HOOFDSTUK 3.
Werking


Afdeling 1.
Planning van en rapportering over de algemene werking


Art. III.61.

§ 1. Voor de departementen en de intern verzelfstandigde agentschappen stelt de Vlaamse Regering, op voorstel van het hoofd van het departement of het intern verzelfstandigd agentschap, jaarlijks een ondernemingsplan vast.

 

Voor de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen stelt de raad van bestuur, in samenspraak met de Vlaamse Regering, jaarlijks een ondernemingsplan vast.

 

§ 2. Het ondernemingsplan omvat onder meer de beleids- en beheersdoelstellingen, zowel meerjarig als voor het komende jaar, en de operationele vertaling ervan.

 

In afwijking van het eerste lid omvat het jaarlijkse ondernemingsplan van de Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn geen meerjarige beleids- en beheersdoelstellingen.

 

§ 3. Het ondernemingsplan voor het lopende kalenderjaar wordt uiterlijk op 31 maart van dat jaar vastgesteld.


Art. III.62.

Voor de departementen, de intern verzelfstandigde agentschappen en de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen wordt jaarlijks een rapport opgesteld over de uitvoering van het ondernemingsplan conform artikel III.61, § 1.

 

Het jaarrapport omvat onder meer de status van de uitvoering van de beleids- en beheersdoelstellingen.

 

Het jaarrapport over de uitvoering van het ondernemingsplan wordt uiterlijk op 31 maart van het volgende jaar vastgesteld.


Art. III.63.

§ 1. De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen voor de inhoud, de vorm, de modaliteiten, de opvolging en de evaluatie van de ondernemingsplannen en de jaarrapporten.

 

§ 2. Uiterlijk een maand nadat ze effectief vastgesteld zijn, worden de ondernemingsplannen en de jaarrapporten van de departementen, de intern verzelfstandigde agentschappen en de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen gepubliceerd op de centrale website van de Vlaamse overheid.


Afdeling 2.
Organisatie van het communicatiebeleid


Art. III.64.

§ 1. Elke instantie van de Vlaamse administratie draagt zorg voor de organisatie van de communicatie conform de bepalingen van titel II, hoofdstuk 1, en wijst daarvoor een communicatieverantwoordelijke aan.

 

De communicatieverantwoordelijken hebben de taak om het communicatiebeleid te plannen, te realiseren en te evalueren. Ze stimuleren, coördineren en begeleiden de communicatie van hun instantie en zorgen ervoor dat die spoort met het gemeenschappelijke communicatiebeleid van de Vlaamse administratie.

 

Ze hebben tot taak toe te zien op de naleving van de normen voor overheidscommunicatie, vermeld in titel II, hoofdstuk 1, afdeling 3, binnen hun instantie.

 

Elke instantie van de Vlaamse administratie stemt het takenpakket van de communicatieverantwoordelijke en dat van de klachtenvoorziening, vermeld in titel II, hoofdstuk 5, op elkaar af met het oog op een meer geïntegreerde klantenwerking.

 

De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen voor de generieke aspecten en de coördinatie van het communicatiebeleid van de Vlaamse administratie.

 

§ 2. Elke provincieraad, gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn stelt een communicatieverantwoordelijke aan.

 

De communicatieverantwoordelijken hebben de taak om het communicatiebeleid te plannen, te realiseren en te evalueren. Ze stimuleren, coördineren en begeleiden de communicatie van hun overheid.

 

Ze hebben tot taak toe te zien op de naleving van de normen voor overheidscommunicatie, vermeld in titel II, hoofdstuk 1, afdeling 3, binnen hun instantie.


Afdeling 3.
Elektronisch bestuurlijk gegevensverkeer


Onderafdeling 1.
Algemene bepalingen


Art. III.65.

§ 1. Deze afdeling regelt het intra- en interbestuurlijke gegevensverkeer.

 

§ 2. Deze afdeling is van toepassing op de volgende overheidsinstanties:

1° de Vlaamse overheid;

2° de lokale overheden.

 

Artikel III.70 is ook van toepassing op de instellingen met een publieke taak, wat hun publieke taak betreft, en op de milieu-instanties wat hun milieuverantwoordelijkheden, -functies of -diensten betreft.

 

§ 3. In deze afdeling wordt verstaan onder:

1° metagegevens: documentatie die beschrijft wat de inhoud en de frequentie van actualisering van de authentieke gegevensbron is, en op welke technische wijze die bron benaderd en ontsloten kan worden;

2° testgegevens: een kopie van de authentieke gegevensbron waarvan de omvang beperkt is, die technisch dezelfde kenmerken als de authentieke gegevensbron heeft, maar die uit anonieme, geanonimiseerde of fictieve gegevens bestaat;

3° stuurorgaan: het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in artikel III.74.


Onderafdeling 2.
Authentieke gegevensbronnen


Art. III.66.

§ 1. De Vlaamse Regering erkent, op voorstel van het stuurorgaan, als authentieke gegevensbron de meest volledige, kwalitatief hoogstaande verzamelingen van gegevens die op elektronische wijze worden bijgehouden, en die voor de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, nuttig of noodzakelijk zijn bij de uitvoering van de taken van algemeen belang waarmee ze zijn belast of bij de uitvoering van de verplichtingen die op hen rusten.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden om als een authentieke gegevensbron te worden erkend.

 

§ 2. De Vlaamse Regering kan, op voorstel van het stuurorgaan, kandidaat authentieke gegevensbronnen aanwijzen. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de aanpassingen die noodzakelijk zijn om te evolueren naar een erkende authentieke gegevensbron, worden gefinancierd.

 

§ 3. De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen voor de toepassing van dit artikel.


Art. III.67.

§ 1. Bij elke erkenning als authentieke gegevensbron bepaalt de Vlaamse Regering welke overheidsinstantie de betreffende gegevensbron beheert en kan ze bepalen onder welke voorwaarden en op welke wijze de gegevens worden verwerkt.

 

De overheidsinstanties die authentieke gegevensbronnen beheren, zijn verantwoordelijk voor de instandhouding, de terbeschikkingstelling, de veiligheid, de toegang en het gebruik van de authentieke gegevensbron en van de gegevens van de authentieke gegevensbron in kwestie. Ze kunnen daarvoor zelf of via gegevensinitiatoren als vermeld in paragraaf 2, gegevens bij de burger opvragen.

