Art. III.36.

1. Tenzij het anders is vermeld in deze afdeling, is deze afdeling van toepassing op de raden van bestuur van de volgende overheidsinstanties:

1 de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen;

2 de privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen;

3 de Vlaamse openbare instellingen De Watergroep, de Vlaamse Radio- en Televisieomroep, het Vlaams Fonds voor de Letteren en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek;

4 de instanties die niet vallen onder punt 1 tot en met 3 maar die voldoen aan al de volgende kenmerken:

a) ze maken deel uit van de Vlaamse deelstaatoverheid of zijn in handen van de Vlaamse deelstaatoverheid en vallen onder het exclusief toezicht van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, in overeenstemming met het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen, vermeld in verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie;

b) ze bezitten rechtspersoonlijkheid;

c) het Vlaamse Gewest, de Vlaamse Gemeenschap, de intern verzelfstandigde agentschappen met rechtspersoonlijkheid, de extern verzelfstandigde agentschappen of hun rechtstreekse of onrechtstreekse dochterondernemingen hebben minimaal de helft van de stemmen in de algemene vergadering.

De universitaire instellingen, met inbegrip van hun patrimonium, en de hogescholen vallen niet onder het toepassingsgebied.

Dochterondernemingen vallen niet onder het toepassingsgebied van onderafdeling 2 als het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap niet rechtstreeks over minimaal de helft van de stemmen beschikt in de algemene vergadering.

2. Onderafdeling 1 is ook van toepassing op de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt.