Art. III.91.

De beroepsinstantie oefent haar taak volledig onafhankelijk en neutraal uit.

 

De leden van de beroepsinstantie:

1° worden beschermd tegen beļnvloeding of druk, in het bijzonder van personen die betrokken zijn bij het bestuursdocument waarop het beroep betrekking heeft;

2° beschikken over voldoende tijd om de beroepen te behandelen;

3° worden niet geėvalueerd op of tuchtrechtelijk vervolgd vanwege hun bevindingen in het onderzoek of hun oordeel over het beroep.