Hoofdstuk II.
Aansluiting op het elektriciteitsdistributienet


Afdeling 1.
Aansluitingswijze en -procedure


Onderafdeling 1.
Bevoegde netbeheerder, aansluitingsvermogen en wijze van aansluiten


Art. 2.2.1. Bevoegde netbeheerder

De aansluiting van een installatie in een gebouw of op een perceel wordt uitgevoerd door de elektriciteitsdistributienetbeheerder die is aangesteld voor het grondgebied waarop het gebouw of perceel zich bevindt.

Art. 2.2.2. Aansluitingsvermogen

Voor aansluitingen op het laagspanningsdistributienet is het aansluitingsvermogen gelijk aan het vermogen waarvoor de aansluiting beveiligd wordt door de automaat of de smeltzekering.
Voor aansluitingen op het midden- en hoogspanningsdistributienet wordt het aansluitingsvermogen vastgelegd in het aansluitingscontract.

Art. 2.2.3. Wijze van aansluiten

§ 1

Als het aansluitingsvermogen lager is dan 25 kVA, zal de aansluiting vanaf het laagspanningsnet worden uitgevoerd.

§ 2

Voor aansluitingsvermogens ≥25 kVA en <250 kVA zal de elektriciteitsdistributienetbeheerder op basis van technisch-economische criteria, ofwel aansluiten op het laagspanningsnet, ofwel met een rechtstreekse verbinding op een middenspanning/laagspanning-transformatiepost ofwel op het middenspanningsnet.

§ 3

Als het aansluitingsvermogen ≥250 kVA en <15 MVA is, zal de aansluiting vanaf het midden- of hoogspanningsnet worden uitgevoerd door de beheerder van het elektriciteitsdistributienet.

§ 4

Als het aansluitingsvermogen ≥15 MVA en <25 MVA is kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder, op basis van een eerste technisch-economische analyse, beslissen om de aanvraag eveneens over te maken aan de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit. Beide mogelijkheden worden technisch-economisch onderzocht en de kosten-batenanalyses worden geėvalueerd door beide netbeheerders en de aanvrager. De kosten die de netbeheerder heeft gemaakt van wie de oplossing niet gekozen werd, komen voor rekening van deze netbeheerder.

§ 5

Als het gevraagde aansluitingsvermogen ≥25 MVA wordt de installatie aangesloten op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of het transmissienet.

§ 6

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan, in geval van een nieuwe aansluiting, de aansluiting uitvoeren via een rechtstreekse verbinding van de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker met de secundaire rails van een transformatiepost die het elektriciteitsdistributienet op midden- of hoogspanning voedt als het aansluitingsvermogen, dat bij de aanvraag tot aansluiting vooropgesteld wordt, groter is dan 5 MVA.

§ 7

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan beslissen om voor een wijze van aansluiten te kiezen die afwijkt van de bepalingen in dit Artikel, afhankelijk van de karakteristieken van het lokale elektriciteitsdistributienet of als de installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker schadelijke storingen op het elektriciteitsdistributienet of overdreven spanningsschommelingen zou veroorzaken.

Onderafdeling 2.
De verschillende soorten aansluitingen


Art. 2.2.4.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een eenvoudige aansluiting, een tijdelijke aansluiting en een aansluiting met voorafgaande studie.

Art. 2.2.5. Eenvoudige aansluiting

Er is sprake van een eenvoudige aansluiting als tegelijk aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de afname gebeurt op laagspanning;
het gevraagde aansluitingsvermogen is lager dan 25 kVA of de elektriciteitsdistributienetbeheerder oordeelt dat geen uitbreiding of versterking van het elektriciteitsdistributienet nodig is;
zonder of met injectie kleiner dan of gelijk aan 10 k0VA.

Art. 2.2.6. Tijdelijke aansluiting

Er is sprake van een tijdelijke aansluiting als tegelijk aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de aansluiting zal worden gebruikt voor het voeden van installaties op bouwterreinen of bij manifestaties;
het gebruik van de aansluiting is strikt beperkt in de tijd of de aansluiting wordt na een beperkte periode vervangen door een permanente aansluiting;
het gevraagde aansluitingsvermogen is lager dan 25 kVA.

