Art. 1.1.2.
De definities opgenomen in de Vlaamse energie wetgeving, zoals onder meer deze opgenomen in art. 1.1.3 van het Energiedecreet en art. 1.1.1 van het Energiebesluit, gelden voor dit reglement. Voor de toepassing van dit reglement wordt verder verstaan onder:
Aansluiting: het geheel van fysieke uitrustingen dat nodig is om de installaties van een gebruiker van het elektriciteitsdistributienet of van een gesloten distributienet met dat net te verbinden, inclusief de meetinrichting;
Aansluitingscontract: het contract dat overeenkomstig dit reglement gesloten wordt tussen een gebruiker of toekomstige gebruiker van het elektriciteitsdistributienet, en de beheerder van dat net. Dat contract bepaalt de voorwaarden en de wederzijdse rechten, verplichtingen en aansprakelijkheden met betrekking tot de aanleg en het gebruik van een bepaalde aansluiting en bevat de voor de aansluiting van de installaties relevante technische bepalingen;
Aansluitingsinstallatie: een component van een aansluiting;
Aansluitingspunt: de fysieke plaats en het spanningsniveau van het punt waar de aansluiting verbonden is met het elektriciteitsdistributienet of het gesloten distributienet voor elektriciteit;
Aansluitingsreglement: het reglement, opgesteld overeenkomstig dit reglement, dat van toepassing is op een gebruiker van het elektriciteitsdistributienet en de beheerder van dat net. Dat reglement bepaalt de voorwaarden en wederzijdse rechten, verplichtingen en aansprakelijkheden met betrekking tot de aanleg en het gebruik van een aansluiting en bevat de voor de aansluiting van de installaties relevante technische bepalingen;
Aansluitingsvermogen: het maximaal vermogen uitgedrukt in kilovoltampère (kVA) of megavoltampère (MVA), waarover de gebruiker van het elektriciteitsdistributienet of gesloten distributienet voor elektriciteit kan beschikken en waarbij de limiet bepaald wordt door de technische karakteristieken van de aansluiting;
Actief vermogen: het elektrische vermogen, uitgedrukt in watt (W), dat kan worden omgezet naar andere vormen van vermogen, zoals mechanisch, thermisch, akoestisch, etc. In geval van een driefasige aansluiting en een symmetrische belasting is de waarde is gelijk aan √3.U.I.cosφ, waarbij U de lijnspanning is, I de stroom en φ het faseverschil tussen die spanning en stroom. In geval van een monofasige aansluiting is de waarde gelijk aan U.I.cosφ, met U de fasespanning, I de stroom en φ het faseverschil tussen die spanning en stroom;
Actieve energie: de integraal van het actief vermogen gedurende een bepaalde tijdsperiode;
Actieve netverliezen: het verbruik van actief vermogen door het elektriciteitsdistributienet, veroorzaakt door het transport van elektriciteit en de instandhouding van het net;
10°
Achterliggende toegangshouder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die toegang heeft tot een gesloten distributienet;
11°
Achterliggend toegangspunt: toegangspunt van een achterliggende netgebruiker;
12°
Adres: locatie, aangeduid door een straatnaam, huisnummer, busnummer, postcode, eventueel verdieping en appartement, stad of gemeente;
13°
Afname: het afnemen van elektrische energie vanuit het elektriciteitsdistributienet;
14°
Algemene Toepassingseisen: eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproductie-eenheden op het net die bepaald worden volgens de modaliteiten bepaald in artikel 7 van de Europese netcode RfG;
15°
Allocatiepunt: een punt, verbonden aan een toegangspunt, waarop gegevens voor doeleinden van allocatie, reconciliatie en/of facturatie worden uitgewisseld met de partijen die op dit punt geregistreerd worden;
16°
Allocatiepuntconfiguratie: geheel van instelbare parameters op een allocatiepunt, bestaande uit meetregime, opnamefrequentie voor facturatie, opnamefrequentie voor verbruiksinformatie en tariefperiode;
17°
