Afdeling 4.
Adviesorganen


Onderafdeling 1.
Presentiegelden en vergoedingen voor leden van strategische adviesraden


Art. III.57.

De Vlaamse Regering stelt de presentiegelden en de vergoedingen van de leden van strategische adviesraden vast.

Artikel III.25 en III.26, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de presentiegelden en vergoedingen van de leden van de strategische adviesraden.

De beperkingen aan de geldelijke voorwaarden die volgen uit de toepassing van het tweede lid gelden niet voor de leden die benoemd zijn vr de datum van de inwerkingtreding van deze bepaling of, in voorkomend geval, vr de datum waarop die beperkingen van toepassing zijn op de strategische adviesraad waarbij ze benoemd zijn, ook niet als hun mandaat verlengd wordt na die datum.


Onderafdeling 2.
Evenwichtige participatie van vrouwen en mannen in Vlaamse adviesorganen


Art. III.58.

De bepalingen van afdeling 2, onderafdeling 3, zijn van overeenkomstige toepassing op de Vlaamse adviesorganen.

Structurele onderverdelingen van een adviesorgaan als vermeld in het eerste lid, worden ook als adviesorgaan beschouwd als ze zelf bevoegd zijn om advies te verlenen aan het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering, een Vlaamse minister of de Vlaamse administratie.