Art. 2.2.7. Aansluiting met voorafgaande studie

Als een aansluiting geen eenvoudige of tijdelijke aansluiting is, is er sprake van een aansluiting met studie.

Onderafdeling 3.
De aansluitingsprocedure


Sub-onderafdeling 1.
Algemene bepalingen

Art. 2.2.8.

§ 1

Tenzij anders bepaald in Art. 2.2.3 kan elke natuurlijke persoon of rechtspersoon bij de bevoegde elektriciteitsdistributienetbeheerder, bepaald in Art. 2.2.1 een aanvraag tot aansluiting indienen.

§ 2

De aansluitingsaanvraag bevat minstens de volgende gegevens:
de identiteit en contactgegevens van de aanvrager (eventueel de juridische vorm en het ondernemingsnummer);
de rechten van de aanvrager ten aanzien van het gebouw of de installatie waarop de aansluiting betrekking heeft;
het grondplan van de plaats van afname of injectie;
het gewenste aansluitingsvermogen en spanningsniveau, dat bij laagspanning gebaseerd is op de tabel van de mogelijke waarden voor het aansluitingsvermogen gepubliceerd door de elektriciteitsdistributienetbeheerder;
de technische karakteristieken van de installaties die op het elektriciteitsdistributienet moeten worden aangesloten;
de informatie die nodig is voor het toekennen van het gebruiksprofiel.

§ 3

In de aansluitingsaanvraag kan de aanvrager ook aangeven welk toegangsvermogen voor afname en/of injectie hij wenst.

Art. 2.2.9.
De offerte, die wordt opgesteld naar aanleiding van een aanvraag tot aansluiting, moet in die mate van detail worden opgesteld dat de door de bevoegde regulator goedgekeurde of opgelegde tarieven zijn weergegeven. Deze offerte is geldig gedurende een periode van zes maanden. Nadien vervalt de aanvraag tot aansluiting.

Sub-onderafdeling 2.
De aanvraag van een eenvoudige aansluiting

Art. 2.2.10.

§ 1

Een aanvraag voor een eenvoudige aansluiting wordt ingediend bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder volgens de procedure die hij heeft opgesteld en bekendgemaakt.

§ 2

De aanvraag kan schriftelijk per brief, per e-mail of via de website van de elektriciteitsdistributienetbeheerder ingediend worden.

Art. 2.2.11.
Bij de aanvraag voor een nieuwe aansluiting voor een wooneenheid op laagspanning kan de aanvrager eisen dat deze minimaal beschikt over een aansluitingsvermogen van 9,2 kVA.

Art. 2.2.12.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder gaat na of de aanvraag ontvankelijk is, d.w.z. of ze beantwoordt aan de definitie van een eenvoudige aansluiting, en of ze volledig is. Als de aanvraag niet ontvankelijk is, wordt dat binnen vijf werkdagen na ontvangst gemeld en gemotiveerd.

Art. 2.2.13.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder beantwoordt een ontvankelijke aanvraag voor een eenvoudige aansluiting binnen tien werkdagen na ontvangst. Hij stuurt een van de onderstaande documenten aan de aanvrager:
een bindende offerte waarin de voorwaarden voor de aansluiting en het aansluitingsreglement opgenomen worden;
een schriftelijke gemotiveerde weigering van de aanvraag, met de vermelding van de bemiddelings- en beslechtingstaak in geschillen met de netbeheerder conform artikelen 3.1.4/2 en 3.1.4/3 van het Energiedecreet.

Art. 2.2.14.
Als de identificatie van het toegangspunt (EAN), die bij de aansluiting hoort, en van één of meer hieraan gekoppelde allocatiepunten, niet werd meegedeeld in de offerte, deelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder deze desgewenst uiterlijk drie dagen na akkoord met de offerte mee aan de distributienetgebruiker.

