Afdeling V.
Prerogatieven van de warmte- of koudenetbeheerders


Onderafdeling I.
Erfdienstbaarheden ten voordele van de netbeheerder


Art. 4/1.1.7.

§ 1

De warmte- of koudenetbeheerders hebben als erfdienstbaarheid het recht:
boomtakken af te hakken die te dicht bij de bovengrondse leidingen van een warmte- of koudenet komen en die schade aan de leiding kunnen veroorzaken;
wortels in te korten die te dicht bij ondergrondse leidingen van een warmte- of koudenet komen en die schade aan de leiding kunnen veroorzaken.

§ 2

In afwijking van paragraaf 1, 1° en 2°, kan de warmte- of koudenetbeheerder ook overgaan tot het rooien van de aanwezige bomen en beplantingen als om veiligheidsredenen het recht, vermeld in paragraaf 1, 1° en 2°, niet volstaat.

§ 3

De Vlaamse Regering kan voor elk geval afzonderlijk bepalen of het voor de warmte- of koudenetbeheerder van algemeen nut is om leidingen van een warmte- of koudenet aan te leggen boven of onder private onbebouwde gronden en welke voorwaarden daarbij gelden.
De warmte- of koudenetbeheerder heeft in dat geval het recht de leidingen van een warmte- of koudenet aan te leggen boven of onder die gronden, voor het toezicht daarop te zorgen en de noodzakelijke onderhouds- en herstellingswerken uit te voeren.

§ 4

De aangelegde leidingen en de bijbehorende uitrustingen blijven eigendom van de warmte- of koudenetbeheerder. Hij is ertoe gemachtigd alle nodige instandhoudingswerken daarvoor uit te voeren.

§ 5

Behalve in hoogdringende gevallen waarbij de veiligheid imminent in het gedrang komt, wordt het recht wortels in te korten of boomtakken af te hakken, vermeld in paragraaf 1, 1° en 2°, en het recht om te rooien, vermeld in paragraaf 2, afhankelijk gesteld van de expliciete weigering van de eigenaar of, in voorkomend geval, van de domeinbeheerder, pachter, huurder of een andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed om zelf binnen een redelijke termijn te kappen, in te korten of te rooien, of van het feit dat hij gedurende een maand het verzoek van de warmte- of koudenetbeheerder zonder gevolg heeft gelaten. In die gevallen kan de warmte- of koudenetbeheerder overgaan tot inkorten, afhakken of rooien op kosten van de eigenaar. Als de warmte- of koudenetbeheerder overgaat tot afhakken, inkorten of rooien wegens hoogdringendheid, is dat voor rekening van de netbeheerder zelf.
Behalve in hoogdringende gevallen waarbij de veiligheid imminent in het gedrang komt, mogen de werken, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, door de warmte- of koudenetbeheerder pas worden aangevangen na de rechtstreekse voorafgaande kennisgeving met een aangetekende brief aan de belanghebbende eigenaars, huurders, pachters, domeinbeheerder en iedere andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed. Die kennisgeving vindt minstens twee maanden voor de geplande start van de werken plaats.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de te volgen procedure bij de uitvoering van die rechten.

Art. 4/1.1.8.

§ 1

Als de aanwezige bomen en beplantingen gerooid worden, als vermeld in artikel 4/1.1.7, § 2, is de warmte- of koudenetbeheerder een eenmalige vergoeding verschuldigd aan de eigenaar als vergoeding voor de gerooide bomen en beplantingen en voor de eventuele minwaarde van het onroerend goed.

§ 2

De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen voor de procedure om de hoogte van de vergoeding te bepalen.

§ 3

Als partijen niet tot een minnelijke overeenkomst komen, wordt het geschil voorgelegd aan de vrederechter.

Art. 4/1.1.9.
De uitoefening door de warmte- of koudenetbeheerder van het recht, vermeld in artikel 4/1.1.7, kan de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of de houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed niet hinderen in zijn recht van omheinen, afbreken, verbouwen, herstellen of bouwen.
Als de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of houder van een zakelijk recht een dergelijk recht als vermeld in het eerste lid, wil uitoefenen, moet de warmte- of koudenetbeheerder de ondergrondse leidingen en de bovengrondse leidingen die geplaatst zijn op de onbebouwde grond, wegnemen, verplaatsen of aanpassen als ze de uitvoering van de rechten, vermeld in het eerste lid, hinderen. De eigenaar, pachter, domeinbeheerder of de houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed bezorgt de betrokken warmte- of koudenetbeheerder dat verzoek minstens zes maanden voor de geplande start van de werken.
De kosten voor het wegnemen, verplaatsen of aanpassen zijn ten laste van de warmte- of koudenetbeheerder in kwestie.
De betrokken warmte- of koudenetbeheerder kan die kosten terugvorderen van respectievelijk de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of van de houder van een zakelijk recht als die nog niet gestart is met de werken binnen een termijn van drie jaar na het verzoek tot wegneming, verplaatsing of aanpassing.

Onderafdeling II.
Onteigeningen door de warmte- of koudenetbeheerder


Art. 4/1.1.10.

§ 1

Warmte- of koudenetbeheerders die daartoe gemachtigd zijn door de Vlaamse Regering, kunnen overeenkomstig de reglementering over de onteigening ten algemenen nutte in eigen naam en voor eigen rekening onroerende goederen onteigenen die voor de rechtstreekse verwezenlijking van hun doel nodig zijn, met uitzondering van het gewestelijk openbaar domein.
De onteigeningen, vermeld in het eerste lid, zullen worden gevorderd met toepassing van de gemeenrechtelijke onteigeningsprocedure of van de rechtspleging in urgente omstandigheden.

§ 2

In afwijking van paragraaf 1 kan de Vlaamse Regering aan de warmte- of koudenetbeheerder op het gewestelijk openbaar domein domeintoelatingen, vergunningen voor privatief gebruik of domeinconcessies verlenen via het gelasten van de door haar of bij decreet aangestelde domeinbeheerder.

Onderafdeling III.
Recht op toegang van de warmte- of koudenetbeheerder tot alle installaties waarvan hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft en die zich bevinden in de inrichting van de netgebruiker


Art. 4/1.1.11.
De warmte- of koudenetbeheerder heeft recht op toegang tot de ruimtes waar de warmtewisselaar en de installatie voor de registratie van geleverde thermische energie zijn opgesteld en waarover hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, voor werken aan de aansluiting, de plaatsing, de inschakeling, de controle of de meteropname van de warmtewisselaar en van de installatie voor de registratie van geleverde thermische energie.
De netgebruiker verschaft de warmte- of koudenetbeheerder onmiddellijk toegang op eenvoudig mondeling verzoek na een behoorlijke legitimatie.

Onderafdeling IV.
Gebruik van persoonlijke gegevens door de warmte- of koudenetbeheerder


Art. 4/1.1.12.
De warmte- of koudenetbeheerders kunnen voor de unieke identificatie van warmte- of koudenetgebruikers het ondernemingsnummer, het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer opvragen en gebruiken.