HOOFDSTUK 4.
Hergebruik van overheidsinformatie


Afdeling 1.
Algemene bepalingen


Art. II.52. Dit hoofdstuk regelt het recht van burgers om bestuursdocumenten te hergebruiken voor andere commerciėle of niet-commerciėle doeleinden dan het oorspronkelijke doel binnen de publieke taak waarvoor de bestuursdocumenten zijn geproduceerd.

Het gebruik van bestuursdocumenten binnen de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, uitsluitend voor andere doeleinden binnen de publieke taak en de uitwisseling van bestuursdocumenten tussen overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, uitsluitend met het oog op de vervulling van hun publieke taak zijn geen hergebruik. De uitwisseling van gegevens tussen overheidsinstanties wordt geregeld in titel III, hoofdstuk 3, afdeling 3.

Art. II.53. § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de volgende overheidsinstanties:
1° de Vlaamse overheid;
2° de lokale overheden, behalve wat artikel II.62 betreft;
3° de instellingen met een publieke taak, wat hun publieke taak betreft;
4° de milieu-instanties wat hun milieuverantwoordelijkheden, -functies of -diensten betreft, behalve wat artikel II.62 betreft.

Wat betreft de instellingen met een publieke taak die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel I.3, 6°, c), 1), maar niet aan de voorwaarden, vermeld in artikel I.3, 6°, c), 2) of 3), is dit hoofdstuk alleen van toepassing op de bestuursdocumenten die betrekking hebben op beslissingen die derden binden.

§ 2. Dit hoofdstuk is van toepassing op de bestuursdocumenten van de overheidsinstanties, vermeld in paragraaf 1, met uitzondering van:
1° de bestuursdocumenten waarvan de verstrekking een activiteit is die niet valt onder de publieke taak van de betrokken overheidsinstanties, op voorwaarde dat de omvang van de publieke taken transparant is en aan toetsing is onderworpen;
2° de bestuursdocumenten waarvoor een overheidsinstantie niet de nodige rechten heeft om hergebruik toe te staan;
3° de bestuursdocumenten of onderdelen ervan waarvoor de toegang is uitgesloten op basis van de geldende regeling inzake toegang tot bestuursdocumenten;
4° de bestuursdocumenten waarover openbare omroepen of hun dochterondernemingen en andere instellingen of hun dochterondernemingen beschikken om een publiekeomroeptaak te vervullen;
5° de bestuursdocumenten waarover onderwijs- of onderzoeksinstellingen beschikken, met inbegrip van overheidsinstanties die zijn opgericht voor de overdracht van onderzoeksresultaten, scholen en instellingen voor hoger onderwijs, met uitzondering van bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs;
6° de bestuursdocumenten waarover andere culturele instellingen dan musea, bibliotheken en archiefinstellingen beschikken;
7° de gedeelten van bestuursdocumenten die alleen logo's, wapens en insignes bevatten;
8° de broncode van computerprogramma's.

Art. II.54. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
1° machinaal leesbaar formaat: een bestandsformaat dat zodanig is gestructureerd dat softwaretoepassingen specifieke gegevens, met inbegrip van individuele feitenbeschrijvingen, en de interne structuur ervan gemakkelijk kunnen identificeren, herkennen en extraheren;
2° open formaat: een bestandsformaat dat platformonafhankelijk is en voor het publiek beschikbaar is zonder enige beperking die het hergebruik van informatie verhindert;
3° formele open standaard: een standaard die schriftelijk is vastgesteld, met vermelding van specificaties voor de wijze waarop de interoperabiliteit van de software moet worden gegarandeerd;
4° metagegevens: de beschrijving van bestuursdocumenten die het mogelijk maakt die bestuursdocumenten te zoeken, te inventariseren en te gebruiken;
5° instellingen voor hoger onderwijs: overheidsinstanties die postsecundair hoger onderwijs verstrekken dat tot een academische graad leidt.

Afdeling 2.
Principes van hergebruik van bestuursdocumenten


Art. II.55. Elke overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, staat het hergebruik van de bestuursdocumenten die ze bezit en waarop ze de nodige rechten heeft toe, zowel voor commerciėle als niet-commerciėle doeleinden, overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.

