Hoofdstuk III.
Informatie-uitwisseling


Art. 1.3.1.

§ 1

Behoudens een andersluidende bepaling moet elke kennisgeving ter uitvoering van dit reglement, schriftelijk gebeuren, overeenkomstig de formaliteiten en voorwaarden vastgesteld in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij de afzender en de geadresseerde eenduidig kunnen worden geīdentificeerd. Behoudens een andersluidende bepaling bepaalt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de inhoudelijke vorm van de documenten waarin die gegevens uitgewisseld moeten worden.

§ 2

In geval van hoogdringendheid mogen gegevens mondeling worden uitgewisseld. In elk geval moeten dergelijke gegevens zo spoedig mogelijk overeenkomstig § 1 van dit artikel worden bevestigd.

Art. 1.3.2. Machtiging aan derde partijen

Een elektriciteitsdistributienetgebruiker kan steeds een derde partij, zoals zijn toegangshouder of evenwichtsverantwoordelijke, mandateren voor zijn contacten en communicatie met de elektriciteitsdistributienetbeheerder in het kader van een of meer procedures, beschreven in dit reglement. Die partij moet steeds kunnen aantonen dat hij hiertoe gemachtigd werd door de elektriciteitsdistributienetgebruiker. De communicatie die de elektriciteitsdistributienetbeheerder in dat geval zou doen naar de elektriciteitsdistributienetgebruiker, wordt dan ook gericht aan de partij.
Als de derde partij daartoe op correcte wijze is gemachtigd, worden ook gerelateerde kosten voor de prestaties van de elektriciteitsdistributienetbeheerder verrekend via de gemandateerde partij.

Art. 1.3.3. UMIG

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerders en de toegangshouders communiceren met betrekking tot de status, de relationele gegevens waaronder de stamgegevens, en de meetgegevens van een allocatiepunt, de allocatie- en reconciliatiegegevens, de foutenafhandeling en de nettarieffacturatiegegevens volgens een protocol dat in overleg werd opgesteld en waarvan de vorm, inhoud en timing worden beschreven in de UMIG.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder is belast met het uitwerken van de UMIG, het versiebeheer van het protocol, vermeld in § 1, en de certificatie voor het gebruik van de daarin beschreven berichten.

§ 3

Het uitwerken van de UMIG gebeurt na overleg via een overlegplatform waar toegangshouders actief in het Vlaamse gewest kunnen deelnemen of zich kunnen laten vertegenwoordigen.

§ 4

Betrokken toegangshouders die niet vertegenwoordigd zijn en beheerders van gesloten distributienetten, kunnen aanpassingen aan het protocol vermeld in § 1 voorstellen en uitzonderlijk deelnemen aan het overlegplatform wanneer die vraag wordt behandeld om hun voorstel toe te lichten.

§ 5

De elektriciteitsdistributienetbeheerder stelt de UMIG en alle latere afspraken over de toepassing ervan na goedkeuring door de betrokken toegangshouders onverwijld ter beschikking op een publieke website. In afwijking van Art. 1.2.4, § 4 moet de UMIG niet voorafgaand ter kennis en commentaar worden overgemaakt aan de VREG.

§ 6

De elektriciteitsdistributienetbeheerder monitort de gegevensuitwisseling zoals beschreven in de UMIG op een onafhankelijke en transparante manier in samenspraak met de betrokken partijen.

§ 7

Er wordt tussen de elektriciteitsdistributienetbeheerderen de toegangshouders een overeenkomst opgesteld die de kwaliteitseisen inzake de communicatie, vermeld in § 1, bevat en de hiermee verbonden wederzijdse rechten en plichten.

§ 8

Behalve indien wettelijk of reglementair anders bepaald, worden de gegevens die tussen de verschillende betrokken partijen worden uitgewisseld en die vermeld staan in de UMIG, geleverd via een beveiligd elektronisch systeem dat voldoende transparantie en traceerbaarheid biedt aan haar gebruikers, volgens het protocol vermeld in § 1.

Art. 1.3.4. Protocollen voor gegevensuitwisseling met derde partijen

§ 1

In het kader van geautomatiseerde datatoegang communiceren de distributienetbeheerder en de partijen die geautomatiseerde datatoegang hebben volgens protocollen opgesteld door de distributienetbeheerder na consultatie van de betrokken partijen.

§ 2

De distributienetbeheerder is belast met het uitwerken van het protocol, het versiebeheer van het protocol, vermeld in § 1, en de certificatie voor het gebruik van de daarin beschreven berichten. De distributienetbeheerder stelt het protocol en alle latere afspraken over de toepassing ervan onverwijld ter beschikking op een publieke website.

§ 3

De distributienetbeheerder monitort de gegevensuitwisseling zoals beschreven in de protocollen op een onafhankelijke en transparante manier.

§ 4

Behalve indien wettelijk of reglementair anders bepaald, worden de gegevens die tussen de verschillende betrokken partijen worden uitgewisseld en die vermeld staan in de protocollen, geleverd via een beveiligd elektronisch systeem dat voldoende transparantie en traceerbaarheid biedt aan haar gebruikers, volgens het protocol vermeld in § 1.

Art. 1.3.5.
Bij afwezigheid van uitdrukkelijke bepalingen over de informatie-uitwisseling in dit reglement zetten de elektriciteitsdistributienetbeheerders, de elektriciteitsdistributienetgebruikers en de toegangshouders zich in om zo spoedig mogelijk de noodzakelijke informatie overeenkomstig dit reglement mee te delen.