Art. III.49.

§ 1. Als krachtens de reglementering tot oprichting van een overheidsinstantie, vermeld in artikel III.48, een regeringscommissaris wordt aangesteld bij die instantie, is de Vlaamse Regering bevoegd voor zijn aanstelling. Voor de aanstelling gaat de Vlaamse Regering na:

1° of de kandidaat voldoende beschikbaar is om zijn functie uit te oefenen;

2° via de voorlegging van een curriculum vitae, of de kandidaat over ervaring en kennis van het bestuur en de werking van de Vlaamse overheid en van de beslissingsprocessen en -procedures beschikt;

3° of de kandidaat geen enkele strafrechtelijke veroordeling heeft opgelopen die onverenigbaar is met het mandaat van regeringscommissaris:

a) voor de kandidaat met de Belgische nationaliteit door de voorlegging van een recent uittreksel uit het strafregister en een verklaring op erewoord dat hij een dergelijke veroordeling niet heeft opgelopen;

b) voor de kandidaat die niet beschikt over de Belgische nationaliteit: door een verklaring op erewoord dat hij een dergelijke veroordeling niet heeft opgelopen;

4° of er bij de kandidaat geen rechtstreeks of onrechtstreeks functioneel of persoonlijk belangenconflict bestaat.

 

Naast de vereiste op het vlak van ervaring met en kennis van het bestuur en de werking van de Vlaamse overheid en van de beslissingsprocessen en -procedures, vermeld in het eerste lid, 2°, geldt voor de functie van inhoudelijke commissaris die de minister onder wie de betrokken overheidsinstantie ressorteert, vertegenwoordigt, ook de vereiste van specifieke kennis van de inhoudelijke materie en van het beleidsveld waarin de betrokken overheidsinstantie actief is.

 

Naast de vereiste op het vlak van ervaring met en kennis van het bestuur en de werking van de Vlaamse overheid en van de beslissingsprocessen en -procedures, vermeld in het eerste lid, 2°, geldt voor de functie van commissaris die de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiėn en de begrotingen, vertegenwoordigt, ook de vereiste van inzicht in en kennis van financiėle en budgettaire aangelegenheden.

 

§ 2. Bij ontslag of overlijden van de regeringscommissaris of als hij een onverenigbaar ambt uitoefent, vervangt de Vlaamse Regering hem zo spoedig mogelijk conform de bepalingen, vermeld in paragraaf 1.

 

De Vlaamse Regering kan een plaatsvervanger aanstellen voor het geval dat de regeringscommissaris verhinderd is.