Art. 2.1.9.

1

Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder van oordeel is dat de kennisgeving van de gegevens onvolledig, onnauwkeurig of onredelijk is, geeft de elektriciteitsdistributienetgebruiker of de toegangshouder op verzoek van de elektriciteitsdistributienetbeheerder alle verbeteringen of aanvullende gegevens die de elektriciteitsdistributienetbeheerder nuttig acht.

2

Na raadpleging van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of de toegangshouder bepaalt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de redelijke termijn waarbinnen de gegevens, vermeld in 1, aan hem bezorgd moeten worden.