Belasting: de opname van actief of reactief vermogen door een elektrische installatie;
18°
Berekend gebruiksprofiel: de verdeling van de afname, injectie en/of de productie en de daaruit afgeleide consumptie van een netgebruiker in de tijd, op basis van een gemodelleerd profiel;
19°
Beschermingsplan: plan tot bescherming van het net, zoals bedoeld in de Verordening (EU) 2017/2196 van de Europese Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet, en in het Technisch Reglement Transmissie;
20°
Buiten dienst stellen (of buitendienststelling) van een toegangspunt: het fysiek verhinderen van afname van of injectie op een toegangspunt, door het spanningsloos maken van de installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker;
21°
Contactadres: adres, aangegeven door de betrokken partij, waarop zij haar correspondentie wenst te ontvangen;
22°
Dag D: een kalenderdag;
23°
Dag D-1: de kalenderdag vóór dag D;
24°
Datadienst: een dienst op basis van door de elektriciteitsdistributienetbeheerder ter beschikking gestelde gegevens voor informatieve doeleinden;
25°
Datatoegang: de mogelijkheid om gegevens voor informatieve doeleinden te ontvangen van de elektriciteitsdistributienetbeheerder met als doel een datadienst aan te bieden;
26°
Datadienstenpunt: een dienstverleningspunt waar datatoegang plaatsvindt;
27°
Datatoegangscontract: het contract, gesloten tussen de elektriciteitsdistributienetbeheerder en een derde partij, dat de rechten en plichten met betrekking tot de geautomatiseerde datatoegang bepaalt;
28°
Decentrale productie-eenheid: productie-eenheid waarvan de aansluiting zich bevindt op het elektriciteitsdistributienet of op een daaraan gekoppeld gesloten distributienet voor elektriciteit;
29°
Decentrale productie-installatie: installatie voor productie van elektriciteit, die aangesloten is op het elektriciteitsdistributienet of op een daaraan gekoppeld gesloten distributienet voor elektriciteit;
30°
Dienstverlener van flexibiliteit (FSP): elke natuurlijke of rechtspersoon die een of meerdere diensten, gebaseerd op flexibiliteit, aanbiedt aan minstens één andere partij; ook wel een “aanbieder van flexibiliteitsdiensten” genoemd;
31°
Dienstverleningspunt: een datadienstenpunt of een allocatiepunt;
32°
Elektriciteitsdistributienetgebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon die als afnemer of producent op het toegangspunt tot het elektriciteitsdistributienet in het toegangsregister geregistreerd is of, bij gebrek aan registratie, degene die van dit toegangspunt gebruik maakt;
33°
EAN-GLN: European Article Number/Global Location Number (uniek numeriek veld van 13 posities voor unieke identificatie van een marktpartij);
34°
EAN: European Article Number (uniek numeriek veld van 18 posities);
35°
Eilandbedrijf: situatie waarbij een productie-eenheid, na plotse uitschakeling van het elektriciteitsdistributienet, kan blijven instaan voor de voeding van de eigen hulpdiensten en eventueel (een deel van) het afgekoppelde systeem, en beschikbaar is om opnieuw op dat elektriciteitsdistributienet aangesloten te worden;
36°
Elektriciteitsproductie-eenheid: een synchrone elektriciteitsproductie-eenheid of een power park module zoals gedefinieerd in de Europese netcode RfG;
37°
Elektrisch systeem: het geheel van de uitrustingen dat alle gekoppelde netten, alle aansluitingsinstallaties en alle installaties van de netgebruikers, aangesloten op die netten omvat;
38°
Energiebesluit: Besluit van de Vlaamse Regering houdende algemene bepalingen over het energiebeleid van 19 november 2010;
39°
Energiecontract: het contract, gesloten tussen een netgebruiker en zijn toegangshouder, voor de aankoop en/of verkoop van elektriciteit via het distributienet;
40°
Energiedecreet: het Vlaamse decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid;
41°
