Art. III.10. § 1. De Vlaamse Regering stelt de leden van de raad van bestuur aan conform de bepalingen van hoofdstuk 2, afdeling 2, voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar die in beginsel aanvangt zes maanden na de beėdiging van een nieuwe Vlaamse Regering na de algehele vernieuwing van het Vlaams Parlement. Als tussen de beėdiging van twee opeenvolgende regeringen minder of meer dan vijf jaar is verlopen, wordt deze termijn overeenkomstig aangepast.

Als in de loop van de termijn, vermeld in het eerste lid, een mandaat van lid van de raad van bestuur vrijkomt, stelt de Vlaamse Regering een nieuwe mandataris aan die het mandaat overneemt voor de nog resterende looptijd ervan.

In voorkomend geval wordt het mandaat van al de zittende bestuurders ambtshalve verlengd tot de Vlaamse Regering bij het verstrijken van de termijn die bepaald is overeenkomstig het eerste lid, de leden van de raad van bestuur heeft aangesteld.

§ 2. De Vlaamse Regering kan de leden van de raad van bestuur die ze heeft voorgedragen, op elk moment ontslaan.

§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de organieke regeling inzake de vergoeding van bestuurders.