Hoofdstuk I.
Beheer en uitbating van distributienetten


Afdeling 1.
Gegevens voor het beheer en uitbating


Art. 2.1.1.
Bij de aanvraag tot aansluiting kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder al dan niet conform het aansluitingscontract of -reglement bepaalde gegevens uit BIJLAGE I van de distributienetgebruiker opvragen door spontane melding, op schriftelijk verzoek of via de meetinrichting.
De distributienetbeheerder publiceert op zijn website een overzicht van de gegevens die hij conform het eerste lid kan opvragen, de frequentie waarmee, het tijdstip waarop ze kunnen worden opgevraagd en de doeleinden waarvoor ze gebruikt worden.
De gegevens moeten toereikend, ter zake dienend en niet overmatig zijn ten opzichte van de doeleinden waarvoor ze gebruikt zullen worden. De distributienetbeheerder legt dit overzicht voor ter goedkeuring aan de VREG, die daarbij nagaat of het overzicht voldoet aan deze voorwaarden

Art. 2.1.2.
De elektriciteitsdistributienetgebruiker of, indien van toepassing, de toegangshouder, is ertoe gehouden de gegevens overeenkomstig dit hoofdstuk aan de elektriciteitsdistributienetbeheerderte bezorgen volgens zijn best mogelijke inschatting en volgens de procedure die de elektriciteitsdistributienetbeheerders gemeenschappelijk bepalen.

Art. 2.1.3.
Met behoud van de toepassing van Art. 2.1.1 brengt de elektriciteitsdistributienetgebruiker op een aansluiting met een vermogen groter dan 1000 kVA de elektriciteitsdistributienetbeheerder, op diens schriftelijke verzoek, elk jaar vóór 1 april van het lopende jaar, op de hoogte van de gegevens die betrekking hebben op de periode in het investeringsplan, vermeld in Art. 2.1.11:
de vooruitzichten over het maximaal af te nemen vermogen (kW, kVAr) op jaarbasis, met aanduiding van de verwachte trendbreuken;
de beschrijving van het jaarlijkse gebruiksprofiel van het af te nemen actief vermogen.

Art. 2.1.4.
Met behoud van de toepassing van Art. 2.1.1 brengt de elektriciteitsdistributienetgebruiker waarvan de installaties productie-eenheden omvatten of zullen omvatten met een totaal nominaal vermogen per toegangspunt van minstens 400 kVA, de elektriciteitsdistributienetbeheerder op diens schriftelijk verzoek, elk jaar vóór 1 april van het lopende jaar, op de hoogte van de volgende gegevens die betrekking hebben op de periode in het investeringsplan, vermeld in Art. 2.1.11:
het maximaal nominaal vermogen, de beschrijving van het verwachte productieprofiel, de technische gegevens, de operationele grenzen en het regelgedrag van de diverse in dienst genomen productie-eenheden;
het maximaal nominaal vermogen, de beschrijving van het verwachte productieprofiel, de technische gegevens, de operationele grenzen en het regelgedrag van de diverse in dienst te nemen productie-eenheden;
de productie-eenheden die uit dienst zullen worden genomen en de geplande datum van de buitendienststelling.

Art. 2.1.5.
Voor de elektriciteitsdistributienetgebruikers op toegangspunten die niet vermeld zijn in Art. 2.1.3 of Art. 2.1.4, brengt de toegangshouder voor het geheel van toegangspunten waarop hij toegang tot het elektriciteitsdistributienet heeft, elk jaar vóór 1 april van het lopende jaar de elektriciteitsdistributienetbeheerder op diens schriftelijk verzoek op de hoogte van de volgende gegevens die betrekking hebben op de periode in het investeringsplan, vermeld in Art. 2.1.11:
de vooruitzichten over het maximaal af te nemen of te injecteren vermogen (kW, kVAr) op jaarbasis, met aanduiding van de verwachte trendbreuken;
de beschrijving van het jaarlijkse gebruiksprofiel van het af te nemen actief vermogen.

