Art. III.42.

1. De onafhankelijke bestuurder wordt aangesteld op grond van zijn deskundigheid inzake het algemeen bestuur van de betrokken overheidsinstantie, zijn specifieke deskundigheid inzake de inhoudelijke materie en het beleidsveld waarin de overheidsinstantie actief is, en zijn onafhankelijkheid ten aanzien van de deelgenoten en het dagelijks bestuur van de overheidsinstantie.

Onder deelgenoten als vermeld in het eerste lid, wordt verstaan: het Vlaamse Gewest, de Vlaamse Gemeenschap en de andere personen die participeren of vertegenwoordigd zijn in de overheidsinstantie.

2. Om de onafhankelijkheid, vermeld in paragraaf 1, te bepalen zijn de criteria van het Wetboek van Vennootschappen richtinggevend.