Art. II.69. 1. De aanvrager kan beroep instellen tegen:
1 een afwijzende beslissing die gebaseerd is op artikel II.53, 2;
2 de beslissing waarbij het bedrag van de vergoedingen, vermeld in artikel II.59, wordt vastgesteld;
3 de beslissing waarbij de voorwaarden, vermeld in artikel II.61, worden vastgesteld;
4 het niet-naleven van de termijnen, vermeld in artikel II.66;
5 het uitblijven van een beslissing nadat de termijn waarbinnen de beslissing moest worden genomen, verstreken is.

Hij stelt dat beroep in bij de beroepsinstantie, vermeld in artikel III.90.

2. De aanvrager dient het beroep per brief, per e-mail of, in voorkomend geval, per webformulier in binnen een termijn van dertig kalenderdagen die, naargelang van het geval, ingaat op de dag nadat de beslissing verstuurd is, of op de dag nadat de uitvoeringstermijn, vermeld in artikel II.66, verstreken is.

Als de kennisgeving van de beslissing niet voldoet aan de bepalingen van artikel II.43, 1, derde lid, start de termijn om een beroep in te dienen pas vier maanden na de kennisgeving.

De termijn om beroep in te stellen neemt geen aanvang bij ontstentenis van een beslissing.

3. De aanvrager bezorgt aan de beroepsinstantie een afschrift van zijn oorspronkelijke aanvraag en de beslissing van de betrokken overheidsinstantie waartegen beroep wordt ingesteld, als er een beslissing is genomen.

Als de voormelde documenten ontbreken, dan wordt de behandelingstermijn, vermeld in artikel II.71, 1, opgeschort, tot de beroepsinstantie in het bezit is van de vereiste documenten.