Art. II.71.

§ 1. De beroepsinstantie spreekt zich uit over het beroep en brengt de aanvrager en de betrokken overheidsinstantie per brief, per e-mail of, in voorkomend geval, per webformulier binnen een termijn van dertig kalenderdagen op de hoogte van haar beslissing, conform artikel II.50, § 1.

 

§ 2. Als de beroepsinstantie oordeelt dat ze de aanvraag moeilijk tijdig kan toetsen aan de uitzonderingsgronden, vermeld in artikel II.53, § 2, of aan de bepalingen met betrekking tot het vragen van vergoedingen, vermeld in artikel II.59, of aan de voorwaarden voor hergebruik, vermeld in artikel II.61, deelt ze aan de indiener van het beroep mee dat de termijn van dertig kalenderdagen verlengd wordt tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. De verlengingsbeslissing vermeldt de reden of de redenen van het uitstel.

 

§ 3. Als de oorspronkelijke aanvraag tot hergebruik is afgewezen omdat ze kennelijk onredelijk is of op een te algemene wijze is geformuleerd, zonder dat de overheidsinstantie om specificatie of vervollediging heeft gevraagd, beschikt de beroepsinstantie zelf over de mogelijkheid om de aanvrager te verzoeken om zijn aanvraag te specificeren of te vervolledigen. De termijn van dertig kalenderdagen, vermeld in paragraaf 1, begint in dat geval te lopen vanaf het moment dat de aanvrager zijn aanvraag gespecificeerd of vervolledigd heeft.