Art. 33/10.

§1.

Een asbestinventarisattest wordt verkregen nadat een asbestinventaris is opgemaakt.

 

§2.

De asbestinventaris bevat minstens:

de identificatie van de toegankelijke constructie met risicobouwjaar;
een opsomming van de aangetroffen asbesthoudende of asbestverdachte materialen;
een aanduiding van de geļnventariseerde asbesthoudende materialen waarvoor conform artikel 33/5 of 33/6 een verwijderingsplicht geldt;
een risico-evaluatie van de asbesthoudende materialen;
een advies over urgente maatregelen ter remediėring van de vastgestelde acute blootstellingsrisico’s, als dat nodig is.

 

§3.

Een asbestinventaris wordt opgemaakt door een asbestdeskundige inventarisatie als vermeld in artikel 33/16, conform een inspectieprotocol asbestinventarisatie.

 

De Vlaamse Regering bepaalt hoe het inspectieprotocol asbestinventarisatie wordt vastgesteld. De Vlaamse Regering kan de verdere inhoud van het inspectieprotocol asbestinventarisatie bepalen. Het inspectieprotocol asbestinventarisatie kan bepalen welke constructies met risicobouwjaar bijkomend deel moeten uitmaken van de asbestinventaris, kan bepaalde constructies met risicobouwjaar of bepaalde materialen uitsluiten van de asbestinventaris en kan de modaliteiten bepalen voor het opmaken van een asbestinventaris per gebouw, gebouweenheid, wooneenheid en gemeenschappelijk deel.

 

De eigenaar van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar stelt zijn eigendom open en toegankelijk opdat de asbestdeskundige inventarisatie veilig een volledige asbestinventaris kan opmaken. Dit recht van toegang moet uitgeoefend worden op een redelijke en proportionele wijze. De Vlaamse Regering kan hiervoor nadere regels bepalen.
 

De Vlaamse Regering kan bepalen onder welke voorwaarden een interne preventieadviseur of interne milieucoördinator die de werkgever heeft aangesteld, de taken van de asbestdeskundige inventarisatie, vermeld in artikel 33/16, kan vervullen om een asbestinventaris op te maken voor de toegankelijke constructie met risicobouwjaar waar de werkgever werknemers tewerkstelt.

 

§4.

De asbestdeskundige inventarisatie, vermeld in artikel 33/16, geeft de asbestinventaris in een databank asbestinventarisatie in. De asbestdeskundige inventarisatie kan conform de bepalingen van de regelgeving over de bescherming en verwerking van persoonsgegevens hierbij de volgende categorieėn van persoonsgegevens verwerken: persoonlijke contactgegevens, woningkenmerken en rijksregisternummer/identificatienummer van de sociale zekerheid. De asbestdeskundige inventarisatie bewaart deze persoonsgegevens maximaal tot een geldig asbestinventarisattest afgeleverd werd, overeenkomstig artikel 33/11.

 

De databank, vermeld in het eerste lid, wordt beheerd door de OVAM. De OVAM kan in de databank, naast de gegevens, vermeld in paragraaf 2 en in artikel 33/14, § 3, tweede lid, ook conform de bepalingen van de regelgeving over de bescherming en verwerking van persoonsgegevens de volgende categorieėn van persoonsgegevens verwerken: persoonlijke contactgegevens, woningkenmerken en rijksregisternummer/identificatienummer van de sociale zekerheid.

 

Alle persoonsgegevens die de OVAM verkrijgt en verwerkt in het kader van de toepassing van deze afdeling, mogen uitsluitend worden aangewend voor de verwezenlijking van de bepalingen van deze onderafdeling en artikel 12 en de organisatie van het toezicht op en de handhaving van het asbestafbouwbeleid, vermeld in deze onderafdeling en artikel 12.

 

De persoonlijke contactgegevens en het rijksregisternummer/identificatienummer van de sociale zekerheid die in de databank zijn opgenomen, worden maximaal bewaard tot een overdracht plaatsvindt, overeenkomstig artikel 33/14, § 3.

 

De OVAM geldt als verwerkingsverantwoordelijke, zoals vermeld in artikel 4, 7°, van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.

 

De Vlaamse Regering bepaalt welke persoonsgegevens onder de categorieėn, vermeld in het eerste en het tweede lid, worden opgenomen in de databank. De Vlaamse Regering bepaalt welke actoren toegang krijgen tot de databank alsook de omvang en de modaliteiten van hun toegangsrechten.

 

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen omtrent het beheer en de verwerking van de gegevens en de persoonsgegevens die in de databank worden opgenomen.