In afwijking van het eerste lid bepalen de bibliotheken, met inbegrip van de bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs, de musea en de archiefinstellingen, met betrekking tot de bestuursdocumenten die ze bezitten en waarop ze de nodige rechten hebben om hergebruik toe te staan, autonoom of het hergebruik van die bestuursdocumenten is toegestaan voor zowel commerciėle als niet-commerciėle doeleinden en onder welke voorwaarden.

In geval van hergebruik stelt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, de bestuursdocumenten zo veel mogelijk via elektronische weg beschikbaar in de al bestaande formaten of talen en, als dat mogelijk en passend is, in een open en machinaal leesbaar formaat, samen met de metagegevens ervan. Zowel het formaat als de metagegevens voldoen zo veel mogelijk aan formele open standaarden.

Art. II.56. Als de bestuursdocumenten voor hergebruik in aanmerking komen en onder de voorwaarden, vermeld in artikel II.66, stelt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, de bestuursdocumenten ter beschikking in de vorm die de aanvrager vraagt.

Als de bestuursdocumenten niet in de gevraagde vorm beschikbaar zijn, deelt de overheidsinstantie in haar beslissing aan de aanvrager mee in welke andere vorm of vormen de bestuursdocumenten beschikbaar zijn of redelijkerwijze ter beschikking gesteld kunnen worden.

Art. II.57. De verplichtingen, vermeld in artikel II.55 en II.56, brengen voor de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, niet de verplichting mee om bestuursdocumenten te creėren of aan te passen om aan een aanvraag tot hergebruik te voldoen, of om uittreksels van bestuursdocumenten te verstrekken, als dat een onevenredige inspanning vereist die verder gaat dan een eenvoudige handeling.

Art. II.58. De verplichtingen, vermeld in artikel II.55 en II.56, brengen voor de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, niet de verplichting mee om een bepaalde categorie van bestuursdocumenten te blijven produceren en te bewaren met het oog op hergebruik ervan.

Als een overheidsinstantie als vermeld in artikel II.53, § 1, beslist om een categorie van bestuursdocumenten niet meer te produceren of te bewaren, maakt ze deze beslissing, zo snel als redelijkerwijze mogelijk is, openbaar.

Art. II.59. Als een vergoeding wordt gevraagd voor het hergebruik van bestuursdocumenten, blijft deze vergoeding beperkt tot de marginale kosten voor de vermenigvuldiging, verstrekking en verspreiding ervan.

Het eerste lid is niet van toepassing op:
1° de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, die verplicht zijn inkomsten te genereren om een aanzienlijk deel van de kosten van de uitoefening van hun publieke taken te dekken;
2° bij wijze van uitzondering, bestuursdocumenten waarvoor de betrokken overheidsinstantie bij of krachtens een decreet verplicht is voldoende inkomsten te genereren om een aanzienlijk deel van de kosten van de verzameling, productie, vermenigvuldiging en verspreiding ervan te dekken. Die verplichtingen worden vooraf vastgesteld en, als dat mogelijk en passend is, via elektronische weg bekendgemaakt;
3° bibliotheken, met inbegrip van bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs, musea en archiefinstellingen.

In de gevallen, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°, berekenen de betrokken overheidsinstanties de totale vergoeding aan de hand van objectieve, transparante en controleerbare criteria die de Vlaamse Regering vaststelt. De totale inkomsten van die overheidsinstanties uit het verstrekken en het verlenen van toestemming voor hergebruik van bestuursdocumenten mogen gedurende de desbetreffende berekeningsperiode niet hoger zijn dan de kosten van de verzameling, productie, vermenigvuldiging en verspreiding, vermeerderd met een redelijk rendement op investeringen. De vergoeding wordt berekend overeenkomstig de boekhoudkundige beginselen die op de betrokken overheidsinstanties van toepassing zijn. De Vlaamse Regering kan daarvoor de nodige verduidelijkingen uitwerken.