 

§ 2. De Vlaamse Regering kan de modaliteiten voor samenwerking tussen gegevensinitiatoren en de overheidsinstanties die authentieke gegevensbronnen beheren nader bepalen en daarbij verplichtingen opleggen.

 

Onder gegevensinitiator wordt verstaan een overheidsinstantie, vermeld in artikel III.65, § 2, of een derde die exclusieve eindverantwoordelijkheid heeft voor het bijhouden van de levensloop of een of meer eigenschappen van een object.


Onderafdeling 3.
Rechten en verplichtingen


Art. III.68.

De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, moeten de gegevens die ze nodig hebben voor de uitvoering van de taken van algemeen belang waarmee ze zijn belast of voor de uitvoering van de verplichtingen die op hen rusten, opvragen bij gegevensbronnen als vermeld in artikel III.66, § 1. De Vlaamse Regering kan daarbij per voormelde gegevensbron en per overheidsinstantie of groep van overheidsinstanties een tijdschema vastleggen na advies van het stuurorgaan.

 

De Vlaamse Regering stelt vast, op voorstel van het stuurorgaan, welke gegevensbronnen die een externe overheid beheert, de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, moeten raadplegen voor de uitvoering van de taken van algemeen belang waarmee ze zijn belast, of voor de uitvoering van de verplichtingen die op hen rusten. De Vlaamse Regering kan daarbij per voormelde gegevensbron en per overheidsinstantie of groep van overheidsinstanties een tijdschema vastleggen na advies van het stuurorgaan.

 

De Vlaamse Regering kan met de externe overheden de nodige akkoorden sluiten zodat de gegevens die in die voormelde gegevensbronnen opgenomen zijn, kunnen worden gebruikt.


Art. III.69.

Alleen als er geen verplicht te gebruiken gegevensbron bestaat, kunnen de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, gegevens bij de burger opvragen.

 

De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van het stuurorgaan, de datum vanaf wanneer de burgers gerechtigd zijn om, zonder verlies van rechten, te weigeren bepaalde gegevens als vermeld in artikel III.68, eerste en tweede lid, ter beschikking te stellen van de overheidsinstantie. De Vlaamse Regering bepaalt daarbij telkens nader onder welke voorwaarden het weigeringsrecht wordt toegestaan en welke gevolgen het weigeringsrecht voor de betrokken burger en voor de betrokken overheidsinstantie heeft.


Art. III.70.

§ 1. De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, zijn in ieder geval verplicht:

1° persoonsgegevens te verwerken overeenkomstig de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens;

2° bij iedere nieuwe toepassing van het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer vooraf adequate technische en organisatorische maatregelen in te bouwen voor de naleving van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens;

3° op elk moment te waken over de kwaliteit en de veiligheid van gegevens en alle maatregelen te treffen om een perfecte bewaring van persoonsgegevens te garanderen.

 

§ 2. De elektronische mededeling van gegevens uit gegevensbronnen als vermeld in artikel III.66, § 1, aan andere overheidsinstanties als vermeld in artikel III.65, § 2, is kosteloos.

 

De Vlaamse Regering kan regels bepalen om de kosten voor de elektronische mededeling van die gegevens aan externe overheden aan te rekenen.


Art. III.71.

§ 1. De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, stellen de metagegevens van de gegevensbronnen, vermeld in artikel III.66, § 1, kosteloos en publiekelijk open, zonder evenwel inbreuk te plegen op de intellectuele rechten en de confidentialiteitsverplichtingen die met die gegevensbronnen samenhangen, en zonder informatie bekend te maken die ongeoorloofde toegang of ongeoorloofd gebruik van de gegevensbronnen mogelijk maakt of de integriteit ervan in gevaar brengt.

 

Ze stellen testgegevens ter beschikking overeenkomstig titel II, hoofdstuk 4.

 

§ 2. Om te verhinderen dat misbruik wordt gemaakt van de metagegevens of de testgegevens, kan de Vlaamse Regering nadere bepalingen uitvaardigen over de registratie van de raadpleging van de metagegevens en het gebruik van de testgegevens.


Art. III.72.

De bestuursdocumenten die vatbaar zijn voor hergebruik als vermeld in artikel II.55, worden tussen de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, kosteloos uitgewisseld met het oog op de vervulling van hun publieke taak. Op eenvoudig verzoek van een overheidsinstantie bezorgt de overheidsinstantie die de gevraagde bestuursdocumenten bezit, de betreffende bestuursdocumenten aan de vragende overheidinstantie, en als dat mogelijk en passend is, in een open en machinaal leesbaar formaat.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de bezorging van bestuursdocumenten, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering kan regels bepalen om de kosten voor de bezorging van bestuursdocumenten aan externe overheden met het oog op de vervulling van hun publieke taak aan te rekenen.


Art. III.73.

Als de ontvangende overheidsinstantie vaststelt dat de gegevens in de ontvangen bestuursdocumenten onnauwkeurig, onvolledig of onjuist zijn, is ze verplicht dat onmiddellijk te melden aan de overheidsinstantie die de bestuursdocumenten in kwestie beheert.

 

De Vlaamse Regering kan de regels voor die melding bepalen.


Afdeling 4.
Stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid


Art. III.74.

Er wordt een stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid opgericht.

 

Het stuurorgaan heeft, binnen de krijtlijnen van het strategische plan van de Vlaamse Regering, vermeld in artikel III.78, de volgende opdrachten:

1° afspraken maken en maatregelen nemen opdat het strategische plan, vermeld in artikel III.78, door de Vlaamse administratie wordt uitgevoerd;

2° initiatief nemen ter bevordering en ter bestendiging van de digitale dienstverlening;

3° aan de Vlaamse Regering alle nuttige maatregelen voorstellen die kunnen bijdragen tot een veilige en vertrouwelijke behandeling van persoonsgegevens of tot administratieve vereenvoudiging en digitalisering;

4° beraadslagen over alle relevante overkoepelende en entiteitsoverschrijdende aspecten van het inzetten van ICT-oplossingen die gebruikt worden binnen de processen van de Vlaamse administratie;

5° overleg plegen met het Voorzitterscollege, opgericht bij de beslissing van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2014.