Energieopslagsysteem: een systeem dat in staat is om elektrische energie uit het netwerk van een distributienetgebruiker of het elektriciteitsdistributienet op te nemen, op te slaan en terug te voeden, onafhankelijk van de aard van de technische uitvoering ervan;
42°
Energieoverdracht: een activatie van flexibiliteit met een leverancier en een dienstverlener van flexibiliteit die een afzonderlijke evenwichtsverantwoordelijke hebben en/of een dienstverlener van flexibiliteit die niet hun leverancier is;
43°
Energieovernamedocument: een document om de wijziging van netgebruiker op een toegangspunt te regelen;
44°
Europese netcode RfG: Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net;
45°
Flexibele toegang: toegang tot het net onder flexibele voorwaarden met de mogelijkheid tot beperking van de toegang tot het net in functie van het reeds toegewezen toegangsvermogen of de op netelementen beschikbare capaciteit;
46°
Flexibiliteit: de wijziging van het profiel van productie, injectie, verbruik of afname van energie in reactie op een op extern signaal of een lokaal gemeten grootheid gelieerd aan de operationele veiligheid zoals de spanning of de frequentie van het net - al dan niet via een gemandateerde derde partij - teneinde ofwel een dienst in het energiesysteem te verlenen ofwel een financieel voordeel te verkrijgen. Met “extern signaal” wordt een activatiesignaal of een dynamisch prijssignaal bedoeld;
47°
Frequentie: cijfermatige aanduiding van het aantal herhalingen per seconde van de fundamentele component in de voedingsspanning. De frequentie wordt uitgedrukt in Hertz (Hz);
48°
Gemeten gebruiksprofiel: reële afname, injectie en/of productie en daaruit afgeleide consumptie van een netgebruiker of achterliggende netgebruiker, op basis van een meting per elementaire periode;
49°
Grootverbruiksmeetinrichting: de meetinrichting waarmee een grootverbruiksmeting elektriciteit wordt uitgevoerd;
50°
Grootverbruiksmeting elektriciteit: meting bij een netgebruiker met een aansluitingsvermogen groter dan of gelijk aan 56 kVA;
51°
Herstelplan: plan tot herstel van het net, zoals bedoeld in de Verordening (EU) 2017/2196 van de Europese Commissie van 24 november 2017 tot vaststelling van een netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet, en in het Technisch Reglement Transmissie;
52°
In dienst nemen (indienstname) van een toegangspunt: het fysiek mogelijk maken van afname van of injectie op een toegangspunt;
53°
Injectie: het inbrengen van elektriciteit in het net;
54°
Installatie die functioneel deel uitmaakt van het elektriciteitsdistributienet: elke uitrusting die niet tot het elektriciteitsdistributienet behoort, maar een functie heeft voor het beheer van het elektriciteitsdistributienet;
55°
Installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker: elke uitrusting van de elektriciteitsdistributienetgebruiker die door een aansluiting op het elektriciteitsdistributienet is aangesloten, en die niet tot die aansluiting behoort, en waarop dit technisch reglement van toepassing is;
56°
Kennisgeving: elke vorm van bekendmaking, mededeling, (aan)vraag of klacht;
57°
Kleinverbruiksmeetinrichting: de meetinrichting waarmee een kleinverbruiksmeting elektriciteit wordt uitgevoerd;
58°
Kleinverbruiksmeting elektriciteit: meting bij een netgebruiker met een aansluitingsvermogen onder de 56 kVA;
59°
Koppelpunt: het tussen beheerders onderling overeengekomen fysieke punt waar de koppeling tussen hun netten is gerealiseerd;
60°
Kwaliteit: het geheel van de karakteristieken van elektriciteit die een invloed kunnen hebben op het elektriciteitsdistributienet (met inbegrip van de aansluiting) en de installaties van een of meer elektriciteitsdistributienetgebruikers, dat in het bijzonder de continuïteit van de spanning en de elektrische karakteristieken van die spanning (frequentie, amplitude, golfvorm, symmetrie) bevat;