Art. 2.2.15.
Als een deel van de aanleg van de aansluiting onder de verantwoordelijkheid van de elektriciteitsdistributienetbeheerder toevertrouwd wordt aan de aanvrager van de nieuwe aansluiting of van de aanpassing van de aansluiting, vermeldt de elektriciteitsdistributienetbeheerder in zijn offerte de werkzaamheden waarvan hij verwacht dat ze worden uitgevoerd, de delen van de aansluiting waarvan hij verwacht dat ze geļnstalleerd worden en de technische eisen waaraan die moeten voldoen tegen de datum die afgesproken wordt om de aansluiting te realiseren.

Sub-onderafdeling 3.
De aanvraag van een tijdelijke aansluiting

Art. 2.2.16.

§ 1

Elke aanvraag voor een tijdelijke aansluiting wordt ingediend bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder volgens de procedure die hij heeft opgesteld en bekendgemaakt.

§ 2

Dergelijke aanvraag kan schriftelijk per brief, e-mail of via de website van de elektriciteitsdistributienetbeheerder worden ingediend.

Art. 2.2.17.
In zijn aanvraag moet de aanvrager een uitvoeringsdatum voorstellen.

Art. 2.2.18.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder gaat na of de aanvraag ontvankelijk is, d.w.z. of ze beantwoordt aan de definitie van tijdelijke aansluiting en ze volledig is. Als de aanvraag niet ontvankelijk is, wordt dat binnen vijf werkdagen na ontvangst gemeld en gemotiveerd.

Art. 2.2.19.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder beantwoordt een ontvankelijke aanvraag voor een tijdelijke aansluiting binnen vijf werkdagen na ontvangst. Hij stuurt daarvoor een van de onderstaande documenten aan de aanvrager:
een bindende offerte waarin ook de voorwaarden voor de aansluiting opgenomen worden;
een schriftelijk gemotiveerde weigering van de aanvraag, met vermelding van de bemiddelings-en beslechtingstaak in geschillen met netbeheerder conform artikelen 3.1.4/2 en 3.1.4/3 van het Energiedecreet.

§ 2

In uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder afwijken van de gestelde termijn.

Art. 2.2.20.
Als de identificatie van het toegangspunt (EAN), die bij de aansluiting hoort, en van één of meer hieraan gekoppelde allocatiepunten, niet werd meegedeeld in de offerte, deelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder deze desgewenst uiterlijk drie dagen na akkoord op de offerte mee aan de distributienetgebruiker.

Art. 2.2.21.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder gaat na of de door de aanvrager voorgestelde uitvoeringsdatum haalbaar is. Als de voorgestelde uitvoeringsdatum niet haalbaar is, voegt de elektriciteitsdistributienetbeheerder een motivatie voor het verwerpen van de voorgestelde datum en een alternatieve uitvoeringsdatum bij zijn antwoord op de aanvraag.

Art. 2.2.22.
Als een deel van de aanleg van de aansluiting onder de verantwoordelijkheid van de elektriciteitsdistributienetbeheerder toevertrouwd wordt aan de aanvrager van de nieuwe aansluiting of aanpassing van de aansluiting, vermeldt de elektriciteitsdistributienetbeheerder in zijn offerte de werkzaamheden waarvan hij verwacht dat ze worden uitgevoerd, de delen van de aansluiting waarvan hij verwacht dat ze geļnstalleerd worden en de technische eisen waaraan die moeten voldoen tegen de datum die afgesproken wordt om de aansluiting te realiseren.

Sub-onderafdeling 4.
De aanvraag van een aansluiting met studie

Art. 2.2.23. algemeen

Elke aanvraag voor een aansluiting met studie, met een aansluitingsvermogen <25 MVA, wordt ingediend bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder.
Daarbij geeft de aanvrager aan of hij een oriėnterende studie of een detailstudie wenst.


Oriėnterende studie - voorontwerp van aansluiting

Art. 2.2.24. doel

Het doel van een oriėnterende studie is het opmaken van een voorontwerp van aansluiting op midden- of hoogspanning.
De gegevens in het voorontwerp van aansluiting binden noch de elektriciteitsdistributienetbeheerder, noch de aanvrager van de oriėnterende studie op enige wijze.

