Art. 83.

ß 1

Alle heffingen en administratieve geldboetes voorzien in het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, zoals gewijzigd blijven, indien hun grondslag betrekking heeft op een kalenderjaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit decreet, inbaar rekening houdend met de grondslag zoals voorzien door het hoger vermeld decreet van 23 januari 1991 en worden afgehandeld volgens de procedures van berekening, inning, invordering en beroep zoals voorzien in het hoger vermeld decreet van 23 januari 1991.

ß 2

Onverminderd de eerste paragraaf geldt voor de administratieve geldboete als bedoeld in artikel 25, ß 3 van hoger vermeld decreet van 23 januari 1991, dat deze boete oplegbaar blijft indien haar grondslag betrekking heeft op het kalenderjaar 2007.

ß 3

De aangifte voor het productiejaar 2006 dient te gebeuren overeenkomstig de bepalingen van artikel 3 van hetzelfde decreet van 23 januari 1991, en door de personen daarin vernoemd, rekening houdend met alle bepalingen en uitvoeringsbepalingen van dat decreet die betrekking hebben op de aangifteplicht.

ß 4.

Aan landbouwers, die in de loop van 2004, 2005 of 2006 een inrichting hebben overgenomen en nog geen nutriŽntenhalte hadden toegekend gekregen terwijl de overlater voor die dieren beschikte over een nutriŽntenhalte, wordt alsnog de nutriŽntenhalte als bedoeld in artikel 33bis van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, omgezet in nutriŽntenemissierechten overgedragen op voorwaarde dat ze de overname van de milieuvergunning lieten of laten acteren door de vergunningverlenende overheid en op voorwaarde dat deze overnemers dieren hebben geproduceerd op de inrichting in 2004, 2005, 2006 of 2007 en die tijdig hebben aangegeven aan de Mestbank. De overdracht gebeurt met terugwerkende kracht tot de datum zoals overeengekomen door overlater en overnemer.

Producenten die een beroep kunnen doen op de toepassing van het eerste lid en aan wie de superheffing werd opgelegd voor het produceren van meer dierlijke mest dan de nutriŽntenhalte, kunnen de betaalde superheffing terugvorderen of de kwijtschelding vragen van de opgelegde superheffing in de mate dat ze niet meer geproduceerd hebben dan de in het eerste lid bedoelde nutriŽntenhalte zonder daartoe over een bijkomende nutriŽntenhalte of bijkomende nutriŽntenemissierechten te beschikken.

Zij dienen daartoe per aangetekend schrijven een verzoekschrift in bij de ambtenaar door de Vlaamse Regering aangewezen voor de inning en de invordering van de superheffing.

De ambtenaar neemt binnen de drie maanden na afgifte ter post van het verzoekschrift een beslissing betreffende deze terugvordering of vraag tot kwijtschelding. Bij gebreke van beslissing van de ambtenaar binnen de termijn van drie maanden wordt het verzoek geacht ingewilligd te zijn. De producent kan bij de minister bevoegd voor het leefmilieu beroep aantekenen tegen de beslissing van de ambtenaar binnen de drie maanden na afgifte ter post van de beslissing. De minister beslist binnen de 60 dagen over het beroep.

De Vlaamse Regering kan nadere regels stellen.

ß 5.

Producenten, als vermeld in het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, zoals gewijzigd, die in uitvoering van artikel 40bis van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, zoals gewijzigd, een uitstel van superheffing mestverwerking hebben gekregen, en waarbij het kalenderjaar waarin, overeenkomstig artikel 40bis van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, zoals gewijzigd, beoordeeld dient te worden of de uitgestelde superheffing al of niet opgeheven en niet geÔnd wordt, het kalenderjaar 2007 of 2008 is, dienen, om een opheffing en niet-inning van de uitgestelde superheffing te bekomen :

in het kalenderjaar waarin beoordeeld dient te worden of de uitgestelde superheffing al of niet opgeheven en niet geÔnd wordt, te behoren tot een bedrijfsgroep die voldaan heeft aan de mestverwerkingsplicht, overeenkomstig artikel 29;
een extra hoeveelheid mestverwerkingscertificaten te bezitten, die betrekking heeft op het kalenderjaar waarin beoordeeld dient te worden of de uitgestelde superheffing al of niet opgeheven en niet geÔnd wordt.

De Vlaamse Regering stelt nadere regels en bepaalt ondermeer hoeveel mestverwerkingscertificaten men extra moet bezitten om een opheffing en niet-inning van de uitgestelde superheffing te bekomen.

ß 6.

Aan producenten als vermeld in het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen die op 31 december 2006 beschikten over een nutriŽntenhalte, maar sedert het in voege treden van onderhavig decreet geen landbouwactiviteiten meer uitoefenen en derhalve geen landbouwer zijn, worden bij wijze van overgangsmaatregel nutriŽntenemissierechten toegekend volgens de regels van artikel 30, mits voldaan is aan volgende voorwaarde : er werden in de productiejaren 2004, 2005 of 2006 dieren gehouden door de producent die tijdig werden aangegeven.

Deze bij wijze van overgangsmaatregel aan de vroegere producent toegekende nutriŽntenemissierechten dienen ten laatste op 31 december 2009 volgens de regels van artikel 31 te worden overgedragen aan een landbouwer. Indien deze op 31 december 2009 niet zijn overgedragen aan een landbouwer worden deze bij wijze van overgangsmaatregel toegekende nutriŽntenemissierechten geannuleerd door de Mestbank.

