoek van de belanghebbende het uitvoerbaar karakter van het besluit van de inspecteur Onroerend Erfgoed opschorten.

8. Het besluit wordt binnen een termijn van zestig dagen overgeschreven in het hypotheekkantoor van het gebied waar het onroerend goed ligt. De beslissing, vermeld in artikel 11.5.8, 1, en de rechterlijke eindbeslissing, vermeld in artikel 11.5.8, 4, worden binnen een termijn van zesig dagen nadat ze zijn gewezen, ingeschreven op de kant van deze overschrijving op de wijze, vermeld in artikel 84 van de Hypotheekwet van 16 december 1851.

9. De beslissing tot toepassing van bestuursdwang en elke andere beslissing die in de zaak gewezen is, zijn tegenwerpelijk voor alle belanghebbenden, die de gevolgen ervan moeten dragen.