Afdeling 3.
Aanvraagprocedure


Art. II.63. De aanvraag tot hergebruik wordt ingediend overeenkomstig artikel II.40, met dien verstande dat de aanvraag de volgende informatie bevat:
1 de voor- en achternaam van de aanvrager;
2 het adres van de aanvrager;
3 de informatie die nodig is om het gevraagde bestuursdocument te identificeren;
4 een beschrijving van het beoogde hergebruik;
5 de vorm waarin het bestuursdocument bij voorkeur ter beschikking wordt gesteld.

Art. II.64. De overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, 1, die een aanvraag tot hergebruik ontvangt voor een bestuursdocument dat ze in haar bezit heeft, behandelt deze aanvraag overeenkomstig artikel II.41, II.42 en II.43, en gaat na of het gevraagde bestuursdocument ter beschikking mag worden gesteld met toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk.

Art. II.65. Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, 1, de aanvraag tot hergebruik afwijst, deelt ze de aanvrager de gronden voor de afwijzing van het verzoek mee.

Als de overheidsinstantie niet de nodige rechten heeft om hergebruik toe te staan, verwijst ze in haar beslissing naar de natuurlijke of rechtspersoon bij wie de intellectuele eigendomsrechten berusten, als die bekend is, of naar de licentiegever van wie de overheidsinstantie de gevraagde bestuursdocumenten heeft verkregen. Bibliotheken, met inbegrip van bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs, musea en archiefinstellingen zijn niet verplicht de aanvrager door te verwijzen.

Art. II.66. 1. Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, 1, beslist dat hergebruik toegestaan is, stelt ze in geval van onvoorwaardelijk hergebruik uiterlijk binnen de termijn van twintig kalenderdagen, vermeld in artikel II.43, 1, de bestuursdocumenten in kwestie ter beschikking van de aanvrager.

Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, 1, oordeelt dat ze de gevraagde bestuursdocumenten moeilijk tijdig kan verzamelen, wordt de termijn, vermeld in het eerste lid, op veertig kalenderdagen gebracht, conform artikel II.43, 3.

2. In geval van voorwaardelijk hergebruik, bezorgt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, 1, de bestuursdocumenten in kwestie aan de aanvrager, samen met een modellicentie als vermeld in artikel II.61, 1, binnen de termijnen, vermeld in paragraaf 1.

Als de overheidsinstantie afwijkt van de modellicenties, vermeld in artikel II.61, 1, bezorgt ze de motivering van die afwijking aan de aanvrager, samen met de voorwaarden die van toepassing zijn, conform artikel II.61, 2.