Afdeling 3.
Organisatie van de klachtenbehandeling


Art. II.86. Elke overheidsinstantie, vermeld in artikel II.74, eerste lid, draagt zorg voor een behoorlijke behandeling van de klachten en richt daarvoor een klachtenvoorziening in.

De klachtenvoorziening moet zo georganiseerd zijn dat:
1░ elke klacht behandeld kan worden door een persoon die niet betrokken was bij de feiten waarop de klacht betrekking heeft;
2░ elke klachtenbehandelaar zijn opdracht onafhankelijk, neutraal en met kennis van zaken kan uitoefenen.

Het hoofd van de overheidsinstantie waarborgt dat de klachtenbehandelaars:
1░ beschermd worden tegen be´nvloeding of druk, in het bijzonder van personen die betrokken zijn bij de feiten waarop de klacht betrekking heeft;
2░ over voldoende tijd beschikken om de klachten te behandelen;
3░ niet geŰvalueerd worden op of tuchtrechtelijk vervolgd worden vanwege hun bevindingen in het onderzoek of hun oordeel over de klacht.

Art. II.87. Elke overheidsinstantie, vermeld in artikel II.74, eerste lid, brengt jaarlijks vˇˇr 10 februari een schriftelijk verslag uit bij de Vlaamse ombudsman over de binnengekomen klachten en over het resultaat van het onderzoek naar deze klachten. Voor de Vlaamse administratie wordt het verslag uitgebracht per beleidsdomein.

De Vlaamse Regering kan nadere regels opleggen over de modaliteiten van de verslaggeving.