Afdeling 3.
Uitbouw van het elektriciteitsdistributienet m.b.t. verkavelingen, bedrijventerreinen of appartementsgebouwen


Art. 2.1.14.

§ 1

Onder deze afdeling wordt onder “project” begrepen elk stedenbouwkundig initiatief waarbij grond wordt gesplitst in meerdere kavels, meerdere gebouwen tegelijkertijd worden opgericht, een gebouw wordt opgericht met meerdere wooneenheden of bedrijfseenheden, of een gebouw wordt gewijzigd zodat meer dan één wooneenheid of bedrijfseenheid ontstaat. Dergelijke initiatief vereist de creatie van meerdere aansluitingspunten of toegangspunten tot het net.

§ 2

Opdat de elektriciteitsdistributienetbeheerder de netuitbouw, bedoeld in § 1, kan realiseren, moet een project tijdig worden gemeld aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder. De netbeheerder legt de procedureregels hiervoor vast in een reglement. Deze procedureregels omvatten onder meer de noodzakelijke inhoud van de melding van het project en het verdere verloop van de procedure, inclusief termijnen.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder hanteert bij de behandeling van de meldingen, bedoeld in het vorige lid, dezelfde termijnen voor de ontvankelijkheidsverklaring en het opstellen van een kostenraming als in Art. 2.2.30 en volgende (Detailstudie en ontwerp van aansluiting).

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft, voor de inrichting van installaties voor de distributie van elektriciteit, het recht op de terbeschikkingstelling, door de initiatiefnemer van het project, van een deel van de grond of het gebouw van het project. Als voor het betreffende project de aflevering van een omgevingsvergunning vereist is, geeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder, mits tijdige kennisgeving door de initiatiefnemer van het project conform § 2, ten laatste op de datum van de aflevering van die vergunning kennis aan de initiatiefnemer van het project van de nood aan de beschikking over een deel van de grond of het gebouw van het project.

§ 4

De terbeschikkingstelling van een deel van de grond door de initiatiefnemer van een project, aan de distributienetbeheerder, bedoeld in § 3, gebeurt door toekenning van een zakelijk recht. Onverminderd de toepassing van andere regelgeving gebeurt dit in principe tegen een door de distributienetbeheerder bepaalde vergoeding, bepaald in het reglement bedoeld in § 2, tenzij anders overeengekomen.
De terbeschikkingstelling van een deel van een gebouw door de initiatiefnemer van een project, aan de distributienetbeheerder, bedoeld in § 3, gebeurt door toekenning van een zakelijk recht tegen een door de distributienetbeheerder bepaalde vergoeding, bepaald in het reglement bedoeld in § 2.

§ 5

De elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaalt de grootte, de plaats en de technische vereisten van het deel van de grond of het gebouw ter beschikking moet worden gesteld. Die vereisten motiveert hij ten opzichte van de initiatiefnemer van het project. In overleg met de initiatiefnemer van het project kunnen wijzigingen aangebracht worden om beter aan de vereisten van het project te voldoen.

§ 6

Op basis van het finale ontwerp wordt een offerte opgesteld voor de uitbouw van het elektriciteitsdistributienet ten behoeve van het project. Die offerte wordt aan de initiatiefnemer van het betrokken project bezorgd. De offerte is gedetailleerd volgens de mate van detail conform de door de bevoegde regulator goedgekeurde of opgelegde tarieven.

§ 7

Het door de distributienetbeheerder opgestelde reglement, in uitvoering van de bepalingen van deze afdeling, wordt ter goedkeuring overgemaakt aan de VREG, en daarna door de distributienetbeheerder gepubliceerd op zijn website.