Art. 4/1.1.13.

§ 1

De warmte- of koudenetbeheerder heeft het recht het openbaar domein te gebruiken voor de aanleg en het onderhoud van leidingen boven of onder het openbaar domein en de bijbehorende uitrustingen als hij over een voorafgaande domeintoelating van de domeinbeheerder beschikt. Daarbij gelden de voorwaarden die de domeinbeheerder nuttig acht bij de verlening van de domeintoelating.

§ 2

In afwijking van de procedure, vermeld in paragraaf 1, wordt, als voor de geplande werkzaamheden, vermeld in paragraaf 1, zowel een domeintoelating als een stedenbouwkundige vergunning nodig is, de aanvraag van een domeintoelating samengevoegd met de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning. Beide aanvragen worden samen ingediend bij het vergunningverlenende bestuursorgaan.
Het vergunningverlenende bestuursorgaan verzoekt binnen tien dagen na de ontvangst van de aanvraag elke domeinbeheerder op het openbaar domein van wie het geplande traject loopt of de werkzaamheden gepland zijn, om een domeintoelating als vermeld in paragraaf 1, te verlenen of af te wijzen. De domeinbeheerders op wie het verzoek betrekking heeft, brengen het vergunningverlenende bestuursorgaan op de hoogte van hun beslissing en ze houden daarbij rekening met de volgende regelingen:
als de vergunningsaanvraag onderworpen is aan een openbaar onderzoek als vermeld in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wordt het vergunningverlenende bestuursorgaan op de hoogte gebracht van de beslissing binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag nadat het openbaar onderzoek is afgesloten;
in alle andere gevallen wordt het vergunningverlenende bestuursorgaan op de hoogte gebracht van de beslissing binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het verzoek. Die termijn kan door de domeinbeheerder eenmalig gemotiveerd worden verlengd met vijftien dagen.
Als de domeinbeheerder binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, geen beslissing neemt, wordt de aanvraag van de domeintoelating geacht te zijn toegestaan.
Het vergunningverlenende bestuursorgaan brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissingen over het verlenen van de domeintoelatingen en de stedenbouwkundige vergunning met een aangetekende brief of met een andere beveiligde zending als vermeld in artikel 1.1.2, 3°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.

§ 3

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de na te leven voorwaarden, de dossiersamenstelling en de te volgen procedure.