Onderafdeling 4.
Last onder dwangsom


Art. 11.5.14.

De inspecteur Onroerend Erfgoed is bevoegd om aan de overtreder een last onder dwangsom op te leggen. De beslissing tot het opleggen van een last onder dwangsom wordt een besluit genoemd.

Artikel 11.5.7, 2 tot en met 5, en 7 tot en met 9, zijn ook van toepassing op het besluit, vermeld in het eerste lid.

De inspecteur Onroerend Erfgoed stelt de dwangsom in het besluit vast op een bedrag ineens, op een bedrag per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd of per overtreding van de last. De inspecteur Onroerend Erfgoed kan een bedrag vaststellen waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd.

Een dwangsom wordt pas verbeurd na de betekening van het uitvoerbare besluit, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval samen met de beslissing over het beroep.


Art. 11.5.15.

1. Tegen de beslissing tot het opleggen van een last onder dwangsom kan beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering of de door haar aangewezen ambtenaar. Dat beroep kan strekken tot het ongedaan maken van de last onder dwangsom, tot de matiging of modulering van de ingevolge de last onder dwangsom door de overtreder uit te voeren maatregelen, of tot de aanpassing van de voorwaarden van de dwangsom.

Het beroep is alleen ontvankelijk als het wordt ingesteld bij een met redenen omklede brief binnen een termijn van dertig dagen, die de dag na de betekening van het besluit aanvangt. Als de verzoeker gehoord wil worden, maakt hij daarvan melding in zijn beroepschrift.

2. Artikel 11.5.8, 2 en 3, en artikel 11.5.9 zijn van toepassing op deze onderafdeling.


Art. 11.5.16. De inspecteur Onroerend Erfgoed kan het verschuldigde bedrag, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, invorderen op grond van de uitvoerbare dwangsomtitel.

Art. 11.5.17. De rechtbank van eerste aanleg of, als dat een andere rechtbank is, de rechtbank die de last onder dwangsom heeft gemoduleerd, kan op verzoek van de overtreder de last opheffen, de looptijd ervan opschorten voor een bepaalde termijn of de dwangsom verminderen in geval van blijvende of tijdelijke gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de overtreder om aan zijn verplichtingen te voldoen. De overtreder dagvaardt daartoe de inspecteur Onroerend Erfgoed, die optreedt namens het Vlaamse Gewest.

Art. 11.5.18.

De vordering tot betaling van verbeurde bedragen verjaart na verloop van 180 dagen na de dag waarop de bedragen zijn verbeurd.

De verjaring wordt geschorst door faillissement en ieder ander wettelijk beletsel voor invordering van de dwangsom.