DEFINITIES DIEREN/OPSLAG MEST (Hoofdstukken 5.9. en 5.28.):

- "vee": alle voor gebruiks- of winstdoeleinden gehouden dieren;

- "gevogelte": gevogelte zoals leg- en mestkippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, fazanten, kwartels, met uitzondering van geringde duiven voor wedstrijddoeleinden, ouder dan één week;

- "varkens": zeugen, beren en/of gebruiksvarkens ouder dan 10 weken;

- "zeug": een vrouwelijk varken dat na de eerste worp in produktie wordt gehouden;

- gedekte jonge zeug: een gedekt vrouwelijk varken, ongeacht de leeftijd, tot het moment van de eerste worp;

- "grote zoogdieren": dieren zoals paarden, koeien, runderen, die gespeend zijn;

- "kleine herkauwers": dieren zoals geiten, schapen, damherten, edelherten, reeën, die gespeend zijn;

- "[...] kleine zoogdieren": dieren zoals konijnen, knaagdieren, katten, die gespeend zijn;

- "pelsdieren": dieren zoals vossen, marterachtigen, beverachtigen, chincilla's, die gespeend zijn;

- "honden": inheemse en uitheemse honden vanaf een leeftijd van 6 maanden

- «meststof» : elke één of meer stikstof- of fosforverbindingen bevattende stof die op het land wordt gebruikt ter bevordering van de gewasgroei, met inbegrip van dierlijke mest, afval van visteeltbedrijven en zuiveringsslib;

- « dierlijke mest » : excrementen van vee of een mengsel van strooisel en excrementen van vee, alsook producten daarvan, met inbegrip van champost en van afval van visteeltbedrijven;

- "mengmest": dierlijke mest in vloeibare vorm, met een gehalte aan droge stof lager dan 20 %;

- "vaste dierlijke mest": dierlijke mest andere dan mengmest;

- "opslagplaats voor vaste dierlijke mest": permanente stapelplaats voor vaste dierlijke mest;

- "opslagplaats voor mengmest": boven- of ondergronds reservoir voor de opslag van mengmest;

- "foliebassin": opslagplaats voor mengmest, uitgevoerd als een met folie beklede grondput;

- "mestzak": opslagplaats voor mengmest, geheel of gedeeltelijk gelegen boven het maaiveld, voornamelijk gebouwd uit kunststoffolies waarvan de bodemafdichting en afdichting één geheel vormen;

- "mestkelder": opslagplaats voor mengmest, geheel of gedeeltelijk gelegen onder het maaiveld en voorzien van een afdekking die als vloer moet kunnen fungeren;

- "mestsilo": opslagplaats voor mengmest, niet zijnde foliebassin, mestzak of mestkelder

- "mestdicht": met een zodanig kleine doorlatendheid ten opzichte van dierlijke mest dat verontreiniging van bodem, grond- en oppervlaktewater is uitgesloten;

[...]

[...]

- "kwetsbare zones": geografisch afgebakende zones die vanuit milieu-oogpunt als uiterst bijzonder kwetsbaar, zeer bijzonder kwetsbaar of bijzonder kwetsbaar dienen beschouwd ten aanzien van verontreiniging uit organische bronnen.

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

- "ammoniakemissiearme stal": een stal wordt als ammoniakemissiearm beschouwd indien hij is gebouwd volgens één van de technieken zoals beschreven in de lijst vast te stellen bij besluit van de Vlaamse minister bevoegd voor Leefmilieu.

«stalmest » : mengsel van stro en uitwerpselen van runderen, paarden, schapen of varkens, met een drogestofgehalte van het mengsel van minimum 20 procent, en waarbij het mengsel als vaste mest is ontstaan door het huisvesten van deze dieren in ingestrooide stallen of door het bewerken van dierlijke mest met stro. Mengsels met uitwerpselen van pluimvee worden niet beschouwd als stalmest, ongeacht het drogestofgehalte of de ontstaanswijze;

- « pluimvee » : kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, kwartels, duiven, fazanten en patrijzen, die in gevangenschap worden opgefokt of gehouden voor de fokkerij, voor de productie van vlees of van consumptie-eieren of om in het wild te worden uitgezet;

- gezelschapsdieren: alle dieren van soorten die gewoonlijk door de mens worden gevoed en gehouden, maar die niet gegeten worden, en die niet voor veeteelt gehouden worden.