Afdeling 3.
Aanvraagprocedure


Art. II.62/8.

Deze afdeling is niet van toepassing op:

1° overheidsondernemingen;

2° onderwijsinstellingen, onderzoeksinstellingen en organisaties die onderzoek financieren, als de bestuursdocumenten die worden aangevraagd, betrekking hebben op onderzoeksgegevens.


Art. II.63.

De aanvraag tot hergebruik wordt ingediend met een brief, met een e-mail of, in voorkomend geval, met een webformulier bij de overheidsinstantie die het bestuursdocument bezit, en bevat al de volgende informatie:

1° de voor- en achternaam van de aanvrager;

2° het adres van de aanvrager;

3° de informatie die nodig is om het gevraagde bestuursdocument te identificeren;

4° een beschrijving van het beoogde hergebruik op basis waarvan de instantie kan oordelen of ze de nodige rechten heeft om het beoogde hergebruik voor commerciėle of niet-commerciėle doeleinden toe te staan;

5° de vorm waarin het bestuursdocument bij voorkeur ter beschikking wordt gesteld.

 

Als de aanvraag wordt ingediend bij een overheidsinstantie die het bestuursdocument niet bezit, stuurt de overheidsinstantie de aanvraag zo snel mogelijk door naar de overheidsinstantie die het document vermoedelijk bezit. De aanvrager wordt daarvan onmiddellijk op de hoogte gebracht.


Art. II.64. De overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, die een aanvraag tot hergebruik ontvangt voor een bestuursdocument dat ze in haar bezit heeft, bevestigt de ontvangst van de aanvraag uiterlijk binnen tien kalenderdagen, als ze binnen die termijn de aanvraag nog niet heeft beantwoord.

Art. II.64/1. Als de aanvraag kennelijk onredelijk is of op een te algemene wijze is geformuleerd, verzoekt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, zo spoedig mogelijk, en uiterlijk binnen twintig kalenderdagen, de aanvrager om zijn aanvraag te specificeren of te vervolledigen. De overheidsinstantie motiveert dat verzoek en geeft, als dat mogelijk is, aan welke bijkomende gegevens nodig zijn om de aanvraag te kunnen onderzoeken.

Art. II.64/2.

§ 1. De overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, onderzoekt of de aanvraag ingewilligd kan worden conform de bepalingen van dit hoofdstuk.

 

De aanvraag wordt zo snel mogelijk en uiterlijk binnen twintig kalenderdagen met een brief, met een e-mail of, in voorkomend geval, met een webformulier beantwoord.

 

Bij de kennisgeving van de beslissing wordt vermeld dat beroep kan worden ingesteld bij de beroepsinstantie, vermeld in artikel III.90, binnen de termijn, vemeld in artikel II.69, § 2.

 

§ 2. Als de aanvraag kennelijk onredelijk is als vermeld in artikel II.64/1, of op een te algemene wijze geformuleerd is, begint een nieuwe termijn van twintig kalenderdagen te lopen vanaf het moment dat de aanvrager zijn aanvraag gespecificeerd of vervolledigd heeft.

 

§ 3. Als de overheidsinstantie oordeelt dat ze de aanvraag moeilijk tijdig kan toetsen aan de uitzonderingen, deelt ze mee aan de aanvrager dat de termijn van twintig kalenderdagen, vermeld in § 1, tweede lid, verlengd wordt tot een termijn van veertig kalenderdagen.

 

De verlengingsbeslissing, vermeld in het eerste lid, vermeldt de reden of de redenen voor het uitstel.


Art. II.65.

Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, de aanvraag tot hergebruik afwijst, deelt ze de aanvrager de gronden voor de afwijzing van het verzoek mee.

 

Als de overheidsinstantie niet de nodige rechten heeft om hergebruik toe te staan, verwijst ze in haar beslissing naar de natuurlijke of rechtspersoon bij wie de intellectuele eigendomsrechten berusten, als die bekend is, of naar de licentiegever van wie de overheidsinstantie de gevraagde bestuursdocumenten heeft verkregen. Bibliotheken, met inbegrip van bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs, musea en archiefinstellingen zijn niet verplicht de aanvrager door te verwijzen.


Art. II.66.

§ 1. Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, beslist dat hergebruik toegestaan is, stelt ze in geval van onvoorwaardelijk hergebruik uiterlijk binnen de termijn van twintig kalenderdagen, vermeld in artikel II.64/2, § 1 en § 2, de bestuursdocumenten in kwestie ter beschikking van de aanvrager.

 

Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, oordeelt dat ze de gevraagde bestuursdocumenten moeilijk tijdig kan verzamelen, wordt de termijn, vermeld in het eerste lid, op veertig kalenderdagen gebracht, conform artikel II.64/2, § 3.

 

§ 2. In geval van voorwaardelijk hergebruik, bezorgt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, de bestuursdocumenten in kwestie aan de aanvrager, samen met een modellicentie als vermeld in artikel II.61, § 1, binnen de termijnen, vermeld in paragraaf 1.

 

Als de overheidsinstantie afwijkt van de modellicenties, vermeld in artikel II.61, § 1, bezorgt ze de motivering van die afwijking aan de aanvrager, samen met de voorwaarden die van toepassing zijn, conform artikel II.61, § 2.