 

Het stuurorgaan organiseert op regelmatige tijdstippen een overleg met de verschillende belanghebbenden om de eenvormigheid in beraadslagingen na te streven ter bevordering en bestendiging van de samenwerking tussen de Vlaamse administratie, lokale overheden en externe overheden op het vlak van het informatie- en het ICT-beleid.

 

Het stuurorgaan stelt, binnen de krijtlijnen van het strategische plan, vermeld in artikel III.78, technische voorschriften en richtlijnen voor de Vlaamse administratie en de lokale overheden vast over de aanmaak, het beheer, de uitwisseling, het gebruik, het hergebruik en de archivering van de gegevens en diensten van de Vlaamse administratie en de lokale overheden met het oog op de realisatie van een efficiënt en interoperabel gebruik van gegevens.


Art. III.75.

Het stuurorgaan staat het agentschap Informatie Vlaanderen in zijn hoedanigheid van dienstenintegrator bij in de vervulling van zijn opdrachten, en formuleert daarbij voorstellen en aanbevelingen.

 

Het stuurorgaan brengt advies uit over:

1° de mogelijke ontsluiting via de Vlaamse dienstenintegrator, vermeld in artikel 3 van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator, en de geografische data-infrastructuur, vermeld in artikel 12 van het GDI-decreet van 20 februari 2009, van gegevensbronnen of authentieke gegevensbronnen en diensten;

2° de mogelijke aanpassing van de gegevensbronnen zodat, als dat mogelijk is, alleen authentieke gegevens worden ontsloten en als dusdanig kunnen worden erkend;

3° de optimalisering binnen de Vlaamse overheid en de lokale overheden van de aanmaak, het gebruik, het beheer van en de uitwisseling tussen gegevensbronnen en authentieke gegevensbronnen;

4° een gestructureerde aanpak bij de uitbouw van een stelsel van Vlaamse authentieke gegevensbronnen, met inbegrip van het promoten, begeleiden en coördineren van Vlaamse authentieke gegevensbronnen bij de Vlaamse overheid en de lokale overheden;

5° het gebruik van verwijzingen naar het gegeven in de gegevensbron of de authentieke gegevensbron voor gegevens die geheel of gedeeltelijk overlappen met een authentiek gegeven in een authentieke gegevensbron;

6° het vastleggen van regels voor de gegevensbron of de authentieke gegevensbron inzake de voorwaarden voor raadpleging door of mededeling van bepaalde gegevens.


Art. III.76.

Het stuurorgaan is samengesteld uit de volgende leden:

1° een vertegenwoordiger van N-niveau of N-1-niveau per beleidsdomein als vermeld in artikel III.1, op voorstel van de managementcomités van de respectieve beleidsdomeinen;

2° drie vertegenwoordigers van de lokale overheden, van wie één vertegenwoordiger van de provincies en twee vertegenwoordigers van de gemeenten;

3° een vertegenwoordiger van het agentschap Facilitair Bedrijf;

4° een vertegenwoordiger van het agentschap Informatie Vlaanderen;

5° twee externe innovators. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de aanstelling van die externe innovators en de vereisten waaraan ze moeten voldoen;

6° een vertegenwoordiger van de Vlaamse minister, bevoegd voor het informatiebeleid;

7° een vertegenwoordiger van de Vlaamse minister, bevoegd voor het IT-beleid.

 

De Vlaamse Regering kan de samenstelling, vermeld in het eerste lid, verder uitbreiden.

 

De leden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 5°, zijn effectief stemgerechtigde leden. De leden, vermeld in het eerste lid, 6° en 7°, zijn waarnemende leden met raadgevende stem.

 

Op de wijze, vermeld in het eerste lid, wordt voor elke vertegenwoordiger in een plaatsvervangend lid voorzien. De plaatsvervanger van de voorzitter is een van de vertegenwoordigers, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°.

 

Het lidmaatschap van het stuurorgaan is onverenigbaar met een mandaat in het Europees Parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement, het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, de provincieraad, de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn, met het ambt van minister, staatssecretaris, gouverneur, burgemeester en met het lidmaatschap van een deputatie of een schepencollege.

 

De Vlaamse Regering kan de leden van het stuurorgaan ontslaan op eigen verzoek of om ernstige redenen.


Art. III.77. De Vlaamse Regering bepaalt de werking van het secretariaat dat belast is met de administratieve ondersteuning en de organisatie van het stuurorgaan en zijn werkgroepen, omschrijft, zo nodig, nader zijn bevoegdheden, bepaalt de nadere regels voor de werking en benoemt de voorzitter en de leden voor een termijn van vijf jaar, met uitzondering van de externe innovators, vermeld in artikel III.76, eerste lid, 5°, die voor een termijn van twee jaar worden benoemd.

Art. III.78.

De Vlaamse Regering bepaalt de strategie en de prioriteiten op het vlak van het informatie- en het ICT-beleid met een strategisch plan en voorziet in bindende afspraken binnen de Vlaamse administratie zelf, en om interoperabiliteit te bewerkstelligen tussen de Vlaamse administratie en de lokale overheden.

 

Het strategische plan kan de volgende informatie bevatten:

1° alle nuttige maatregelen die kunnen bijdragen tot een veilige en vertrouwelijke behandeling van persoonsgegevens of tot administratieve vereenvoudiging en digitalisering;

2° de regels voor de aanmaak, het beheer, de uitwisseling, het gebruik, het hergebruik en de archivering van de gegevens en diensten van de Vlaamse admi-nistratie en de lokale overheden met het oog op de realisatie van een efficiënt en interoperabel gebruik van gegevens;

3° beslissingen over entiteitsoverschrijdende aspecten van het inzetten van ICT-oplossingen die gebruikt worden binnen de processen van de Vlaamse admi-nistratie.


Afdeling 5.
Beheren, bewaren en vernietigen van bestuursdocumenten


Onderafdeling 1.
Algemene bepaling


Art. III.79.

