Art. III.45.

Als bij de aanwijzing van leden in een raad van bestuur een voordrachtprocedure gevolgd moet worden, en de voorgedragen kandidaturen het niet mogelijk maken om te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel III.44, dan moet de voordrachtprocedure hernomen worden. In voorkomend geval moeten de voordragende instanties die geen kandidaat van het ondervertegenwoordigde geslacht hadden voorgedragen, een extra kandidaat voordragen die van het ondervertegenwoordigde geslacht is.

 

Zolang een voordragende instantie niet voldoet aan die voorwaarde, blijft het mandaat open.

 

Als zes maanden nadat het mandaat vacant geworden is, nog niet aan de verplichting, vermeld in artikel III.44, voldaan is, kan de Vlaamse Regering, op voordracht van de minister onder de bevoegdheid van wie de betrokken overheidsinstantie ressorteert, het vacante mandaat invullen zonder de voordrachtprocedure te volgen.