61°
Kwartiervermogen: het gemiddeld afgenomen of geïnjecteerd vermogen over een periode van een kwartier, uitgedrukt in kilowatt (kW) in geval van actief vermogen, in kilovoltampère reactief (kVAr) in geval van reactief vermogen, en in kilovoltampère (kVA) in geval van schijnbaar vermogen;
62°
Lokale congestie: een situatie waarin een element van het elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of het koppelpunt met het transmissienet niet alle fysieke stromen kan opvangen zonder de operationele veiligheid in het gevaar te brengen;
63°
Meetconfiguratie: de wijze waarop de indexen, kwartiervermogens en/of andere meetgegevens (inclusief afname en injectievolumes) bepaald worden door berekening op basis van meerdere reële registers of meters;
64°
Meetinrichting: de samenstelling van alle apparatuur met inbegrip van software die dient voor het bepalen van de elektrische grootheden bij het afnemen, verbruiken, injecteren en produceren van elektrische energie op een (achterliggend) toegangspunt of (achterliggend) allocatiepunt ten behoeve van de facturatie in het kader van een energiecontract, de valorisatie van de flexibiliteit die een energieoverdracht met zich meebrengt, het netbeheer en het verstrekken van verbruiksinformatie;
65°
Meetpunt: de fysieke plaats en het spanningsniveau van het punt waar de meetinrichting met de betrokken installatie verbonden is;
66°
Meetregime: periode waarover meetgegevens geregistreerd worden met het oog op het gebruik ervan op een dienstverleningspunt;
67°
Meetuitrusting: samenstelling van apparatuur en bijhorende software die tot doel heeft de uitgewisselde elektriciteit te meten;
68°
Meternummer: uniek identificatienummer van een meter per fabrikant;
69°
Meteropname: elke elektronische meteruitlezing op afstand, fysieke meteropname door de beheerder van het net, opname van de meetgegevens door de gebruiker van het net waarbij deze meetgegevens al dan niet via de leverancier worden overgemaakt aan de beheerder van het net of schatting door de beheerder van het net op basis waarvan de elektriciteit die over een bepaalde periode afgenomen, geïnjecteerd, geproduceerd of verbruikt is, bepaald wordt;
70°
Meting: opname door een meetinrichting van een fysische grootheid op een bepaald tijdstip;
71°
Netinvoer: de actieve energie die via een ander net, hetzij een elektriciteitsdistributienet, hetzij een transmissienet, of via een aansluiting waaraan een productie-installatie gekoppeld is, in het elektriciteitsdistributienet ingevoerd wordt;
72°
Nominaal vermogen (Pnom): het maximaal ontwikkelbaar actief vermogen van een productie-eenheid, bepaald in het aansluitingscontract, dat de maximaal toegestane levering van actief vermogen in het elektriciteitsdistributienet bepaalt;
73°
Noodgroepen: generatoren die uitsluitend tot bedoeling hebben om kritische belasting te voeden bij netuitval, en die verder enkel netgekoppeld worden om te testen;
74°
Ondersteunende diensten van de elektriciteitsdistributienetbeheerder: het geheel van de volgende diensten:
de regeling van de spanning en het reactief vermogen;
de compensatie van de netverliezen;
de toegang tot de netten waarmee het elektriciteitsdistributienet van de elektriciteitsdistributienetbeheerder gekoppeld is;
indien van toepassing, het congestiebeheer.
75°
Onterechte wissel van toegangshouder: wissel van toegangshouder die niet gedekt is door een energiecontract met de distributienetgebruiker op het betrokken toegangspunt of zonder het verzoek van de distributienetgebruiker om zelf toegangshouder te zijn;
76°
Op afstand uitleesbare meetinrichting: Een meetinrichting die op afstand uitgelezen kan worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder via een veilige, door de elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaalde telecommunicatie methode.