§ 1. Tenzij het anders wordt vermeld in deze afdeling, is deze afdeling van toepassing op de volgende overheidsinstanties:

1° de Vlaamse administratie;

2° de Vlaamse administratieve rechtscolleges;

3° de Vlaamse adviesorganen;

4° de Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie, behalve wat artikel III.84 betreft;

5° de lokale overheden, behalve wat artikel III.83, § 2, III.84 en III.88, § 2, betreft.

 

§ 2. Deze afdeling is van toepassing op de bestuursdocumenten die de overheidsinstanties, vermeld in paragraaf 1, bezitten, met uitzondering van de bestuursdocumenten van de lokale overheden die geen intergemeentelijke samenwerkingsverbanden zijn, als die bestuursdocumenten geen nut meer hebben voor de administratie of als ze betrekking hebben op federale aangelegenheden.


Onderafdeling 2.
Zorg en beheer


Art. III.80. De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.79, § 1, dragen de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het beheren en bewaren van de bestuursdocumenten die ze hebben opgemaakt of ontvangen naar aanleiding van hun activiteiten of taken of ter handhaving van hun rechten, of die zij hebben verworven van derden, gedurende de volledige levenscyclus van de creatie, verwerving of ontvangst tot aan de eventuele vernietiging.

Art. III.81.

§ 1. De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.79, § 1, beheren en bewaren de bestuursdocumenten die onder hun bestuurlijke verantwoordelijkheid vallen in goede, geordende en toegankelijke staat.

 

§ 2. Het beheer en de bewaring van bestuursdocumenten wordt vastgelegd in beheersregels.

 

De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.79, § 1, wijzen een verantwoordelijke aan die de beheersregels vastlegt, opvolgt en uitvoert.

 

Elke overheidsinstantie waakt erover dat de beheersregels toegepast en geëvalueerd worden, overeenkomstig hun eigen systeem van interne controle.

 

§ 3. De Vlaamse Regering stelt de nadere bepalingen vast met betrekking tot de beheersregels en regelt de taken, de deskundigheid en de deontologische code van de verantwoordelijke.


Art. III.82.

§ 1. De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.79, § 1, maken de categorieën van bestuursdocumenten bekend waarvoor ze de bestuurlijke verantwoordelijkheid dragen.

 

Het eerste lid is ook van toepassing op de bestuursdocumenten die de overheidsinstantie verworven heeft van een derde en die door de wilsuiting van die derde niet of beperkt openbaar gemaakt mogen worden.

 

§ 2. De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.79, § 1, publiceren de categorieën van bestuursdocumenten waarvoor ze de bestuurlijke verantwoordelijkheid dragen en de selectieregels in het centrale register van de Vlaamse overheid.

 

§ 3. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor dat register en kan bepalen onder welke voorwaarden afgeweken kan worden van de publicatie in het centrale register.


Art. III.83.

§ 1. De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de bestuursdocumenten van opgeheven, ontbonden of samengevoegde overheidsinstanties wordt overgedragen aan de rechtsopvolger.

 

De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor bestuursdocumenten van overheidsinstanties die opgeheven of ontbonden worden zonder rechtsopvolger, wordt overgedragen aan de overheidsinstantie die is aangewezen bij de ontbinding.

 

Overheidsinstanties die gesplitst worden dragen de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor hun bestuursdocumenten over aan de overheidsinstantie die verantwoordelijk wordt voor de taken waaruit de desbetreffende bestuursdocumenten voortvloeien.

 

§ 2. Als een overheidsinstantie opgeheven of ontbonden is zonder dat een rechtsopvolger of verantwoordelijke instantie aangewezen is, of als een van haar taken is stopgezet, worden de bestuursdocumenten en de bestuurlijke verantwoordelijkheid daarvoor overgedragen aan het depot, vermeld in artikel III.84.

 

In afwijking van het eerste lid, wordt voor de Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie en die ontbonden zijn zonder dat een rechtsopvolger of verantwoordelijke instantie aangewezen is, of waarvan een van de taken is stopgezet, de overheidsinstantie die bestuurlijk verantwoordelijk wordt voor de bestuursdocumenten aangewezen door de Vlaamse Regering, na advies van het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in artikel III.74.

 

§ 3. De Vlaamse Regering kan nadere bepalingen vaststellen voor de rechtsopvolging en de overdracht van bestuursdocumenten die daarmee gepaard gaat.


Art. III.84.

De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.79, § 1, dragen hun bestuursdocumenten waarvan de bewaartermijn, vermeld in artikel III.87, § 1, 2°, verstreken is en waarvan de definitieve bestemming, vermeld in artikel III.87, § 1, 3°, permanente bewaring is, over aan het depot dat de Vlaamse Regering daarvoor aangewezen heeft.

 

De instanties van de Vlaamse administratie zijn verplicht hun bestuursdocumenten die administratief zijn afgehandeld, onmiddellijk over te dragen aan het depot, vermeld in het eerste lid.

 

De Vlaamse Regering stelt de nadere bepalingen vast inzake de kwaliteitscriteria van het depot en de procedures voor de overdracht van bestuursdocumenten aan het depot.


Art. III.85.

De Vlaamse Regering kan een externe audit van het beheer en de bewaring van bestuursdocumenten bij de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.79, § 1, uitvoeren.

 

De Vlaamse Regering stelt de nadere bepalingen vast voor de werking, de financiering en de periodiciteit van de audit.


Onderafdeling 3.
Ondersteuning


Art. III.86.

De Vlaamse Regering zorgt in het kader van de ondersteuning van de toepassing van deze afdeling voor de uitoefening van de volgende taken:

1° de administratieve ondersteuning van de selectiecommissies, vermeld in artikel III.88, § 1;

2° het bevorderen en organiseren van kennisdeling;

3° het verlenen van advies;

4° het ontwikkelen van een instrumentarium;

5° het beheren van het register, vermeld in artikel III.82, § 2.

 

De Vlaamse Regering kan de taken, vermeld in het eerste lid, concretiseren of aanvullen.


Onderafdeling 4.
Selectie en vernietiging


Art. III.87.

