Afdeling VIbis.
Bodemverontreiniging door gasolietanks, aangemeld bij het Fonds


Onderafdeling I.
Definities en toepassingsgebied


Art. 82bis.

Art. 82bis. In deze afdeling wordt verstaan onder:

aanvrager: de huidige of vroegere eigenaar, gebruiker, exploitant of zijn gemandateerde die zich aanmeldt bij het Fonds;
Fonds: de rechtspersoon die erkend is conform artikel 14 van het samenwerkingsakkoord van 25 juli 2018;
gasolietank: elke tank die bij de eindgebruiker ligt voor opslag van gasolie voor verwarming, ongeacht het inhoudsvermogen, die gebruikt wordt of werd voor de verwarming van gebouwen, met inbegrip van alle leidingen van en naar de tank en de aansluitingen op de verwarmingsinstallatie;
samenwerkingsakkoord van 25 juli 2018: het samenwerkingsakkoord van 25 juli 2018 tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering en financiering van de bodemsanering van tankstations en gasolietanks voor verwarmingsdoeleinden.

 


Art. 82ter.

De bepalingen van deze afdeling zijn alleen van toepassing op de bodemverontreiniging waarvoor het Fonds een aanvraag tot tussenkomst in het kader van titel III van het samenwerkingsakkoord van 25 juli 2018 ontvankelijk en volledig heeft verklaard.


Onderafdeling II.
Procedure


A.
Algemeen

Art. 82quater.

De bodemverontreiniging, vermeld in artikel 82ter, wordt behandeld conform de procedure, vermeld in artikel 82quinquies tot en met 82decies. Als die procedure wordt gevolgd, zijn artikel 9, § 2 tot en met § 4, en artikel 19 niet van toepassing.


B.
Gasolietankgerelateerd bodemonderzoek

Art. 82quinquies.

§ 1.

Een gasolietankgerelateerd bodemonderzoek wordt uitgevoerd en het verslag ervan bezorgd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Bij gebrek aan een dergelijke standaardprocedure wordt het gasolietankgerelateerde bodemonderzoek uitgevoerd volgens een code van goede praktijk.


§ 2.

Als uit het gasolietankgerelateerde bodemonderzoek blijkt dat het saneringscriterium, vermeld in artikel 9, § 3, of artikel 19, § 2, is bereikt, stelt de bodemsaneringsdeskundige in het verslag van het gasolietankgerelateerde bodemonderzoek maatregelen voor om de bodemverontreiniging te behandelen.


De volgende instantie spreekt zich in dat geval uit over de voorgestelde maatregelen:

als de voormelde maatregelen handelingen, inrichtingen of activiteiten omvatten die vergunningsplichtig zijn krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid of krachtens titel IV, hoofdstuk II, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009: de OVAM;
in het andere geval: het Fonds.

Art. 82sexies.

Binnen zestig dagen na de ontvangst van het verslag van het gasolietankgerelateerde bodemonderzoek brengt het Fonds de aanvrager op de hoogte van:

de conclusie van het gasolietankgerelateerd bodemonderzoek;
in het geval, vermeld in artikel 82quinquies, § 2, tweede lid, 2°: de beslissing van het Fonds over de voorgestelde maatregelen. Als de maatregelen handelingen, inrichtingen of activiteiten omvatten die meldingsplichtig zijn krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid of krachtens titel IV, hoofdstuk II, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, geldt de beslissing van het Fonds over de voorgestelde maatregelen als meldingsakte.

Art. 82septies.

§ 1.

Als de maatregelen, vermeld in artikel 82sexies van dit decreet, handelingen, inrichtingen of activiteiten omvatten die vergunningsplichtig zijn krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid of krachtens titel IV, hoofdstuk II, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, bezorgt het Fonds het gasolietankgerelateerde bodemonderzoek aan de OVAM.

 

§ 2.

