Art. III.39.

Artikel III.25, III.26, eerste lid, en III.31 zijn van overeenkomstige toepassing op de jaarlijkse bezoldiging, zitpenningen en vergoedingen van de leden van de raad van bestuur van de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.36.

 

Artikel III.32 is van overeenkomstige toepassing op de jaarlijkse bezoldiging, zitpenningen en vergoedingen van de leden van de raad van bestuur van de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.36, § 1, 1°, 2° en 3°.

 

De beperkingen aan de geldelijke voorwaarden die volgen uit de toepassing van het eerste en tweede lid gelden niet voor de bestuurders die aangesteld zijn vóór 19 januari 2014 of, in voorkomend geval, vóór de datum waarop die beperkingen van toepassing zijn op de overheidsinstantie die hen aangesteld heeft, ook niet als hun mandaat verlengd wordt na deze datum.

 

Het eerste lid is eveneens van toepassing op raden van bestuur van de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.22, eerste lid, 7°, en van het Eigen Vermogen van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen en het Eigen Vermogen Digitaal Vlaanderen.