§ 1. Voor elke categorie van bestuursdocumenten worden selectieregels opgesteld die minstens de volgende gegevens bevatten:

1° een betekenisvolle naam en omschrijving;

2° het administratieve of juridische nut, verduidelijkt door een bewaartermijn met bijbehorende motivering;

3° de aanduiding van de waarde voor het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden, verduidelijkt door de definitieve bestemming, die ofwel een vernietiging ofwel een permanente bewaring inhoudt, met bijbehorende motivering.

 

De selectiecommissie, vermeld in artikel III.88, § 1, kan beslissen dat de selectieregels meer gegevens moeten bevatten.

 

§ 2. De selectieregels hebben uitwerking vanaf de bekendmaking ervan in het register, vermeld in artikel III.82, § 2.

 

§ 3. De bekendgemaakte selectieregels zijn geldig voor de duur van ten hoogste vijf jaar of tot op het moment dat de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor bestuursdocumenten overgedragen wordt conform artikel III.83.

 

§ 4. De Vlaamse Regering stelt de nadere bepalingen vast voor de opmaak, de goedkeuring en de onderlinge consistentie van de selectieregels.


Art. III.88.

§ 1. De Vlaamse Regering richt een selectiecommissie op voor de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.79, § 1, 1°, 2°, 3° en 4°, en kan een of meer selectiecommissies oprichten voor de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.79, § 1, 5°. Deze selectiecommissies zijn belast met het opstellen en actualiseren of goedkeuren van de selectieregels.

 

§ 2. Voor de categorieën van bestuursdocumenten die betrekking hebben op activiteiten of taken die toegewezen zijn aan een overheidsinstantie, stelt de overheidsinstantie, in samenwerking met de selectiecommissie, de selectieregels op.

 

§ 3. De Vlaamse Regering stelt de nadere bepalingen vast voor de samenstelling en de werking van de opgerichte selectiecommissies en stelt de vergoedingen van de leden ervan vast.


Art. III.89.

§ 1. De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.79, § 1, kunnen bestuursdocumenten alleen vernietigen conform de toepasselijke bekendgemaakte selectieregels.

 

§ 2. Tot op het moment dat selectieregels als vermeld in artikel III.87 worden bekendgemaakt, blijven de selectielijsten, vermeld in artikel 5 van de Archiefwet van 24 juni 1955 of in artikel 11 van het Archiefdecreet van 9 juli 2010, gelden en kunnen de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.79, § 1, bestuursdocumenten vernietigen conform de selectielijsten.

 

De selectielijsten, vermeld in het eerste lid, verliezen hun geldigheid vijf jaar na de inwerkingtreding van deze bepaling.

 

§ 3. Bestuursdocumenten waarvoor geen selectieregels als vermeld in artikel III.87, of geldige selectielijsten als vermeld in paragraaf 2, bekendgemaakt zijn, kunnen alleen vernietigd worden met toestemming van de bevoegde selectiecommissie.

 

De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor die procedure.

 

§ 4. De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.79, § 1, houden van de vernietiging van bestuursdocumenten een gedateerde verklaring bij die ten minste een specificatie van de vernietigde bestuursdocumenten bevat en een verwijzing naar de bepaling die de vernietiging toelaat.

 

De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de inhoud en de bekendmaking van deze verklaring.


Afdeling 6.
Beroepsinstantie openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie


Art. III.90.

Er wordt een beroepsinstantie opgericht, samengesteld uit personeelsleden van de Vlaamse administratie of van de lokale overheden, die belast is met het behandelen van beroepen over:

1° de toegang tot bestuursdocumenten als vermeld in artikel II.48;

2° het hergebruik van overheidsinformatie als vermeld in artikel II.69.

 

De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast met betrekking tot de samenstelling en de werkwijze van de beroepsinstantie.


Art. III.91.

De beroepsinstantie oefent haar taak volledig onafhankelijk en neutraal uit.

 

De leden van de beroepsinstantie:

1° worden beschermd tegen beïnvloeding of druk, in het bijzonder van personen die betrokken zijn bij het bestuursdocument waarop het beroep betrekking heeft;

2° beschikken over voldoende tijd om de beroepen te behandelen;

3° worden niet geëvalueerd op of tuchtrechtelijk vervolgd vanwege hun bevindingen in het onderzoek of hun oordeel over het beroep.


Art. III.92. De beroepsinstantie bezorgt jaarlijks aan de Vlaamse Regering een verslag over de beroepen die zijn ingesteld en inzake de toepassing van de bepalingen over toegang tot bestuursdocumenten.

Afdeling 7.
Strategische adviesraden


Onderafdeling 1.
Taakomschrijving strategische adviesraden


Art. III.93.

Een strategische adviesraad is een permanent orgaan, opgericht bij decreet, dat tot taak heeft om het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering of de individuele ministers te adviseren over strategische beleidsaangelegenheden.

 

Het oprichtingsdecreet bepaalt de wijze van samenstelling, de opdracht en het werkterrein, de werking en het toezicht. Voor wat niet in het oprichtingsdecreet bepaald is, gelden de bepalingen van deze afdeling.


Art. III.94.

§ 1. Een strategische adviesraad heeft de volgende opdrachten:

1° de maatschappelijke ontwikkelingen volgen en interpreteren;

2° bijdragen tot het vormen van een beleidsvisie;

3° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over de hoofdlijnen van het beleid;

4° advies uitbrengen over voorontwerpen van decreet;

5° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over voorstellen van decreet;

6° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over ontwerpen van besluit van de Vlaamse Regering;

7° reflecties leveren over de bij het Vlaams Parlement ingediende beleidsnota's;

8° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over conceptnota's, groen- en witboeken;

9° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over ontwerpen van samenwerkingsakkoord die de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest wil sluiten met de staat of met andere gemeenschappen en gewesten;

10° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over beleidsvoornemens, beleidsplannen en regelgeving die voorbereid wordt op het niveau van de Europese Unie, en over internationale verdragen die voorbereid worden.

 

§ 2. De leden van de Vlaamse Regering zijn verplicht om advies te vragen aan de strategische adviesraad, die bevoegd is voor de betrokken beleidsmaterie, over een voorontwerp van decreet of een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering dat van strategisch belang is. Ze kunnen dat advies vragen vóór de Vlaamse Regering collegiaal beraadslaagd heeft over het voorontwerp van decreet of ontwerp van besluit.

