Art. II.53.

1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de volgende overheidsinstanties:

1 de Vlaamse overheid;

2 de lokale overheden, behalve wat artikel II.62 betreft;

3 de instellingen met een publieke taak, wat hun publieke taak betreft;

4 de milieu-instanties wat hun milieuverantwoordelijkheden, -functies of -diensten betreft, behalve wat artikel II.62 betreft;

5 de overheidsondernemingen die aan een van de volgende voorwaarden voldoen:

a) ze zijn actief op de gebieden, vermeld in artikel 96 tot en met 102 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;

b) ze treden op als exploitant van openbare diensten als vermeld in artikel 2, d), van verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad;

c) ze vervullen als luchtvaartmaatschappij openbaredienstverplichtingen op grond van artikel 16 van verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap;

d) ze verrichten als reder openbare diensten op grond van artikel 4 van verordening (EEG) nr. 3577/92 van de Raad van 7 december 1992 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer binnen de Lid-Staten (cabotage in het zeevervoer).

Wat betreft de instellingen met een publieke taak die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel I.3, 6, c), 1), maar niet aan de voorwaarden, vermeld in artikel I.3, 6, c), 2) of 3), is dit hoofdstuk alleen van toepassing op de bestuursdocumenten die betrekking hebben op beslissingen die derden binden.

2. Dit hoofdstuk is van toepassing op de bestuursdocumenten van de overheidsinstanties, vermeld in paragraaf 1, met uitzondering van:

1 de bestuursdocumenten waarvan de verstrekking een activiteit is die niet valt onder de publieke taak van de betrokken overheidsinstanties, op voorwaarde dat de omvang van de publieke taken transparant is en aan toetsing is onderworpen;

2 de bestuursdocumenten waarvoor een overheidsinstantie niet de nodige rechten heeft om hergebruik toe te staan;

3 de bestuursdocumenten of onderdelen ervan waarvoor de toegang is beperkt of uitgesloten op basis van de geldende bepalingen die de toegang tot bestuursdocumenten nader regelen;

4 de bestuursdocumenten die in het bezit zijn van openbare omroepen of hun dochterondernemingen en andere instellingen of hun dochterondernemingen om een publiekeomroeptaak te vervullen;

5 de bestuursdocumenten die in het bezit zijn van onderwijsinstellingen van het secundair of lager niveau, en, in geval van alle andere onderwijsinstellingen, andere dan onderzoeksgegevens, vermeld in paragraaf 3;

6 de bestuursdocumenten die in het bezit zijn van andere culturele instellingen dan musea, bibliotheken en archiefinstellingen;

7 de gedeelten van bestuursdocumenten die alleen logo's, wapens en insignes bevatten;

8 de broncode van computerprogramma's;

9 de bestuursdocumenten die in het bezit zijn van overheidsondernemingen die aan een van de volgende voorwaarden voldoen:

a) ze zijn geproduceerd buiten de context van de levering van diensten van algemeen belang;

b) ze houden verband met activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie en bijgevolg niet onder aanbestedingsregels vallen op grond van artikel 116 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten.

3. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden onderzoekgegevens, al dan niet in het bezit van een overheidsinstantie, die met overheidsmiddelen zijn gefinancierd en die openbaar zijn gemaakt via een institutionele of thematische databank door onderzoekers, onderzoeksinstellingen of financierende organisaties, beschouwd als bestuursdocumenten. Daarbij wordt rekening gehouden met de gerechtvaardigde handelsbelangen, activiteiten inzake kennisoverdracht en al bestaande intellectuele eigendomsrechten.