Art. 2.1.6.
De distributienetbeheerder publiceert op zijn website een overzicht van de gegevens vermeld in Art. 2.1.3, Art. 2.1.4 en Art. 2.1.5, de frequentie waarmee, het tijdstip waarop ze kunnen worden opgevraagd en de doeleinden waarvoor ze gebruikt worden.
De gegevens moeten toereikend, ter zake dienend en niet overmatig zijn ten opzichte van de doeleinden waarvoor ze gebruikt zullen worden. De distributienetbeheerder legt dit overzicht voor ter goedkeuring aan de VREG, die daarbij nagaat of het overzicht voldoet aan deze voorwaarden.
De elektriciteitsdistributienetbeheerders bepalen in onderling overleg de minimale vereisten met betrekking tot de vorm waarin deze gegevens worden overgedragen.

Art. 2.1.7.
De elektriciteitsdistributienetgebruiker met een midden- of hoogspanningsaansluiting informeert zo spoedig mogelijk de elektriciteitsdistributienetbeheerder over elke wijziging of verwachte wijziging van de gegevens die bezorgd werden.

Art. 2.1.8.
De plicht tot kennisgeving van de gegevens, vermeld in Art. 2.1.3 en Art. 2.1.4, geldt eveneens voor de toekomstige elektriciteitsdistributienetgebruikers bij het indienen van hun aanvraag tot aansluiting, met dien verstande dat ze die gegevens ook voor het lopende jaar moeten verstrekken.

Art. 2.1.9.

§ 1

Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder van oordeel is dat de kennisgeving van de gegevens onvolledig, onnauwkeurig of onredelijk is, geeft de elektriciteitsdistributienetgebruiker of de toegangshouder op verzoek van de elektriciteitsdistributienetbeheerder alle verbeteringen of aanvullende gegevens die de elektriciteitsdistributienetbeheerder nuttig acht.

§ 2

Na raadpleging van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of de toegangshouder bepaalt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de redelijke termijn waarbinnen de gegevens, vermeld in § 1, aan hem bezorgd moeten worden.

Art. 2.1.10.
De beheerder van een elektriciteitsdistributienet dat gekoppeld is aan een gesloten distributienet voor elektriciteit, bepaalt op welke wijze de beheerder van het gesloten distributienet gegevens moet aanleveren in het kader van de opmaak van het investeringsplan. De afspraken worden opgenomen in de overeenkomst vermeld in Art. 7.5.3, § 2.

Afdeling 2.
Investeringsplan


Art. 2.1.11.

§ 1

Het investeringsplan, bedoeld in art. 4.1.19 van het Energiedecreet, wordt opgesteld op basis van de gegevens in dit hoofdstuk. Het plan wordt ieder jaar aangepast voor de volgende drie jaar.

§ 2

Het investeringsplan wordt aan de VREG ter beschikking gesteld volgens het rapporteringsmodel gepubliceerd door de VREG. Het wordt jaarlijks vóór 1 juli ter goedkeuring aan de VREG voorgelegd.

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerders verstrekken informatie aan de VREG over de beoordeling die zij uitvoeren van het potentieel voor energie-efficiëntie van hun elektriciteitsinfrastructuur, in het bijzonder wat betreft elektriciteitsdistributie, beheer van de belasting van het elektriciteitsdistributienet en interoperabiliteit, en de aansluiting van installaties voor energieopwekking, inclusief de toegangsmogelijkheden voor micro-energiegeneratoren.

Art. 2.1.12.
Minstens eenmaal per jaar pleegt de elektriciteitsdistributienetbeheerder overleg met de beheerders van de met zijn net gekoppelde netten over de geplande investeringen in zijn elektriciteitsdistributienet met inbegrip van de ontwikkelingen van decentrale productie en de daaruit voortvloeiende knelpunten.

Art. 2.1.13.
Na goedkeuring publiceert de beheerder van het elektriciteitsdistributienet de investeringsplannen op zijn website met weglating van confidentiële informatie, volgens een rapporteringsmodel zoals in onderling overleg met de VREG overeengekomen.

Afdeling 3.
Uitbouw van het elektriciteitsdistributienet m.b.t. verkavelingen, bedrijventerreinen of appartementsgebouwen


Art. 2.1.14.