 

Onder ontwerpen van besluit van de Vlaamse Regering die van strategisch belang zijn, wordt verstaan: ontwerpen van reglementair of organiek besluit die uitvoering geven aan de inhoud van een decreet en waarvan de Vlaamse Regering beslist dat het basisuitvoeringsbesluiten zijn.

 

De verplichting, vermeld in het eerste lid, geldt niet voor voorontwerpen van decreet houdende instemming met internationale verdragen.

 

§ 3. De Vlaamse Regering geeft duiding en toelichting aan de strategische adviesraad over het gevolg dat ze aan de adviezen geeft, vermeld in paragraaf 2.

 

§ 4. De strategische adviesraden publiceren hun adviezen op hun website.


Onderafdeling 2.
Samenstelling


Art. III.95. Een strategische adviesraad wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van het maatschappelijke middenveld binnen het werkterrein van de adviesraad, in voorkomend geval, aangevuld met onafhankelijke deskundigen binnen het werkterrein van de adviesraad en vertegenwoordigers van de lokale overheden.

Art. III.96.

§ 1. De Vlaamse Regering benoemt de leden van de strategische adviesraden voor een termijn van vier jaar. Vertegenwoordigers van het maatschappelijke middenveld worden benoemd op voordracht van representatieve middenveldorganisaties. Onafhankelijke deskundigen worden benoemd na een openbare oproep tot kandidaatstelling. Vertegenwoordigers van lokale overheden worden benoemd op voordracht van de Vereniging van Vlaamse Provincies of van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten.

 

§ 2. Onder de leden van de strategische adviesraad wordt een voorzitter aangewezen, hetzij door de Vlaamse Regering, hetzij door de leden van de adviesraad.

 

Als de strategische adviesraad rechtspersoonlijkheid heeft, wordt de raad in rechte vertegenwoordigd door de voorzitter, onverminderd de mogelijkheid tot delegatie van die bevoegdheid.


Art. III.97.

Leden van strategische adviesraden oefenen hun functie uit in volledige onafhankelijkheid van de Vlaamse overheid.

 

Het lidmaatschap van een strategische adviesraad of van een werkcommissie als vermeld in artikel III.99, is onverenigbaar met:

1° een mandaat in het Europees Parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement en het Brussels Hoofdstedelijk Parlement;

2° het ambt van minister, staatssecretaris of kabinetslid;

3° het ambt van personeelslid van een departement of agentschap van de Vlaamse overheid, dat in een hiërarchische verhouding staat tot de minister die bevoegd is voor de betrokken strategische adviesraad;

4° het ambt van personeelslid van het Vlaams Parlement of van de instellingen die verbonden zijn aan het Vlaams Parlement;

5° het ambt van personeelslid van de strategische adviesraad.


Art. III.98. De Vlaamse Regering kan leden van strategische adviesraden ontslaan op eigen verzoek of om ernstige redenen. Vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld kunnen alleen ontslagen worden op verzoek van de representatieve middenveldorganisatie. Vertegenwoordigers van lokale overheden kunnen alleen ontslagen worden op verzoek van de Vereniging van Vlaamse Provincies of van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten.

Onderafdeling 3.
Werking strategische adviesraden


Art. III.99. Een strategische adviesraad regelt zijn interne werking, met behoud van de toepassing van artikel III.103, § 1, eerste lid, en kan ter voorbereiding van adviezen werkcommissies instellen.

Art. III.100.

Een strategische adviesraad beschikt over een eigen secretariaat dat onder het gezag van de strategische adviesraad wordt geleid door een secretaris.

 

Het secretariaat, vermeld in het eerste lid, staat in voor de administratieve, logistieke en inhoudelijke ondersteuning van de strategische adviesraad.


Art. III.101. Een strategische adviesraad beschikt over een jaarlijkse toelage.

Art. III.102.

De leden van de Vlaamse Regering stellen de strategische adviesraad uit eigen beweging of op zijn verzoek alle informatie ter beschikking die noodzakelijk is voor de adviesopdracht.

 

Tussen de Vlaamse Regering en de strategische adviesraad worden structurele afspraken gemaakt over de informatie-uitwisseling en andere samenwerkingsmodaliteiten bij het begin van elke regeerperiode.


Art. III.103.

§ 1. Een strategische adviesraad beraadslaagt collegiaal over de uit te brengen adviezen, volgens de procedure van de consensus.

 

Als er geen consensus kan worden bereikt, wordt gestemd en wordt de stemmenverhouding in het advies vermeld. Er kan een minderheidsnota bij het advies worden gevoegd.

 

§ 2. De strategische adviesraden verstrekken adviezen binnen een termijn van dertig kalenderdagen nadat ze de adviesaanvraag hebben ontvangen of binnen de bijkomende termijn die door de adviesaanvrager werd verleend, met behoud van artikel III.104, § 3, derde lid.

 

In geval van spoed, die met redenen wordt omkleed, kan de aanvrager van het advies de termijn inkorten. De termijn mag echter nooit minder dan tien werkdagen bedragen.


Art. III.104.

§ 1. Strategische adviesraden kunnen onderling samenwerken en gezamenlijk advies uitbrengen. Ze kunnen ook samenwerken met andere adviesorganen.

 

§ 2. Strategische adviesraden kunnen externe experten, betrokkenen of personeelsleden van de Vlaamse administratie verzoeken informatie te verschaffen ter voorbereiding van een advies.

 

§ 3. Strategische adviesraden kunnen ter voorbereiding van een advies een open consultatie organiseren.

 

In dat geval kondigen ze deze consultatie minstens aan via het consultatieportaal, vermeld in artikel II.8.

 

Als aan strategische adviesraden gevraagd wordt een open consultatie te organiseren ter voorbereiding van een advies, wordt de adviestermijn met de termijn van deze open consultatie verlengd.

 

§ 4. Strategische adviesraden geven aan op welke informatie ze hun advies gebaseerd hebben en welke externe experten, betrokkenen of personeelsleden van de Vlaamse administratie ze geraadpleegd hebben.


