Art. III.5. De intern verzelfstandigde agentschappen met rechtspersoonlijkheid beschikken over operationele autonomie.

Deze operationele autonomie en de wijze waarop de Vlaamse Regering in dat kader ten aanzien van het hoofd van het agentschap van haar hiėrarchisch gezag kan gebruikmaken, wordt op eenvormige wijze vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er wordt in ieder geval operationele autonomie gewaarborgd voor:
1° de vaststelling en wijziging van de organisatiestructuur van het agentschap;
2° de organisatie van de operationele processen met het oog op de realisatie van de afgesproken doelstellingen;
3° de uitvoering van het personeelsbeleid;
4° de aanwending van de ter beschikking gestelde middelen voor:
a) de werking van het agentschap;
b) de uitvoering van de doelstellingen en taken van het agentschap;
c) het sluiten van contracten om de opdrachten van het agentschap te realiseren;
5° de organisatiebeheersing binnen het agentschap.