Art. 2.2.25.
Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon kan bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder een aanvraag voor een oriėnterende studie indienen met betrekking tot een nieuwe aansluiting.
Het indienen van een aanvraag voor een oriėnterende studie is facultatief.

Art. 2.2.26.
De aanvraag voor een oriėnterende studie bevat minstens de gegevens, vermeld in Art. 2.2.8 § 2. Ze wordt schriftelijk ingediend volgens de procedure die de elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft opgesteld en openbaar gemaakt.

Art. 2.2.27. Kost oriėnterende studie

De kosten voor het opstellen van een oriėnterende studie zijn voor rekening van de aanvrager.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder publiceert de tarieven voor het opstellen van een oriėnterende studie.

Art. 2.2.28.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan op elk moment bij de aanvrager aanvullende informatie opvragen die noodzakelijk is om het voorontwerp van aansluiting voor te bereiden.

Art. 2.2.29.

§ 1

Binnen een redelijke termijn, en in ieder geval binnen een termijn van vijftien werkdagen na ontvangst van een volledige aanvraag voor een oriėnterende studie, bezorgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder:
ofwel een voorontwerp van aansluiting;
ofwel een schriftelijk gemotiveerde weigering van de aansluiting, met vermelding van de bemiddelings- en beslechtingstaak in geschillen met netbeheerder conform artikelen 3.1.4/2 en 3.1.4/3 van het Energiedecreet.

§ 2

In afwijking van § 1 bedraagt de termijn, vermeld in § 1, maximaal dertig werkdagen als de aanvraag betrekking heeft op een aansluiting op een spanning groter dan of gelijk aan 30 kV en voor aansluitingen van installaties met een vermogen groter dan of gelijk aan 1 MVA.

§ 3

Het voorontwerp bevat ten minste:
een schema voor de beoogde aansluiting;
de technische voorschriften voor de aansluiting;
een indicatieve raming van de kosten;
een indicatieve raming van de termijn die nodig is voor de realisatie van de aansluiting, met inbegrip van de eventuele versterkingen die aan het elektriciteitsdistributienet moeten worden aangebracht ten gevolge van de aansluiting.

§ 4

Bij de behandeling van de aanvraag voor een oriėnterende studie verleent de elektriciteitsdistributienetbeheerder, in de mate van het mogelijke en rekening houdend met de noodzakelijke continuļteit van de voorziening, voorrang aan aanvragen die betrekking hebben op kwalitatieve warmtekrachtkoppelingsinstallaties en productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen gebruiken.

§ 5

De indiening van een aanvraag voor een oriėnterende studie verplicht de beheerder van het elektriciteitsdistributienet er niet toe om een reservering van toegangsvermogen te bepalen of toe te kennen.

§ 6

De termijnen, vermeld in § 1 en § 2, kunnen worden verlengd in onderling overleg.


Detailstudie - ontwerp van aansluiting

Art. 2.2.30. Doel detailstudie

Het doel van een detailstudie is het opmaken van een ontwerp van aansluiting, als onderdeel van een prijsofferte.
De offerte in die mate van detail worden opgesteld dat de door de bevoegde regulator goedgekeurde of opgelegde tarieven zijn weergegeven. Ze is geldig gedurende een periode van zes maanden.
Nadien wordt de procedure van de aansluitingsaanvraag beschouwd als afgesloten.

Art. 2.2.31.
Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon kan bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder een aanvraag voor een aansluiting met studie indienen met betrekking tot een nieuwe aansluiting.

Art. 2.2.32. Samenstelling aanvraagdossier

De aanvraag tot aansluiting bevat minstens de gegevens, vermeld in Art. 2.2.8 § 2. Ze wordt schriftelijk ingediend volgens de procedure die de elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft opgesteld.