ß 7.

Producenten als vermeld in het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, zoals gewijzigd, kunnen een verlenging van het uitstel, toegekend overeenkomstig artikel 40bis, van voormeld decreet, evenals nieuw uitstel van de superheffing mestverwerking, als vermeld in artikel 21, ß 6, 2į, van voormeld decreet, krijgen, als ze aan een van volgende voorwaarden voldoen :

  1. de producent heeft de milieuvergunning en de bouwvergunning of stedenbouwkundige vergunning voor een mestverwerkingsinstallatie of een mestbewerkingsinstallatie verkregen na 31 december 2002;
  2. de producent heeft een contract gesloten met een derde die de milieuvergunning en de bouwvergunning of stedenbouwkundige vergunning voor een mestverwerkingsinstallatie of een mestbewerkingsinstallatie heeft verkregen na 31 december 2002.†

Aan producenten als vermeld in het eerste lid kan uitstel verleend worden voor het tweede en het derde kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de laatste nodige vergunning voor de betrokken installatie is verleend, als :

  1. de betrokken installatie in die kalenderjaren nog niet operationeel was;
  2. de betrokken producent overeenkomstig artikel 40bis, van voormeld decreet, al een uitstel is verleend, op basis van de betrokken installatie, tenzij ze niet verwerkingsplichtig waren of de superheffing hebben betaald voor het kalenderjaar waarin de laatste nodige vergunning voor de betrokken installatie is verleend en het daaropvolgende kalenderjaar.

De som van de gecontracteerde mestvolumes op jaarbasis voor de betrokken installatie kan nooit hoger zijn dan de vergunde capaciteit op jaarbasis.

Een superheffing waarvoor in uitvoering van artikel 40bis van voormeld decreet of in uitvoering van het eerste en het tweede lid, uitstel is verleend, kan opgeheven en niet geÔnd worden als de betrokken producent aantoont dat hij in een bepaald kalenderjaar meer heeft verwerkt dan zijn mestverwerkingsplicht en dan de mestverwerkingsplicht van de bedrijfsgroep waartoe hij behoort. Die extra verwerking moet plaatsvinden in het tweede kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de laatste nodige vergunning voor de betrokken installatie is verleend of in het kalenderjaar waarin de betrokken installatie operationeel wordt. Als aan de betrokken installatie de laatste nodige vergunning is in 2007. Als aan de betrokken installatie de laatste nodige vergunning is verleend in 2004 of later en deze installatie is nog niet operationeel in 2008 moet de verwerking ten laatste plaatsvinden in het kalenderjaar 2008.

Een producent die in uitvoering van artikel 40bis van voormeld decreet, voor twee opeenvolgende jaren, uitstel van de superheffing mestverwerking heeft verkregen, kan ook ťťn maal aan de Mestbank vragen om voor de oudste van de twee betrokken superheffingen, het kalenderjaar volgend op het jaar van de jongste van de twee betrokken superheffingen in aanmerking te nemen als het kalenderjaar waarin meer verwerkt moet worden om een opheffing en niet-inning van de betrokken superheffing te bekomen.

Als het kalenderjaar waarin beoordeeld moet worden of een uitgestelde superheffing al of niet opgeheven en geÔnd wordt, het kalenderjaar 2006 of een vorig kalenderjaar is, worden de opheffing en de niet-inning van de superheffing mestverwerking beoordeeld, overeenkomstig het uitvoeringsbesluit bij artikel 40bis van voormeld decreet.

Als het kalenderjaar waarin beoordeeld moet worden of een uitgestelde superheffing al of niet opgeheven en geÔnd wordt, het kalenderjaar 2007 of het kalenderjaar 2008 is, moet de betrokken producent :

  1. voor dat kalenderjaar behoren tot een bedrijfsgroep die voldaan heeft aan de mestverwerkingsplicht, overeenkomstig artikel 29;
  2. een extra hoeveelheid mestverwerkingscertificaten bezitten die betrekking hebben op het kalenderjaar waarin beoordeeld moet worden of de uitgestelde superheffing al of niet opgeheven en geÔnd wordt.

De producent die een uitstel wil verkrijgen of die een bestaand uitstel wil verlengen, dient hiervoor een aanvraag in bij de Mestbank. Als blijkt dat een reeds geheel of gedeeltelijk betaalde superheffing, overeenkomstig dit artikel, opgeheven en niet meer geÔnd wordt, dan worden de door de producent reeds betaalde bedragen door de Mestbank teruggestort.

Voor de toepassing van deze paragraaf, wordt het operationeel zijn van een installatie bepaald overeenkomstig artikel 40bis van voormeld decreet en zijn uitvoeringsbesluit.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot het bepalen van de kalenderjaren voor uitstel en voor opheffing en niet inning, met betrekking tot het aantal mestverwerkingscertificaten dat men extra moet bezitten om een opheffing en niet-inning van de uitgestelde superheffing te bekomen en met betrekking tot de wijze waarop de aanvraag, vermeld in het achtste lid, ingediend en afgehandeld wordt.

ß 8.

De administratieve geldboetes, opgelegd ter uitvoering van artikel 14, ß 4, op basis van een nitraatresidubepaling uitgevoerd in het kalenderjaar 2007, worden van rechtswege ingetrokken. Landbouwers die de boete reeds betaald hebben, krijgen ze door de Mestbank teruggestort.