Afdeling 3.
Normen voor overheidscommunicatie


Art. II.10. De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, communiceren in de standaardtaal en hanteren een heldere taal die begrijpelijk is voor de ontvanger.

Art. II.11. De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, verspreiden uitsluitend informatie die in overeenstemming is met het beleid van de hele Vlaamse overheid.

Uit de overheidscommunicatie moet duidelijk blijken in welke fase de besluitvorming of het project zich bevindt.

Art. II.12. De communicatie van de Vlaamse overheid is duidelijk en als zodanig herkenbaar.

De Vlaamse overheid profileert zich als één geheel en is altijd, ongeacht het kanaal of medium, herkenbaar als afzender of medeafzender, deelnemer, belanghebbende of betrokkene bij de communicatie. Alle onderdelen van de Vlaamse overheid maken zich herkenbaar door naar de Vlaamse overheid te verwijzen en kunnen daarnaast hun eigen entiteit tot uitdrukking brengen.

De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de toepassing van dit artikel.

Art. II.13. De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, die communiceren namens de overheid, communiceren politiek neutraal.

Art. II.14. De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, communiceren commercieel neutraal.

De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, lenen zich in hun eigen communicatie niet tot reclame of sluikreclame voor private bedrijven, merken of private personen. De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, kunnen in de communicatie alleen verwijzen naar private bedrijven of personen, hun merknamen, logo's, of de diensten die ze geleverd hebben, naar hun merken of producten, als die informatie relevant of noodzakelijk is voor hun eigen boodschap.

De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, kunnen in hun eigen communicatiekanalen of media alleen ruimte laten voor betalende reclame van private bedrijven, merken of personen, als die reclame duidelijk wordt onderscheiden van de communicatie van de overheid zelf.

De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, aanvaarden voor hun communicatie geen aanbiedingen tot samenwerking van private derden, waarin die derden een duidelijk aanwijsbaar eenzijdig of dominant belang hebben, ook niet als die samenwerking kosteloos is of tegen gunstige voorwaarden kan worden verkregen.

Art. II.15. De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, kunnen gebruikmaken van externe media onder de volgende voorwaarden:
1° het initiatief is gericht op een weloverwogen en duidelijk aanwijsbare communicatiedoelstelling van de overheid;
2° de overheid behoudt de volledige zeggenschap over de inhoud van de boodschap;
3° de overheid is duidelijk herkenbaar.