Afdeling 1.
Algemene bepalingen


Art. II.26. Dit hoofdstuk regelt het recht om bestuursdocumenten te raadplegen en er een afschrift van te krijgen, vermeld in artikel 32 van de Grondwet, om uitleg te krijgen bij bestuursdocumenten en om persoonsgegevens in bestuursdocumenten te laten verbeteren.

Art. II.27. Dit hoofdstuk doet geen afbreuk aan decretale bepalingen die in een ruimere openbaarheid van bestuur voorzien.

Art. II.28. 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de volgende overheidsinstanties:
1 de Vlaamse overheid;
2 de lokale overheden;
3 de instellingen met een publieke taak, wat hun publieke taak betreft;
4 de milieu-instanties wat hun milieuverantwoordelijkheden, -functies of -diensten betreft.

Wat betreft de instellingen met een publieke taak die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel I.3, 6, c), 1), maar niet aan de voorwaarden, vermeld in artikel I.3, 6, c), 2) of 3), is dit hoofdstuk alleen van toepassing op de bestuursdocumenten die betrekking hebben op beslissingen die derden binden.

2. Dit hoofdstuk is van toepassing op de bestuursdocumenten die in het bezit zijn van overheidsinstanties als vermeld in paragraaf 1, met uitzondering van:
1 de bestuursdocumenten van het Vlaams Parlement en de instellingen die eraan verbonden zijn, die geen betrekking hebben op overheidsopdrachten of op personeelsaangelegenheden;
2 de bestuursdocumenten van de Vlaamse administratieve rechtscolleges die betrekking hebben op de uitoefening van de rechterlijke functie;
3 de bestuursdocumenten van andere instanties met een rechterlijke hoedanigheid, in de mate dat de documenten betrekking hebben op de uitoefening van de rechterlijke functie.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt milieu-informatie, die in opdracht van een overheidsinstantie als vermeld in paragraaf 1, door een natuurlijke persoon of rechtspersoon wordt beheerd, beschouwd als bestuursdocument.

Art. II.29. Wat de lokale overheden betreft, wordt de beslissing over de aanvraag tot openbaarmaking, onverminderd delegatie, genomen door de volgende personen:
1 voor de gemeenten, de districten en de OCMW's: door de algemeen directeur;
2 voor de provincies: door de griffier;
3 voor de polders en wateringen: door de dijkgraaf van de polder of de voorzitter van de watering;
4 voor de besturen van de erkende kerk- of geloofsgemeenschappen van de erkende erediensten: door hun voorzitter.

Art. II.30. 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk gaan de beslissings- en uitvoeringstermijnen in op de dag nadat de aanvraag geregistreerd is, of als de aanvraag niet geregistreerd is, op de dag nadat de aanvraag is ontvangen.

2. Die termijnen verstrijken om 24 uur van de laatste dag.