Art. III.58.

De bepalingen van afdeling 2, onderafdeling 3, zijn van overeenkomstige toepassing op de Vlaamse adviesorganen.

 

Structurele onderverdelingen van een adviesorgaan als vermeld in het eerste lid, worden ook als adviesorgaan beschouwd als ze zelf bevoegd zijn om advies te verlenen aan het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering, een Vlaamse minister of de Vlaamse administratie.