77°
Opnamemaand: de maand waarin de elektriciteitsdistributienetbeheerder de jaarlijkse meterstand(en) voorziet te bepalen;
78°
Periodieke meteropnameperiode: De periode tussen twee meteropnames die allebei door de elektriciteitsdistributienetbeheerder worden georganiseerd in het kader van de jaarlijkse meteropname, zoals bedoeld in Art. 3.3.3 § 1 en die in de tijd op elkaar volgen;
79°
Productie-eenheid: een fysische eenheid die een elektrische generator omvat;
80°
Reactief vermogen: De imaginaire component van het schijnbaar vermogen bij de grondfrequentie, uitgedrukt in voltampère reactief (VAr). In geval van een driefasige aansluiting en een symmetrische belasting is de waarde is gelijk aan √3.U.I.sinφ, waarbij U de lijnspanning is, I de stroom en φ het faseverschil tussen die spanning en stroom. In geval van een monofasige aansluiting is de waarde gelijk aan U.I.sinφ, met U de fasespanning, I de stroom en φ het faseverschil tussen die spanning en stroom;
81°
Reactieve energie: de integraal van het reactief vermogen gedurende een bepaalde tijdsperiode;
82°
Reëel lastprofiel (RLP): gemodelleerd profiel van een netgebruiker ter benadering van de verdeling van de afname of, indien van toepassing, de consumptie in de tijd, op basis van reële gegevens;
83°
Register van toegangsverantwoordelijken: register dat de transmissienetbeheerder bijhoudt overeenkomstig het Technisch Reglement Transmissie;
84°
Schijnbaar vermogen: het product van spanning en stroomsterkte bij de fundamentele frequentie, doorgaans uitgedrukt in voltampère (“VA”). In geval van een driefasige aansluiting en een symmetrische belasting is de waarde is gelijk aan √3.U.I, waarbij U de lijnspanning is en I de stroom. In geval van een monofasige aansluiting is de waarde gelijk aan U.I, met U de fasespanning en I de stroom;
85°
Stamgegevens: gegevens met betrekking tot een toegangspunt die nodig zijn voor het uitvoeren van de activiteiten verbonden aan de aankoop en verkoop van elektriciteit op dit toegangspunt;
86°
Standaard jaarverbruik: een berekend verbruik over een jaar op basis van het werkelijk verbruik en het reëel (RLP) of synthetisch lastprofiel (SLP). De berekeningswijze wordt door de elektriciteitsdistributienetbeheerders gepubliceerd;
87°
Standaard maandverbruik: een berekend verbruik over een maand op basis van het werkelijk verbruik en het reëel (RLP) of synthetisch lastprofiel (SLP). De berekeningswijze wordt door de elektriciteitsdistributienetbeheerders gepubliceerd;
88°
Synthetisch lastprofiel (SLP): gemodelleerd profiel van een netgebruiker ter benadering van de verdeling van de afname of, indien van toepassing, de consumptie in de tijd;
89°
Synthetisch productieprofiel (SPP): gemodelleerd profiel van een netgebruiker ter benadering van de verdeling van de productie of, indien van toepassing, de injectie in de tijd;
90°
Technisch Reglement Transmissie: het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe;
91°
Telling: opname - door een meetinrichting - van de hoeveelheid actieve en/of reactieve energie die gedurende een tijdsperiode wordt geïnjecteerd of afgenomen;
92°
Toegangsaanvraag: een aanvraag voor toegang tot het elektriciteitsdistributienet of een gesloten distributienet overeenkomstig dit reglement;
93°
Toegangscontract: het contract, gesloten tussen de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de toegangshouder, dat de rechten en plichten met betrekking tot de toegang tot het elektriciteitsdistributienet bepaalt;
94°
Toegangsprogramma: een lijst, opgedeeld in tijdseenheden, van de geplande afgenomen en geïnjecteerde vermogens voor een bepaalde dag D, met betrekking tot een bepaald (achterliggend) toegangspunt;
95°
Toegangsvermogen voor afname: het maximaal vermogen afname (vijftien minuten gemiddelde) uitgedrukt in kilovoltampère (kVA), waarover de elektriciteitsdistributienetgebruiker voor elektriciteit mag beschikken en waarvan de maximale waarde steeds kleiner dan of gelijk is aan het aansluitingsvermogen;
96°
Toegangsvermogen voor injectie: het maximaal vermogen injectie (vijftien minuten gemiddelde) uitgedrukt in kilovoltampère (kVA), waarover de elektriciteitsdistributienetgebruiker voor elektriciteit mag beschikken en waarvan de maximale waarde steeds kleiner dan of gelijk is aan het aansluitingsvermogen;
97°
UMIG: de Utility Market Implementation Guide, de handleiding die de uitwisseling van informatie over allocatiepunten en de daarmee verbonden toegangspunten beschrijft tussen de elektriciteitsdistributienetbeheerders en andere marktpartijen;
98°
Voedingsspanning: de effectieve waarde van de spanning op een toegangspunt, gemeten over een gegeven tijdsinterval;
99°
Werkdag: elke dag van de week, met uitzondering van zaterdag, zondag en de wettelijke feestdagen.