Art. III.97.

Leden van strategische adviesraden oefenen hun functie uit in volledige onafhankelijkheid van de Vlaamse overheid.

 

Het lidmaatschap van een strategische adviesraad of van een werkcommissie als vermeld in artikel III.99, is onverenigbaar met:

1° een mandaat in het Europees Parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement en het Brussels Hoofdstedelijk Parlement;

2° het ambt van minister, staatssecretaris of kabinetslid;

3° het ambt van personeelslid van een departement of agentschap van de Vlaamse overheid, dat in een hiėrarchische verhouding staat tot de minister die bevoegd is voor de betrokken strategische adviesraad;

4° het ambt van personeelslid van het Vlaams Parlement of van de instellingen die verbonden zijn aan het Vlaams Parlement;

5° het ambt van personeelslid van de strategische adviesraad.