Afdeling 1.
Definities met betrekking tot het toepassingsgebied


Art. I.3. In dit decreet wordt verstaan onder:
1░ Vlaamse overheid:
a) het Vlaams Parlement, zijn diensten, en de instellingen die aan het Vlaams Parlement verbonden zijn;
b) de autonome diensten die onder toezicht staan van het Vlaams Parlement;
c) de Vlaamse Regering en de kabinetten van de leden van de Vlaamse Regering;
d) de Vlaamse administratie;
e) de provinciegouverneurs en de arrondissementscommissarissen;
f) de Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie;
g) de Vlaamse adviesorganen;
h) de Vlaamse administratieve rechtscolleges;
2░ Vlaamse administratie:
a) de departementen;
b) de intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid;
c) de intern verzelfstandigde agentschappen met rechtspersoonlijkheid;
d) de publiekrechtelijke vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen;
e) de privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen, met uitzondering van de investeringsmaatschappijen van de Vlaamse overheid;
f) de Dienst van de Bestuursrechtscolleges;
g) de onderwijsinspectie;
3░ Vlaamse adviesorganen:
a) de strategische adviesraden;
b) de andere raden, commissies, comitÚs en andere organen, ongeacht de benaming ervan, die voldoen aan elk van de volgende voorwaarden:
1) ze zijn opgericht bij decreet, bij besluit van de Vlaamse Regering, bij besluit van een Vlaamse minister, of bij wet, koninklijk besluit of ministerieel besluit in aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de gewesten of gemeenschappen behoren;
2) hun opdracht bestaat er hoofdzakelijk in advies te verlenen, ongeacht de benaming ervan, uit eigen beweging of op verzoek;
3) ze verlenen advies aan onder meer het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering, een Vlaamse minister of de Vlaamse administratie;
4░ Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie:
a) het Fonds Flankerend Economisch Beleid - Hermes;
b) het Financieringsinstrument voor de Vlaamse Visserij- en Aquacultuursector - FIVA;
c) het Fonds Culturele Infrastructuur - FoCI;
d) het Garantiefonds Huisvesting;
e) het Grindfonds;
f) het Vlaams Financieringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor Vlaams-Brabant;
g) het Pendelfonds;
h) het Rubiconfonds;
i) het Topstukkenfonds;
j) het Vlaams Brusselfonds;
k) het Vlaams Fonds voor de Lastendelging - VFLD;
l) het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds - VLIF;
m) de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening - de Watergroep;
n) het Vlaams Fonds voor de Letteren - VFL;
o) de Vlaamse Radio en Televisie - VRT;
p) de nv Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek - VITO;
q) het Eigen Vermogen Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek - ILVO;
r) het Eigen Vermogen Flanders Hydraulics;
s) het Eigen Vermogen Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek - INBO;
t) het ondersteunend centrum van het Agentschap voor Natuur en Bos - ANB;
u) het Eigen Vermogen Informatie Vlaanderen - AIV;
v) het Eigen Vermogen van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen - KMSKA;
w) de Limburgse Reconversiemaatschappij;
x) de Participatiemaatschappij Vlaanderen;
y) de Vlaamse Participatiemaatschappij;
5░ lokale overheden:
a) de gemeenten;
b) de districten;
c) de provincies;
d) de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
e) de samenwerkingsvormen, vermeld in deel 3, titel 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
f) de intergemeentelijke onderwijsvereniging, vermeld in het decreet van 28 november 2008 betreffende de intergemeentelijke onderwijsvereniging;
g) de welzijnsverenigingen, vermeld in deel 3, titel 4, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
h) de autonome verzorgingsinstellingen, vermeld in deel 3, titel 4, hoofdstuk 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
i) de verzelfstandigde agentschappen die opgericht zijn door een provincie of een gemeente;
j) de polders en de wateringen;
k) de besturen van de erkende kerk- of geloofsgemeenschappen van de erkende erediensten;
6░ instellingen met een publieke taak: instellingen die niet behoren tot de Vlaamse overheid of tot een lokale overheid maar die voldoen aan al de volgende kenmerken:
a) ze zijn opgericht met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriŰle of commerciŰle aard zijn;
b) ze bezitten rechtspersoonlijkheid;
c) 1) ofwel worden ze voor meer dan de helft gefinancierd door de Vlaamse overheid, een lokale overheid of een andere instelling met een publieke taak;
2) ofwel hebben de Vlaamse overheid, een lokale overheid of een andere instelling met een publieke taak meer dan de helft van de stemmen in de raad van bestuur;
3) ofwel staat hun beheer onder toezicht van de Vlaamse overheid, een lokale overheid of een andere instelling met een publieke taak;
7░ milieu-instanties: natuurlijke personen, groeperingen van natuurlijke personen, rechtspersonen of groeperingen van rechtspersonen, die niet behoren tot de Vlaamse overheid of een lokale overheid, en die niet beschouwd worden als een instelling met een publieke taak als vermeld in punt 6░, maar die voldoen aan elk van de volgende voorwaarden:
a) ze staan onder het toezicht van de Vlaamse, een lokale overheid of een instelling met een publieke taak;
b) ze oefenen openbare verantwoordelijkheden of functies uit of verlenen openbare diensten met betrekking tot het milieu;
8░ externe overheden:
a) de overheden die tot het federale, supranationale of internationale niveau behoren;
b) de overheden van andere gemeenschappen en gewesten;
c) de lokale overheden van de andere gewesten.