§ 1

Onder deze afdeling wordt onder “project” begrepen elk stedenbouwkundig initiatief waarbij grond wordt gesplitst in meerdere kavels, meerdere gebouwen tegelijkertijd worden opgericht, een gebouw wordt opgericht met meerdere wooneenheden of bedrijfseenheden, of een gebouw wordt gewijzigd zodat meer dan één wooneenheid of bedrijfseenheid ontstaat. Dergelijke initiatief vereist de creatie van meerdere aansluitingspunten of toegangspunten tot het net.

§ 2

Opdat de elektriciteitsdistributienetbeheerder de netuitbouw, bedoeld in § 1, kan realiseren, moet een project tijdig worden gemeld aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder. De netbeheerder legt de procedureregels hiervoor vast in een reglement. Deze procedureregels omvatten onder meer de noodzakelijke inhoud van de melding van het project en het verdere verloop van de procedure, inclusief termijnen.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder hanteert bij de behandeling van de meldingen, bedoeld in het vorige lid, dezelfde termijnen voor de ontvankelijkheidsverklaring en het opstellen van een kostenraming als in Art. 2.2.30 en volgende (Detailstudie en ontwerp van aansluiting).

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft, voor de inrichting van installaties voor de distributie van elektriciteit, het recht op de terbeschikkingstelling, door de initiatiefnemer van het project, van een deel van de grond of het gebouw van het project. Als voor het betreffende project de aflevering van een omgevingsvergunning vereist is, geeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder, mits tijdige kennisgeving door de initiatiefnemer van het project conform § 2, ten laatste op de datum van de aflevering van die vergunning kennis aan de initiatiefnemer van het project van de nood aan de beschikking over een deel van de grond of het gebouw van het project.

§ 4

De terbeschikkingstelling van een deel van de grond door de initiatiefnemer van een project, aan de distributienetbeheerder, bedoeld in § 3, gebeurt door toekenning van een zakelijk recht. Onverminderd de toepassing van andere regelgeving gebeurt dit in principe tegen een door de distributienetbeheerder bepaalde vergoeding, bepaald in het reglement bedoeld in § 2, tenzij anders overeengekomen.
De terbeschikkingstelling van een deel van een gebouw door de initiatiefnemer van een project, aan de distributienetbeheerder, bedoeld in § 3, gebeurt door toekenning van een zakelijk recht tegen een door de distributienetbeheerder bepaalde vergoeding, bepaald in het reglement bedoeld in § 2.

§ 5

De elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaalt de grootte, de plaats en de technische vereisten van het deel van de grond of het gebouw ter beschikking moet worden gesteld. Die vereisten motiveert hij ten opzichte van de initiatiefnemer van het project. In overleg met de initiatiefnemer van het project kunnen wijzigingen aangebracht worden om beter aan de vereisten van het project te voldoen.

§ 6

Op basis van het finale ontwerp wordt een offerte opgesteld voor de uitbouw van het elektriciteitsdistributienet ten behoeve van het project. Die offerte wordt aan de initiatiefnemer van het betrokken project bezorgd. De offerte is gedetailleerd volgens de mate van detail conform de door de bevoegde regulator goedgekeurde of opgelegde tarieven.

§ 7

Het door de distributienetbeheerder opgestelde reglement, in uitvoering van de bepalingen van deze afdeling, wordt ter goedkeuring overgemaakt aan de VREG, en daarna door de distributienetbeheerder gepubliceerd op zijn website.

Afdeling 4.
Uitbating van distributienetten


Art. 2.1.15. Spanningsnorm

De elektriciteitsdistributienetbeheerder verstrekt de gebruiker een spanning op het aansluitingspunt die minstens voldoet aan de norm NBN EN 50160 “Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten”.

Art. 2.1.16. Kwaliteitsrapport

De elektriciteitsdistributienetbeheerder zendt jaarlijks vóór 1 april een verslag aan de VREG, waarin hij de kwaliteit van zijn dienstverlening in het voorgaande kalenderjaar beschrijft.
Dat verslag wordt opgesteld volgens het rapporteringsmodel, gepubliceerd door de VREG.