Onderafdeling 3.
Evenwichtige participatie van vrouwen en mannen


Art. III.44.

Om een meer evenwichtige participatie van mannen en vrouwen te bevorderen, mag ten hoogste twee derde van de stemgerechtigde leden van de raad van bestuur van de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.36, van hetzelfde geslacht zijn.

 

Dat quotum is, in voorkomend geval, afzonderlijk van toepassing op de effectieve leden en op de plaatsvervangende leden.


Art. III.45.

Als bij de aanwijzing van leden in een raad van bestuur een voordrachtprocedure gevolgd moet worden, en de voorgedragen kandidaturen het niet mogelijk maken om te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel III.44, dan moet de voordrachtprocedure hernomen worden. In voorkomend geval moeten de voordragende instanties die geen kandidaat van het ondervertegenwoordigde geslacht hadden voorgedragen, een extra kandidaat voordragen die van het ondervertegenwoordigde geslacht is.

 

Zolang een voordragende instantie niet voldoet aan die voorwaarde, blijft het mandaat open.

 

Als zes maanden nadat het mandaat vacant geworden is, nog niet aan de verplichting, vermeld in artikel III.44, voldaan is, kan de Vlaamse Regering, op voordracht van de minister onder de bevoegdheid van wie de betrokken overheidsinstantie ressorteert, het vacante mandaat invullen zonder de voordrachtprocedure te volgen.


Art. III.46.

Met behoud van de toepassing van artikel III.45 kan de Vlaamse Regering, als onmogelijk kan worden voldaan aan de voorwaarde, vermeld in artikel III.44, op gemotiveerd verzoek van de minister onder de bevoegdheid van wie de betrokken overheidsinstantie ressorteert, afwijkingen toestaan.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaraan dat verzoek moet voldoen en stelt de procedure vast.

 

Als er geen afwijking is toegestaan, beschikt de minister onder de bevoegdheid van wie de betrokken overheidsinstantie ressorteert, over een termijn van drie maanden om te voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel III.44.


Art. III.47. Behalve als conform artikel III.46 een uitzondering is toegestaan, kan een raad van bestuur alleen geldig beraadslagen en beslissen als het conform artikel III.44 samengesteld is.