Onderafdeling 4.
Programmering en verslaggeving


Art. III.105. Een strategische adviesraad stelt zijn werkprogramma vast in overleg met de Vlaamse Regering.

Art. III.106. Een strategische adviesraad brengt jaarlijks verslag uit van zijn werkzaamheden en publiceert dat op zijn website.

Afdeling 8.
Organisatie van het statistiekbeleid


Art. III.107.

§ 1. Deze afdeling is van toepassing op de volgende overheidsinstanties:

1° de departementen;

2° de intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid;

3° de intern verzelfstandigde agentschappen met rechtspersoonlijkheid;

4° de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen;

5° de Vlaamse Gemeenschapscommissie;

6° de gemeenten en de provincies;

7° de Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie;

8° de administratieve diensten van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs;

9° het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek;

10° de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt.

 

§ 2. Onder Vlaamse openbare statistieken wordt verstaan: de statistieken die de overheidsinstanties, vermeld in paragraaf 1, ontwikkelen, produceren en verspreiden, die relevant en nodig zijn bij de uitwerking, uitvoering, opvolging of evaluatie van het Vlaamse beleid of die tegemoet komen aan verplichtingen die zijn opgelegd door het Interfederaal Instituut voor Statistiek of internationale statistiekinstellingen en die publiek beschikbaar zijn als open data.


Art. III.108.

De Vlaamse Regering wijst de Vlaamse Statistische Autoriteit aan die belast wordt met de coördinatie van de ontwikkeling, productie en verspreiding van de Vlaamse openbare statistieken en de kwaliteitszorg ervan. De Vlaamse Statistische Autoriteit is wetenschappelijk en professioneel onafhankelijk.

 

Deze dienst treedt op als Vlaamse Statistische Autoriteit als vermeld in artikel 36 van het samenwerkingsakkoord van 15 juli 2014 tussen de federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende nadere regels voor de werking van het Interfederaal Instituut voor Statistiek, van de raad van bestuur en de wetenschappelijke comités van het Instituut voor de Nationale Rekeningen.


Art. III.109.

§ 1. De Vlaamse openbare statistieken moeten relevant, nauwkeurig en betrouwbaar, actueel en stipt, toegankelijk en duidelijk, vergelijkbaar en coherent zijn.

 

§ 2. Vlaamse openbare statistieken worden ontwikkeld, geproduceerd en verspreid op basis van onpartijdigheid en objectiviteit, kostenefficiëntie, wetenschappelijke en professionele onafhankelijkheid, met gebruik van degelijke methoden en passende statistische procedures en met respect voor de statistische geheimhouding.

 

De ontwikkeling, productie en verspreiding mogen geen onevenredige lasten met zich brengen. De respondenten worden zo weinig mogelijk belast.


Art. III.110.

De Vlaamse Statistische Autoriteit draagt er zorg voor dat de Vlaamse openbare statistieken worden ontwikkeld, geproduceerd en verspreid conform artikel III.109.

 

De Vlaamse Statistische Autoriteit voert een grondige en systematische kwaliteitsmonitoring uit op de ontwikkeling, productie en verspreiding van de Vlaamse openbare statistieken en kan methodologische aanbevelingen geven.


Art. III.111.

De Vlaamse Regering stelt jaarlijks het statistische programma vast waarin de planning en afspraken worden vastgelegd voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van de Vlaamse openbare statistieken. De Vlaamse Statistische Autoriteit coördineert het proces van de voorbereiding en opvolging van het statistische programma.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het statistische programma voor de Vlaamse openbare statistieken wordt opgesteld.


Art. III.112. De Vlaamse Statistische Autoriteit bereidt met de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.107, § 1, standpunten voor internationale statistiekfora voor en verdedigt die in het Interfederaal Instituut voor Statistiek.

Art. III.113.

Om de opdrachten, vermeld in artikel III.110 tot en met III.112, te kunnen uitoefenen, is de Vlaamse Statistische Autoriteit bevoegd om:

1° de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.107, § 1, te verplichten mee te werken aan het opstellen van het statistische programma en de statistieken te ontwikkelen, te produceren en te verspreiden ter uitvoering van het statistische programma voor de Vlaamse openbare statistieken;

2° natuurlijke personen of rechtspersonen, als dat nodig is, te verplichten deel te nemen aan statistische onderzoekingen ter uitvoering van het statistische programma;

3° toegang te krijgen tot alle informatie en documenten, ongeacht de drager ervan, waarover de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.107, § 1, beschikken voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van de Vlaamse openbare statistieken.


Afdeling 9.
Organisatiebeheersing en interne audit


Art. III.114.

De departementen, intern verzelfstandigde agentschappen en de extern verzelfstandigde agentschappen staan in voor hun organisatiebeheersing.

 

Organisatiebeheersing is het geheel van maatregelen en procedures die ontworpen zijn om een redelijke zekerheid te verschaffen dat:

1° de vastgelegde doelstellingen bereikt worden en dat de risico's om ze te bereiken bekend en beheerst zijn;

2° wetgeving en procedures nageleefd worden;

3° betrouwbare financiële en beheersrapportering beschikbaar is;

4° er op een effectieve en efficiënte wijze gewerkt wordt en dat de beschikbare middelen economisch ingezet worden;

5° de activa beschermd worden en dat fraude voorkomen wordt.


Art. III.115.

§ 1. In elk departement, intern verzelfstandigd agentschap en publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap wordt periodiek een audit uitgevoerd door Audit Vlaanderen.

 

Audit Vlaanderen evalueert de organisatiebeheersing, gaat na of ze adequaat is en formuleert aanbevelingen om ze te verbeteren. Audit Vlaanderen voert daarvoor organisatie- en procesaudits uit.

 

Audit Vlaanderen is ook bevoegd voor de uitvoering van forensische audits bij de overheidsinstanties, vermeld in het eerste lid.

 

De bevoegdheid en het werkterrein van Audit Vlaanderen omvatten ook de Vlaamse openbare instellingen van categorie A en de Eigen Vermogens met rechtspersoonlijkheid, die verbonden zijn aan de overheidsinstanties, vermeld in het eerste lid.

