Art. 11.6.1. De inspecteur Onroerend Erfgoed kan met de overtreder, overtreders of andere belanghebbenden een minnelijke schikking aangaan onder de volgende voorwaarden :
1 de misdrijven of inbreuken, gepleegd op het onroerend goed waarop de minnelijke schikking betrekking heeft, hebben geen blijvende vernietiging van erfgoedwaarden veroorzaakt die een begroot bedrag van 50.000 euro overstijgt;
2 het voorwerp van de minnelijke schikking is in overeenstemming met artikel 11.4.1;
3 de minnelijke schikking doet geen afbreuk aan het gezag van gewijsde van een overeenkomstig dit hoofdstuk tussengekomen rechterlijke beslissing;
4 de minnelijke schikking omvat een dwangsom bij niet-tijdige uitvoering van de schikking. Artikel 11.5.16 tot en met 11.5.18 zijn van overeenkomstige toepassing. De akte, vermeld in artikel 11.6.2, wordt daarbij beschouwd als dwangsomtitel;
5 de termijn voor uitvoering van het feitelijke herstel, gefaseerd waar nodig, bedraagt maximaal acht jaar. De termijn voor de betaling van de schadevergoeding voor vernietiging van erfgoedwaarden bedraagt maximaal twee jaar;
6 de zakelijke rechten op het onroerend goed waarop de minnelijke schikking betrekking heeft, behoren toe aan een of meer personen, die zich door de minnelijke schikking verbinden.