Als de overheidsinstanties, vermeld in het tweede lid, 3°, een vergoeding vragen, mogen de totale inkomsten uit het verstrekken en het verlenen van toestemming voor het hergebruik van bestuursdocumenten gedurende de desbetreffende berekeningsperiode niet hoger zijn dan de kosten van de verzameling, productie, vermenigvuldiging, verspreiding, conservering en vereffening van rechten, vermeerderd met een redelijk rendement op investeringen. De vergoeding wordt berekend overeenkomstig de boekhoudkundige beginselen die op de betrokken overheidsinstanties van toepassing zijn. De Vlaamse Regering kan daarvoor de nodige verduidelijkingen uitwerken.

Art. II.60. In geval van standaardvergoedingen voor het hergebruik van bestuursdocumenten, worden de eventuele voorwaarden en het eigenlijke bedrag van die vergoedingen, met inbegrip van de berekeningsgrondslag ervoor, vooraf vastgesteld en bekendgemaakt, als dat mogelijk en passend is, via elektronische weg.

In geval van andere vergoedingen dan de vergoedingen voor het hergebruik, vermeld in het eerste lid, geeft de betrokken overheidsinstantie vooraf aan met welke factoren rekening wordt gehouden bij de berekening van die vergoedingen. Op verzoek geeft de betrokken overheidsinstantie ook aan hoe die vergoedingen zijn berekend met betrekking tot het specifieke verzoek om hergebruik.

Art. II.61. § 1. De Vlaamse Regering bepaalt een of meerdere modellicenties met de voorwaarden voor hergebruik.

De modellicenties, vermeld in het eerste lid, die aan specifieke licentieaanvragen kunnen worden aangepast, worden in digitaal formaat beschikbaar gesteld en kunnen elektronisch worden verwerkt.

§ 2. De voorwaarden voor hergebruik mogen de mogelijkheden van hergebruik niet nodeloos beperken, noch gebruikt worden om de mededinging aan banden te leggen.

De voorwaarden voor hergebruik bevatten de toestemming om de bestuursdocumenten in hun geheel of gedeeltelijk te hergebruiken op om het even welke wijze, in oorspronkelijke, gewijzigde of bewerkte vorm, zonder uitsluiting van categorieėn van aanvragers, zonder beperkingen in de tijd of in geografische draagwijdte van het hergebruik, tenzij dat om juridische, technische of heel gegronde redenen niet mogelijk is.

§ 3. In geval van hergebruik als vermeld in artikel II.55, derde lid, hanteert de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, een van de modellicenties, vermeld in paragraaf 1.

In afwijking van het eerste lid kan de overheidsinstantie, met behoud van de toepassing van paragraaf 2, zonder motivering toestemming geven voor onvoorwaardelijk hergebruik of kan de overheidsinstantie, na motivering, andere voorwaarden voor het hergebruik bepalen. De motivering wordt voorafgaand ter goedkeuring voorgelegd aan het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in artikel III.74.

Art. II.62. Om het zoeken naar bestuursdocumenten die voor hergebruik beschikbaar zijn, te vereenvoudigen, wordt voor de belangrijkste bestuursdocumenten die de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, bezitten, voorzien in overzichtslijsten met relevante metagegevens, die, als dat mogelijk en passend is, online en in machinaal leesbare formaten toegankelijk zijn, en in portaalsites met links naar die overzichtslijsten. Als dat mogelijk is, wordt het taaloverschrijdend zoeken naar bestuursdocumenten vergemakkelijkt.

De Vlaamse Regering kan daarvoor de nadere bepalingen vastleggen.

Afdeling 3.
Aanvraagprocedure


Art. II.63. De aanvraag tot hergebruik wordt ingediend overeenkomstig artikel II.40, met dien verstande dat de aanvraag de volgende informatie bevat:
1° de voor- en achternaam van de aanvrager;
2° het adres van de aanvrager;
3° de informatie die nodig is om het gevraagde bestuursdocument te identificeren;
4° een beschrijving van het beoogde hergebruik;
5° de vorm waarin het bestuursdocument bij voorkeur ter beschikking wordt gesteld.

Art. II.64. De overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, die een aanvraag tot hergebruik ontvangt voor een bestuursdocument dat ze in haar bezit heeft, behandelt deze aanvraag overeenkomstig artikel II.41, II.42 en II.43, en gaat na of het gevraagde bestuursdocument ter beschikking mag worden gesteld met toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk.

