Afdeling 2.
Principes voor informeren en participeren


Art. II.2. De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, informeren actief, op eigen initiatief, over hun beleid, regelgeving en dienstverlening, telkens als dat nuttig, belangrijk of noodzakelijk is.

De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, zien erop toe dat de informatie zo veel mogelijk personen, verenigingen of organisaties van de doelgroep bereikt. Ze kiezen aangepaste communicatiestrategieën voor thema's die moeilijk te bereiken doelgroepen aanbelangen.

De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, dragen er zorg voor dat:
1° de informatie correct, betrouwbaar en accuraat is;
2° de informatie relevant is en gericht wordt verspreid;
3° de informatie tijdig en systematisch wordt verspreid.

Er mag geen informatie verspreid worden die valt onder de uitzonderingen, vermeld in artikel II.34, II.35 of II.36.

Art. II.3. De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, zorgen ervoor dat de informatie die relevant is voor hun taak en die ze zelf beheren of die voor hen wordt beheerd, zo veel mogelijk geordend, accuraat, vergelijkbaar en geactualiseerd is.

De informatie van de overheid is gemakkelijk te raadplegen voor het beoogde doelpubliek via diverse kanalen en media.

Art. II.4. De Vlaamse Regering wijst de instanties aan die ervoor moeten zorgen dat milieu-informatie op een actieve, systematische en transparante wijze onder de burgers of onder de betrokken doelgroepen verspreid wordt en op een doeltreffende wijze toegankelijk wordt gemaakt.

De Vlaamse Regering bepaalt welke milieu-informatie minimaal wordt verspreid en stelt nadere regels vast voor de wijze waarop milieu-informatie wordt verspreid en toegankelijk wordt gemaakt.

Art. II.5. De Vlaamse overheid bouwt een of meer gezamenlijke gegevensbronnen uit met basisinformatie van de Vlaamse overheid, de lokale overheden, de instellingen met een publieke taak en de milieu-instanties.

Onder basisinformatie wordt verstaan:
1° identificerende informatie;
2° contactgegevens en informatie over dienstverlening;
3° formele hoedanigheden.

De lokale overheden, de instellingen met een publieke taak en de milieu-instanties verlenen hun medewerking aan een of meer gezamenlijke gegevensbronnen met basisinformatie als vermeld in het eerste lid.

Art. II.6. De burger kan met informatievragen terecht bij het centraal contact- en informatiepunt van de Vlaamse overheid. Dat contact- en informatiepunt is bereikbaar via diverse communicatiekanalen.

Daarnaast zijn alle personeelsleden van de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, verplicht om iedereen die informatie zoekt, daarbij te helpen.

Als ze zelf niet beschikken over de gevraagde informatie, sturen ze de vraag rechtstreeks door naar de bevoegde instantie of naar het centrale contact- en informatiepunt.

Informatievragen worden kosteloos en binnen een redelijke termijn beantwoord, met behoud van de toepassing van artikel II.31, tweede lid, en artikel II.59.

Art. II.7. De burger krijgt, zelf of via zijn gemandateerde, een geconsolideerde en burgergerichte toegang tot de gegevens die op hem betrekking hebben en waarover de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, beschikken.

Onder gegevens waarover de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, beschikken wordt verstaan: gegevens die beheerd of verwerkt worden door een overheidsinstantie als vermeld in artikel II.1, of gegevens die beheerd of verwerkt worden door een externe overheid waartoe een overheidsinstantie als vermeld in artikel II.1, toegang heeft.

Het gaat onder meer om:
1° gegevens over natuurlijke personen of rechtspersonen;
2° informatie over lopende dossiers;
3° informatie over rechten die voortvloeien uit regelgeving en die kunnen afgeleid worden uit de gegevens, vermeld in punt 1°.

Persoonsgegevens worden verwerkt met inachtneming van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens, en in het bijzonder die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of deelstatelijk niveau verder zijn of worden gespecificeerd.

De toegang, vermeld in het eerste lid, geldt niet ten aanzien van de overheidsinstanties en de externe overheden die met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de algemene verordening gegevensbescherming hebben gebruikgemaakt van de mogelijkheid om de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon overeenkomstig de specifieke decretale bepalingen ter uitvoering van voormelde verordeningsbepaling.

Deze toegang mag alleen gebruikt worden door de burger om toegang te krijgen tot zijn gegevens en mag voor geen enkel ander doeleinde worden gebruikt.

De manier en de nadere inhoud van de toegang wordt bepaald door het agentschap Informatie Vlaanderen in overleg met de betrokken overheidsinstanties en externe overheden.

In afwijking van het zevende lid, duidt de Vlaamse Regering aan welke overheidsinstantie de manier en de nadere inhoud van de toegang tot gegevens met betrekking tot rechtspersonen en natuurlijke personen in hun hoedanigheid van ondernemer bepaalt in overleg met de betrokken overheidsinstanties en externe overheden.

De Vlaamse Regering kan overheidsinstanties als vermeld in artikel II.1, verplichten mee te werken aan het toegankelijk maken van gegevens, en kan ook andere verplichtingen opleggen voor de toegang, vermeld in het eerste lid.

Art. II.8. Als de Vlaamse Regering de inspraak van burgers wil verzekeren bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van haar beleid, informeert ze daarover minstens via het consultatieportaal op de centrale website van de Vlaamse overheid.

Art. II.9. § 1. De beslissingen van de Vlaamse Regering, met uitzondering van de beslissingen met individuele strekking, worden samen met de bijhorende documenten, systematisch gepubliceerd op de centrale website van de Vlaamse overheid.

§ 2. De Vlaamse Regering informeert de burgers over de Vlaamse regelgeving en in het bijzonder over de rechten en verplichtingen die daaruit voortvloeien, minstens via de centrale website van de Vlaamse overheid.

§ 3. Met toepassing van artikel 5/3, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, kunnen de adviezen van de Raad van State over voorontwerpen van decreet die niet zijn ingediend, de amendementen erop, en de ontwerpen van besluiten die niet zijn bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, alsook de teksten van die voorontwerpen, amendementen en ontwerpbesluiten worden bekendgemaakt door de Raad van State na de ontbinding van het Vlaams Parlement.