Art. 2.2.33. Ontvankelijkheid en volledigheid

Na ontvangst van een aanvraag voor een aansluiting beoordeelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder zo snel mogelijk, en in ieder geval binnen een termijn van tien werkdagen, de ontvankelijkheid ervan. Hij stelt de aanvrager schriftelijk op de hoogte van het resultaat van de beoordeling, en vermeldt de verdere gegevens die de aanvrager eventueel moet verstrekken om het ontwerp van aansluiting voor te bereiden.

Art. 2.2.34. Volgorde dossierbehandeling

§ 1

Bij het onderzoek van de aanvraag voor een aansluiting verleent de elektriciteitsdistributienetbeheerder, in de mate van het mogelijke en rekening houdend met de noodzakelijke continuļteit van de voorziening, voorrang aan aanvragen die betrekking hebben op kwalitatieve warmtekrachtkoppelingsinstallaties en productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen gebruiken.

§ 2

Met behoud van de toepassing van § 1 behandelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de ontvankelijke aanvragen voor een detailstudie en de bijhorende reservering van toegangsvermogen in volgorde van aanvraag.

Art. 2.2.35. Aansluiting met flexibele toegang

§ 1

Afhankelijk van de capaciteit van het elektriciteitsdistributienet wordt het toegangsvermogen toegekend volgens traditionele of, in geval van een productie-eenheid, volgens flexibele voorwaarden zoals beschreven in het aansluitingscontract.

§ 2

Een aansluiting met flexibele toegang onder normale uitbatingsomstandigheden van het net kan toegestaan worden als het gaat om een aansluiting van een productie-installatie, en als deze aansluiting conform de standaard vigerende regels geweigerd zou moeten worden door een gebrek aan capaciteit omwille van congestie. Deze flexibele toegang kan in principe enkel tijdelijk toegepast worden in afwachting van de uitvoering van een geplande netversterking. Deze flexibele toegang kan uitzonderlijk, om technisch-economische redenen en mits akkoord van de VREG, definitief toegepast worden.

Art. 2.2.36. Offerte of weigering

§ 1

Zo snel mogelijk en zeker binnen een termijn van dertig werkdagen na ontvangst van een volledige aanvraag, bezorgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de aanvrager een offerte of een schriftelijk gemotiveerde weigering van de aansluiting met vermelding van de bemiddelings- en beslechtingstaak in geschillen met netbeheerder conform artikelen 3.1.4/2 en 3.1.4/3 van het Energiedecreet.

§ 2

De offerte omvat een ontwerp van aansluiting met de technische oplossingen en regelparameters die overeengekomen moeten worden tussen elektriciteitsdistributienetbeheerder en aanvrager, in overeenstemming met de voorschriften van dit reglement en rekening houdend met de technische kenmerken van het elektriciteitsdistributienet. Dit voorstel omvat eveneens:
de uitvoeringsvoorwaarden en -termijnen voor de realisatie van de aansluiting, inclusief voorstel van startdatum van de werken op het terrein, naargelang het gaat om een nieuwe of een aan te passen aansluiting, met aanduiding van de onderliggende hypothesen en rekening houdend met de termijnen die nodig zijn voor de eventuele aanpassingen die aan het elektriciteitsdistributienet en transmissienet moeten worden aangebracht;
het aansluitingsreglement.

§ 3

In afwijking van § 1 bedraagt de termijn voor aanvragen die betrekking hebben op aansluitingen op een spanning groter dan of gelijk aan 30 kV en voor aansluitingen van installaties met een vermogen groter dan of gelijk aan 1 MVA, veertig werkdagen. Indien een dergelijke aansluitingsaanvraag overleg noodzaakt met een andere netbeheerder, kan de termijn vermeerderd worden tot maximaal vijftig werkdagen.