Art. II.65. Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, de aanvraag tot hergebruik afwijst, deelt ze de aanvrager de gronden voor de afwijzing van het verzoek mee.

Als de overheidsinstantie niet de nodige rechten heeft om hergebruik toe te staan, verwijst ze in haar beslissing naar de natuurlijke of rechtspersoon bij wie de intellectuele eigendomsrechten berusten, als die bekend is, of naar de licentiegever van wie de overheidsinstantie de gevraagde bestuursdocumenten heeft verkregen. Bibliotheken, met inbegrip van bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs, musea en archiefinstellingen zijn niet verplicht de aanvrager door te verwijzen.

Art. II.66. § 1. Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, beslist dat hergebruik toegestaan is, stelt ze in geval van onvoorwaardelijk hergebruik uiterlijk binnen de termijn van twintig kalenderdagen, vermeld in artikel II.43, § 1, de bestuursdocumenten in kwestie ter beschikking van de aanvrager.

Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, oordeelt dat ze de gevraagde bestuursdocumenten moeilijk tijdig kan verzamelen, wordt de termijn, vermeld in het eerste lid, op veertig kalenderdagen gebracht, conform artikel II.43, § 3.

§ 2. In geval van voorwaardelijk hergebruik, bezorgt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, de bestuursdocumenten in kwestie aan de aanvrager, samen met een modellicentie als vermeld in artikel II.61, § 1, binnen de termijnen, vermeld in paragraaf 1.

Als de overheidsinstantie afwijkt van de modellicenties, vermeld in artikel II.61, § 1, bezorgt ze de motivering van die afwijking aan de aanvrager, samen met de voorwaarden die van toepassing zijn, conform artikel II.61, § 2.

Afdeling 4.
Discriminatieverbod en eerlijke handel


Art. II.67. De voorwaarden voor het hergebruik van bestuursdocumenten mogen niet discriminerend zijn voor vergelijkbare categorieėn van hergebruik.

Als een overheidsinstantie als vermeld in artikel II.53, § 1, bestuursdocumenten hergebruikt als basismateriaal voor activiteiten die buiten de publieke taak vallen, zijn op de verstrekking van die bestuursdocumenten voor de activiteiten dezelfde vergoedingen en voorwaarden van toepassing als die welke gelden voor andere gebruikers.

Art. II.68. § 1. Het hergebruik van bestuursdocumenten staat open voor alle potentiėle marktdeelnemers, zelfs als een of meer marktdeelnemers die bestuursdocumenten al hergebruiken in producten of diensten met toegevoegde waarde.

Contracten of andere overeenkomsten tussen de overheidsinstantie die de bestuursdocumenten bezit en derden mogen in principe geen exclusiviteitsrechten verlenen.

§ 2. Als een exclusief recht noodzakelijk is om een dienst van algemeen belang te verlenen, moet periodiek, en in ieder geval om de drie jaar, worden nagegaan of de redenen daarvoor nog altijd geldig zijn.

Exclusiviteitsregelingen die na de datum van de inwerkingtreding van dit decreet worden gesloten, zijn transparant en worden openbaar gemaakt.

§ 3. Op de digitalisering van culturele hulpbronnen is paragraaf 2 niet van toepassing.

§ 4. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1, duurt de periode van exclusiviteit in het algemeen niet langer dan tien jaar, als een exclusief recht betrekking heeft op de digitalisering van culturele hulpbronnen. Als die periode meer dan tien jaar bedraagt, wordt de duur ervan tijdens het elfde jaar en, als dat van toepassing is, daarna om de zeven jaar getoetst.

De regelingen die exclusieve rechten toekennen, zijn transparant en worden openbaar gemaakt.

In geval van een exclusief recht als vermeld in het eerste lid, wordt in de desbetreffende overeenkomst vastgesteld dat de desbetreffende overheidsinstantie kosteloos een kopie van de gedigitaliseerde culturele hulpbronnen krijgt. Die kopie is na afloop van de exclusiviteitsperiode beschikbaar voor hergebruik.

