Art. II.72. De overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, 1, verricht, voor het individuele verzoek tot hergebruik, de nieuwe noodzakelijke bestuurshandelingen die in overeenstemming zijn met de elementen waarover de beroepsinstantie zich uitgesproken heeft, binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst van de beslissing van de beroepsinstantie.

Als de beroepsinstantie oordeelt dat een afwijzende beslissing die gebaseerd is op artikel II.53, 2, ongegrond is en als de overheidsinstantie verzuimt om de noodzakelijke bestuurshandelingen te verrichten conform het eerste lid, kan de beroepsinstantie onvoorwaardelijk hergebruik als vermeld in artikel II.61, 3, toestaan, als ze de gevraagde bestuursdocumenten bezit.