Afdeling 6.
Beroepsprocedure


Art. II.48. 1. De aanvrager kan beroep instellen tegen:
1 een beslissing van een overheidsinstantie als vermeld in artikel II.28, 1, over een aanvraag als vermeld in artikel II.40 of II.47;
2 het uitblijven van een beslissing nadat de termijn waarbinnen de beslissing moest worden genomen, verstreken is;
3 een onwillige uitvoering van een beslissing tot openbaarmaking, aanvulling of verbetering.

Hij stelt dat beroep in bij de beroepsinstantie, vermeld in artikel III.90.

De aanvrager dient het beroep per brief, per e-mail of, in voorkomend geval, per webformulier in binnen een termijn van dertig kalenderdagen die, naargelang het geval, ingaat op de dag nadat de beslissing verstuurd is, of op de dag nadat de termijn, vermeld in artikel II.44, 1, verstreken is.

Als de kennisgeving van de beslissing niet voldoet aan de bepalingen van artikel II.43, 1, derde lid, start de termijn om een beroep in te dienen pas vier maanden na de kennisgeving.

De termijn om een beroep in te stellen neemt geen aanvang bij ontstentenis van een beslissing.

2. De aanvrager bezorgt aan de beroepsinstantie een afschrift van zijn oorspronkelijke aanvraag en de beslissing van de betrokken overheidsinstantie waartegen beroep wordt ingesteld, als er een beslissing is genomen.

Als de voormelde documenten ontbreken, dan wordt de behandelingstermijn, vermeld in artikel II.50, 1, opgeschort, tot de beroepsinstantie in het bezit is van de vereiste documenten.

Art. II.49. De beroepsinstantie die een beroep ontvangt, noteert dat zo snel mogelijk in een register, met vermelding van de ontvangstdatum. De registratie is openbaar voor de aanvrager die het beroep heeft ingesteld en voor de betrokken overheidsinstantie.

De beroepsinstantie brengt de betrokken overheidsinstantie onmiddellijk op de hoogte van het beroep.

Art. II.50. 1. De beroepsinstantie spreekt zich uit over het beroep en brengt zowel de aanvrager als de betrokken overheidsinstantie binnen een termijn van dertig kalenderdagen per brief, e-mail of, in voorkomend geval, per webformulier op de hoogte van haar beslissing.

Als de beroepsinstantie oordeelt dat ze de aanvraag moeilijk tijdig kan toetsen aan de uitzonderingsgronden, vermeld in dit hoofdstuk, deelt ze aan de indiener van het beroep mee dat de termijn van dertig kalenderdagen verlengd wordt tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. De verlengingsbeslissing vermeldt de reden of de redenen voor het uitstel.

Als de aanvraag tot openbaarmaking wordt afgewezen op grond van artikel II.34, 2 of 6, artikel II.35, 3, of artikel II.36, 1, tweede lid, 1, 5 of 7, neemt de beroepsinstantie contact op met de betrokkene en vraagt ze of de aanvrager toestemming krijgt om alsnog toegang te krijgen tot het gevraagde bestuursdocument, als die toestemming nog niet is gevraagd door de betrokken overheidsinstantie.

2. Als de beroepsinstantie het beroep inwilligt, staat zij de openbaarmaking of de verbetering of aanvulling toe.

3. De overheidsinstantie die de informatie bezit, voert de beslissing tot inwilliging van het beroep zo snel mogelijk en uiterlijk binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van de beslissing van de beroepsinstantie uit.

Als de overheidsinstantie de beslissing niet heeft uitgevoerd binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, voert de beroepsinstantie de beslissing zo snel mogelijk uit voor zover ze de gevraagde bestuursdocumenten bezit.

Voor de lokale overheden kan de beroepsinstantie een personeelslid gelasten zich ter plaatse te begeven om zelf de beslissing ten uitvoer te leggen. Dat kan alleen na een waarschuwing per brief of per e-mail.

Artikel II.44, 2, is van overeenkomstige toepassing.

Art. II.51. Als er een beroep aanhangig wordt gemaakt, kan de beroepsinstantie alle bestuursdocumenten ter plaatse inzien of een afschrift ervan opvragen bij de betrokken overheidsinstantie.

De beroepsinstantie kan alle betrokken partijen en deskundigen horen en de personeelsleden van de betrokken overheidsinstantie om extra inlichtingen vragen.