§ 5. De exclusiviteitsregelingen die al bestaan op 17 juli 2013 en die niet vallen onder een uitzonderingsregeling als vermeld in paragraaf 2 en 4, worden aan het einde van het contract of in elk geval uiterlijk op 18 juli 2043 beėindigd.

Afdeling 5.
Beroepsprocedure


Art. II.69. § 1. De aanvrager kan beroep instellen tegen:
1° een afwijzende beslissing die gebaseerd is op artikel II.53, § 2;
2° de beslissing waarbij het bedrag van de vergoedingen, vermeld in artikel II.59, wordt vastgesteld;
3° de beslissing waarbij de voorwaarden, vermeld in artikel II.61, worden vastgesteld;
4° het niet-naleven van de termijnen, vermeld in artikel II.66;
5° het uitblijven van een beslissing nadat de termijn waarbinnen de beslissing moest worden genomen, verstreken is.

Hij stelt dat beroep in bij de beroepsinstantie, vermeld in artikel III.90.

§ 2. De aanvrager dient het beroep per brief, per e-mail of, in voorkomend geval, per webformulier in binnen een termijn van dertig kalenderdagen die, naargelang van het geval, ingaat op de dag nadat de beslissing verstuurd is, of op de dag nadat de uitvoeringstermijn, vermeld in artikel II.66, verstreken is.

Als de kennisgeving van de beslissing niet voldoet aan de bepalingen van artikel II.43, § 1, derde lid, start de termijn om een beroep in te dienen pas vier maanden na de kennisgeving.

De termijn om beroep in te stellen neemt geen aanvang bij ontstentenis van een beslissing.

§ 3. De aanvrager bezorgt aan de beroepsinstantie een afschrift van zijn oorspronkelijke aanvraag en de beslissing van de betrokken overheidsinstantie waartegen beroep wordt ingesteld, als er een beslissing is genomen.

Als de voormelde documenten ontbreken, dan wordt de behandelingstermijn, vermeld in artikel II.71, § 1, opgeschort, tot de beroepsinstantie in het bezit is van de vereiste documenten.

Art. II.70. De beroepsinstantie die een beroep ontvangt, noteert dat beroep zo snel mogelijk in een register, met vermelding van de ontvangstdatum. De registratie is openbaar voor de aanvrager die het beroep heeft ingesteld en voor de betrokken overheidsinstantie.

De beroepsinstantie brengt de betrokken overheidsinstantie onmiddellijk op de hoogte van het beroep.

Art. II.71. § 1. De beroepsinstantie spreekt zich uit over het beroep en brengt de aanvrager en de betrokken overheidsinstantie per brief, per e-mail of, in voorkomend geval, per webformulier binnen een termijn van dertig kalenderdagen op de hoogte van haar beslissing, conform artikel II.50, § 1.

§ 2. Als de beroepsinstantie oordeelt dat ze de aanvraag moeilijk tijdig kan toetsen aan de uitzonderingsgronden, vermeld in artikel II.53, § 2, deelt ze aan de indiener van het beroep mee dat de termijn van dertig kalenderdagen verlengd wordt tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. De verlengingsbeslissing vermeldt de reden of de redenen van het uitstel.

Art. II.72. De overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, verricht, voor het individuele verzoek tot hergebruik, de nieuwe noodzakelijke bestuurshandelingen die in overeenstemming zijn met de elementen waarover de beroepsinstantie zich uitgesproken heeft, binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst van de beslissing van de beroepsinstantie.

Als de beroepsinstantie oordeelt dat een afwijzende beslissing die gebaseerd is op artikel II.53, § 2, ongegrond is en als de overheidsinstantie verzuimt om de noodzakelijke bestuurshandelingen te verrichten conform het eerste lid, kan de beroepsinstantie onvoorwaardelijk hergebruik als vermeld in artikel II.61, § 3, toestaan, als ze de gevraagde bestuursdocumenten bezit.

Art. II.73. Als er een beroep aanhangig wordt gemaakt, kan de beroepsinstantie alle bestuursdocumenten ter plaatse inzien of een afschrift ervan opvragen bij de betrokken overheidsinstantie.

De beroepsinstantie kan alle betrokken partijen en deskundigen horen en de personeelsleden van de betrokken overheidsinstantie om extra inlichtingen vragen.