§ 4

De termijnen, vermeld in § 1 en § 3, kunnen in onderling overleg verlengd worden.
De uitvoering van (werken aan) een aansluiting kan door de elektriciteitsdistributienetbeheerder opgeschort worden als de aanvrager nog financiėle verplichtingen, verbonden aan het gebruik van een bestaande aansluiting op het elektriciteitsdistributienet, heeft t.a.v. de elektriciteitsdistributienetbeheerder, waarvan de uiterste betaaldatum is verlopen. Dit geldt niet in geval op het moment van de (eerste) aanvraag van de betreffende (werken aan een) aansluiting de financiėle verplichting(en) reeds betwist zijn door de aanvrager, en zolang de betwisting niet afgerond is.
Een betwisting, bedoeld in het voorgaande lid, is afgerond als de klacht afgesloten is door de distributienetbeheerder, de bemiddelings- of geschillenbeslechtingsprocedure bij de VREG is afgerond, of alle rechtsmiddelen zijn uitgeput.

Art. 2.2.37.
Het gereserveerde toegangsvermogen voorzien in de offerte blijft geldig gedurende de geldigheidsduur van de offerte zoals bepaald in Art. 2.2.9. Daarna, en mits goedkeuring van de offerte, is het gereserveerde toegangsvermogen geldig voor een periode van twee jaar te rekenen vanaf goedkeuring van de offerte. De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan de reservering slechts eenmaal mits motivering van de aanvrager verlengen. Bij laattijdige realisatie van de aansluiting door de elektriciteitsdistributienetbeheerder wordt de reservering automatisch verlengd. Gereserveerd toegangsvermogen is niet verhandelbaar of overdraagbaar.

Art. 2.2.38. Kosten

De kosten die de elektriciteitsdistributienetbeheerder maakt voor de behandeling van de aansluitingsaanvraag en het opstellen van het ontwerp van aansluiting, zijn voor rekening van de aanvrager.
Als de detailstudie de oriėnterende studie tegenspreekt, moeten de aangerekende kosten voor de oriėnterende studie worden terugbetaald.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder publiceert de tarieven voor het opstellen van een detailstudie.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan in de periode die eindigt zes maanden vóór de geplande startdatum van de werken op het terrein een voorschot van maximaal 30 % van het volledige bedrag van de reėel te betalen aansluitingskosten factureren aan de aanvrager.

Sub-onderafdeling 5.
Termijnen van uitvoering van de aansluiting

Art. 2.2.39.

§ 1

Na goedkeuring van de offerte voor een eenvoudige aansluiting spreken de aanvrager en de elektriciteitsdistributienetbeheerder een uitvoeringsdatum af, waarbij de aanvrager kan eisen dat de uitvoering gebeurt binnen vijftien werkdagen na de betaling. In geval er een onderboring of een netuitbreiding moet uitgevoerd worden of in andere uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder van die termijn afwijken.

§ 2

Na goedkeuring van de offerte voor een tijdelijke aansluiting spreken de aanvrager en de elektriciteitsdistributienetbeheerder een uitvoeringsdatum af, waarbij de aanvrager kan eisen dat de uitvoering gebeurt binnen vijftien werkdagen na de goedkeuring van de offerte. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder van deze termijn afwijken.

§ 3

Na goedkeuring van de offerte voor een aanvraag met detailstudie spreken de aanvrager en de elektriciteitsdistributienetbeheerder een uitvoeringsdatum af, waarbij voor aansluitingen tot 5 MVA de aanvrager kan eisen dat de uitvoering gebeurt binnen achttien weken. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder van deze termijnen afwijken.

§ 4

De termijnen voor de realisatie van de aansluiting kunnen worden verlengd in onderling overleg.

§ 5

De elektriciteitsdistributienetbeheerder respecteert de termijn voor de realisatie van de aansluiting zoals die is afgesproken met de aanvrager. Alleen als de aanvrager in gebreke blijft bij het uitvoeren van de gemaakte afspraken of in uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder van die termijn afwijken.

§ 6

Onverminderd de vorige paragrafen kan de uitvoeringstermijn na goedkeuring van de offerte voor een aansluiting van kwalitatieve warmtekrachtkoppelingsinstallaties en installaties die elektriciteit produceren op basis van hernieuwbare energiebronnen niet meer dan 24 maanden bedragen, behoudens uitzonderlijke omstandigheden en na motivering.