De volgende bepalingen zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing op het gasolietankgerelateerd bodemonderzoek:

de bepalingen van artikel 47bis en 47ter;
de bepalingen over de kennisgeving door de OVAM die vastgesteld zijn krachtens artikel 48;
de bepalingen over het openbaar onderzoek en de adviesverlening die vastgesteld zijn krachtens artikel 49, zijn van overeenkomstige toepassing.

 

In afwijking daarvan zijn die bepalingen niet van toepassing als de maatregelen die opgenomen zijn in het gasolietankgerelateerde bodemonderzoek, kunnen worden uitgevoerd in maximaal honderdtachtig dagen.

 

§ 3.
Na afloop van het openbaar onderzoek en de adviesverlening en uiterlijk negentig dagen na de ontvangst van het gasolietankgerelateerde bodemonderzoek spreekt de OVAM zich uit over de voorgestelde maatregelen, en brengt ze de volgende instanties en personen op de hoogte van de beslissing over de voorgestelde maatregelen:

het Fonds;
de aanvrager;
in voorkomend geval, de eigenaars en gebruikers van gronden waarop maatregelen in het kader van het onderzoek zullen worden uitgevoerd;
in voorkomend geval, het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de gronden gelegen zijn waarop de maatregelen in het kader van het onderzoek zullen worden uitgevoerd;
in voorkomend geval, de andere overheidsorganen die advies hebben uitgebracht.

 

Op bevel van de burgemeester wordt de beslissing van de OVAM houdende de goedkeuring van de voorgestelde maatregelen binnen tien dagen na de ontvangst ervan bekendgemaakt door aanplakking van het bericht op de plaats waar de maatregelen in het kader van het onderzoek gepland zijn, alsook de plaatsen die voorbehouden zijn voor de officiële berichten van bekendmaking, en gedurende dertig dagen ter inzage gelegd bij de diensten van het gemeentebestuur.


§ 4.

Als de maatregelen die opgenomen zijn in het verslag van het gasolietankgerelateerde bodemonderzoek, handelingen, inrichtingen of activiteiten omvatten die vergunningsplichtig zijn krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid of krachtens titel IV, hoofdstuk II, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, geldt de beslissing van de OVAM houdende de goedkeuring van de voorgestelde maatregelen als omgevingsvergunning.


C.
Uitvoering van de maatregelen

Art. 82octies.

De goedgekeurde maatregelen tot behandeling van de bodemverontreiniging worden uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure die is vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Bij gebrek aan een dergelijke standaardprocedure worden de maatregelen uitgevoerd volgens een code van goede praktijk.


D.
Evaluatierapport en eindverklaring

Art. 82novies.

Na de uitvoering van de maatregelen, vermeld in artikel 82sexies, wordt een evaluatierapport opgesteld waarin de resultaten van de maatregelen worden opgenomen.


Het evaluatierapport wordt opgesteld en bezorgd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Bij gebrek aan een dergelijke standaardprocedure wordt het gasolietankgerelateerd bodemonderzoek uitgevoerd volgens een code van goede praktijk.
 


Art. 82decies.

Als de doelstellingen van de maatregelen, vermeld in artikel 82sexies, worden bereikt, levert de OVAM een eindverklaring af waarin de resultaten van de uitgevoerde maatregelen worden vastgesteld. De OVAM bezorgt de eindverklaring aan de aanvrager en het Fonds.


Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155.
 


Onderafdeling III.
Overdracht van risicogronden


Art. 82undecies.

In het kader van een overdracht van een risicogrond zijn de bepalingen van artikel 104 tot en met 115 niet van toepassing voor/op de bodemverontreiniging waarvoor het Fonds een aanvraag tot tussenkomst in het kader van titel III van het samenwerkingsakkoord van 25 juli 2018 ontvankelijk en volledig heeft verklaard.


Onderafdeling IV.
Informatie-uitwisseling


Art. 82duodecies.

De OVAM en het Fonds maken praktische afspraken over de uitwisseling van informatie verkregen in het kader van de uitvoering van de bepalingen van deze afdeling.