Art. 58/5.

1.

De bevoegde afdeling kan de registratie van een monsternemer geheel of gedeeltelijk schorsen of opheffen in een of meer van de volgende gevallen:

1 er is niet meer voldaan aan een of meer van de gebruikseisen, vermeld in artikel 58/4;
2 bij een controle worden foutieve handelingen vastgesteld bij de monsterneming;
3 de retributie, vermeld in artikel 54/1, 2, wordt niet betaald;
4 de monsternemer beschikt niet meer over een bevoegdheidsverklaring als vermeld in artikel 58/3, 1;
5 het erkende laboratorium in opdracht waarvan de geregistreerde monsternemer werkt, heeft gemeld dat bij de uitvoering van kwaliteitscontroles als vermeld in het BOC of het BAM, de resultaten van een monsterneming die uitgevoerd is door de betrokken geregistreerde monsternemer, als afwijkend aangemerkt werden;
6 de monsternemer heeft in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte een strafrechtelijke veroordeling opgelopen voor overtredingen van de milieuwetgeving die verband houden met het gebruik van de registratie.

2.

Naast de gevallen, vermeld in paragraaf 1, kan de leidinggevende ambtenaar van het agentschap of departement waartoe de bevoegde afdeling behoort, de registratie van een monsternemer als vermeld in artikel 58/3, 1, geheel of gedeeltelijk schorsen of opheffen als er twee keer in hetzelfde jaar bij een controlebemonstering resultaten worden vastgesteld die niet in overeenstemming gebracht kunnen worden met de resultaten van de monsterneming die de geregistreerde monsternemer heeft uitgevoerd. De resultaten van de controlebemonstering kunnen niet in overeenstemming gebracht worden met de resultaten van de monsterneming die de geregistreerde monsternemer heeft uitgevoerd, als de analyseresultaten van beide bemonsteringen voor een of meer parameters meer verschillen dan de toegestane afwijking van de bemonstering en analyse van de parameter in kwestie, vermeld in het BOC of het BAM.

De minister kan in het BOC of in het BAM voor een of meer parameters de toegestane afwijking, vermeld in het eerste lid, vastleggen.

3.

De bevoegde afdeling brengt de geregistreerde monsternemer met een aangetekende brief op de hoogte van het voornemen om de registratie te schorsen of op te heffen, met vermelding van de redenen, en nodigt hem tegelijkertijd uit zijn verweermiddelen in te dienen en aanwezig te zijn op een hoorzitting.

4.

De leidinggevende ambtenaar van het agentschap of departement waartoe de bevoegde afdeling behoort, neemt een beslissing over de schorsing of opheffing van de registratie, rekening houdend met de eventueel vervulde formaliteiten en meegedeelde verweermiddelen.

5.

Als de registratie wordt geschorst of opgeheven, betekent de bevoegde afdeling de beslissing met een aangetekende brief aan de persoon in kwestie en aan het erkende laboratorium waarvoor de monsternemer geregistreerd is.

De schorsing of opheffing van de registratie geldt zowel voor de registratie als monsternemer van bodemmonsters in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid als voor de registratie als monsternemer van bodemmonsters in het kader van het Mestdecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.

6.

Als de procedure tot schorsing of opheffing van de registratie wordt stopgezet, worden de monsternemer en het erkende laboratorium waarvoor de monsternemer geregistreerd is, daarvan op de hoogte gebracht.