 

De Vlaamse Regering regelt de oprichting en de interne werking van Audit Vlaanderen.

 

§ 2. Om zijn bevoegdheid te kunnen uitoefenen, heeft Audit Vlaanderen toegang tot alle informatie en documenten, ongeacht de drager ervan, en tot alle gebouwen, ruimtes en installaties waar taken van de Vlaamse administratie worden uitgevoerd. Audit Vlaanderen kan aan ieder personeelslid de inlichtingen vragen die voor de uitvoering van zijn opdrachten nodig worden geacht. Ieder personeelslid is ertoe gehouden zo snel mogelijk en zonder voorafgaande machtiging op een volledige wijze te antwoorden en alle relevante informatie en documenten te verstrekken.

 

Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kan Audit Vlaanderen beslissen om de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het derde tot en met het elfde lid.

 

De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het tweede lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van Audit Vlaanderen, op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast. De duur van de voorbereidende werkzaamheden mag in voorkomend geval niet meer bedragen dan een jaar vanaf de ontvangst van een verzoek tot uitoefening van een van de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening.

 

De persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid, worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt.

 

De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het tweede lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van de rechten, vermeld in het tweede lid, rechtvaardigt.

 

Als de betrokkene in het geval, vermeld in het tweede lid, tijdens de periode, vermeld in het derde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, bevestigt de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de ontvangst daarvan.

 

De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming brengt de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk en in elk geval binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van elke weigering of beperking van de rechten, vermeld in het tweede lid. De verdere informatie over de nadere redenen voor die weigering of die beperking hoeft niet te worden verstrekt als dat de decretale en reglementaire opdrachten van Audit Vlaanderen zou ondermijnen, met behoud van de toepassing van het negende lid. Als het nodig is, kan de voormelde termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van die verlenging en van de redenen voor het uitstel..

 

De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens conform artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen.

 

De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke of juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd. Die informatie houdt hij ter beschikking van de voormelde Vlaamse toezichtcommissie.

 

Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval, conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.

 

Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het tweede lid, bevat, naar het Openbaar Ministerie is gestuurd en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval, de onderzoeksrechter heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.

 

§ 3. Elk personeelslid heeft het recht om Audit Vlaanderen rechtstreeks op de hoogte te brengen van onregelmatigheden die hij bij de uitoefening van zijn functie vaststelt.

 

Buiten de gevallen van kwade trouw, persoonlijk voordeel of valse aangifte die een dienst of een persoon schade toebrengen, kan een rapportering aan Audit Vlaanderen nooit aanleiding geven tot een tuchtsanctie of een ontslag.

 

§ 4. Bij Audit Vlaanderen worden twee auditcomités opgericht, die elk bestaan uit zeven leden:

1° het auditcomité van de Vlaamse administratie, dat bestaat uit vier onafhankelijke deskundigen en drie vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering;

2° het auditcomité van de lokale besturen, dat bestaat uit vier onafhankelijke deskundigen, twee leden op voordracht van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten en één lid op voordracht van de Vereniging van de Vlaamse Provincies. De Vlaamse minister, bevoegd voor de binnenlandse aangelegenheden, of zijn vertegenwoordiger woont de vergadering van het auditcomité van de lokale besturen als waarnemer bij.

 

De auditcomités staan in voor de aansturing en opvolging van, en de controle en het toezicht op Audit Vlaanderen. Beide auditcomités worden voorgezeten door een onafhankelijke deskundige.

 

§ 5. Buiten de uitzonderingen op de geheimhoudingsplicht waarin artikel 27 van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en tot organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor voorziet, geldt deze plicht tevens niet voor:

1° de informatie-uitwisseling over de auditstrategie en -planning, de monitoring en risicoanalyse, de controle en rapportering en de controlemethodieken door de bedrijfsrevisor aan het Rekenhof en Audit Vlaanderen inzake de lokale en provinciale besturen die zij gemeenschappelijk hebben als controledomein;

2° de overdracht aan het Rekenhof en Audit Vlaanderen van informatie uit werkdocumenten van de bedrijfsrevisor inzake lokale en provinciale besturen die zij gemeenschappelijk hebben als controledomein.


Afdeling 10.
Rapportering aan het Vlaams Parlement


Art. III.116. De Vlaamse Regering brengt jaarlijks verslag uit aan het Vlaams Parlement over de toepassing van de bepalingen over de toegang tot bestuursdocumenten en over de beroepen die werden ingesteld bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie.

Art. III.117.

Om de drie jaar brengt de Vlaamse Regering aan het Vlaams Parlement verslag uit over:

1° de beschikbaarheid van overheidsinformatie voor hergebruik, de voorwaarden waaronder de overheidsinformatie beschikbaar wordt gesteld, de praktijk op het vlak van rechtsmiddelen en in het bijzonder de toepassing van artikel II.59, namelijk met betrekking tot vergoedingen die de marginale kosten overstijgen;

2° de mate waarin websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties voldoen aan de toegankelijkheidseisen, vermeld in artikel II.16, de resultaten van het toezicht daarop, met inbegrip van de meetgegevens en informatie over de handhavingsprocedures.

 

Deze verslagen worden telkens ook aan de Europese Commissie bezorgd.


Art. III.118.

§ 1. In het derde jaar van elke regeerperiode brengt de Vlaamse Regering aan het Vlaams Parlement verslag uit over de wijze waarop hoofdstuk 2 is toegepast.

 

De overheidsinstanties die onder het toepassingsgebied van hoofdstuk 2 vallen, zijn verplicht daarvoor de nodige gegevens aan te leveren.

 

Deze paragraaf is niet van toepassing op de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.22, eerste lid, 8°, III.36, § 1, 4°, en III.48, eerste lid, 4°, waarin minder dan twee jaar wordt geparticipeerd.

 

§ 2. Twee jaar na het verslag, vermeld in paragraaf 1, brengt de Vlaamse Regering nog een bijkomend tussentijds verslag uit over de wijze waarop de bepalingen over evenwichtige participatie van vrouwen en mannen, vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 2, onderafdeling 3, en afdeling 4, onderafdeling 2, worden toegepast.