Art. 2.2.40.

§ 1

De noodzakelijke vergunningsaanvragen moeten binnen een termijn die met de planning van de realisatie van de aansluiting overeenstemt, bij de bevoegde overheden ingediend worden.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan niet aansprakelijk gesteld worden voor de gevolgen van een eventueel uitstel of eventuele weigering door de bevoegde overheid om de noodzakelijke vergunningen af te leveren.

Afdeling 2.
Aansluitingsvoorschriften en handhaving ervan


Onderafdeling 1.
Voorschriften voor elke aansluiting en aangesloten installatie van de netgebruiker


Art. 2.2.41.

§ 1

Elke aansluiting, alsook elke installatie van een elektriciteitsdistributienetgebruiker die op het elektriciteitsdistributienet is aangesloten, moet voldoen aan de normen en de reglementering die op elektrische installaties van toepassing zijn, de voorschriften van dit reglement en het aansluitingscontact of -reglement.

§ 2

Een aansluiting of installatie van een elektriciteitsdistributienetgebruiker die bestond op 1 juli 2002 en die niet in overeenstemming is met de voorschriften van dit reglement, kan als dusdanig worden gebruikt zolang ze geen schade of hinder berokkent of zou kunnen berokkenen aan de installaties van de elektriciteitsdistributienetbeheerder of aan de installaties van of de kwaliteit van de geleverde spanning bij een andere elektriciteitsdistributienetgebruiker. Bij de eerste ingrijpende wijziging of uitbreiding van de aansluiting of de installatie moet deze in overeenstemming gebracht worden met de bepalingen van dit reglement.

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele schade bij de elektriciteitsdistributienetgebruiker die veroorzaakt wordt door de slechte werking van diens installaties omdat die niet in overeenstemming zijn met dit reglement.

§ 4

De elektriciteitsdistributienetgebruiker en de eigenaar van het goed in kwestie treffen de nodige voorzorgen om iedere beschadiging aan de aansluiting te voorkomen.

§ 5

Het tracé van de aansluiting, alsmede de opstelling en de karakteristieken van de samenstellende delen worden op zo'n wijze bepaald door de elektriciteitsdistributienetbeheerder dat de algemene veiligheid en de normale werking van de deelelementen van de aansluiting verzekerd zijn en dat de meteropnamen, het toezicht, het nazichten het onderhoud gemakkelijk kunnen worden uitgevoerd.

§ 6

De installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker mogen bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder of bij derden geen risico's, schade of hinder van welke aard ook veroorzaken.

Art. 2.2.42.

§ 1

De doorvoer van de aansluitingskabel door de muur van het gebouw van de elektriciteitsdistributienetgebruiker kan aan de aanvrager of de eigenaar van het gebouw worden toevertrouwd volgens de aanwijzingen van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 2

De kabel moet over de hele lengte van de doorvoeropening mechanisch worden beschermd door een mantelbuis, vervaardigt uit polyvinylchloride, polyethyleen of vezelcement.

§ 3

De doorvoeropening voor de elektriciteitsaansluiting mag niet voor andere leidingen worden gebruikt.

§ 4

De muurdoorvoer wordt door de aanvrager of de eigenaar van het gebouw water- en gasdicht gemaakt. Hij bezorgt aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder het bewijs dat de muurdoorvoer water- en gasdicht werd gemaakt. De elektriciteitsdistributienetgebruiker of de eigenaar van het goed zorgt ervoor dat de muren in kwestie waterdicht blijven.

§ 5

De aansluiting mag pas worden ingewerkt na de toestemming van de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Ze moet doeltreffend beschermd worden. Toezicht moet altijd moge lijk zijn.

Art. 2.2.43. Verbod achterliggende verbinding

Installaties gelegen achter verschillende toegangspunten mogen zonder expliciete toestemming van de elektriciteitsdistributienetbeheerder op geen enkele manier met elkaar verbonden worden.

Onderafdeling 2.
Specifieke voorschriften voor aansluitingen op laagspanning


Art. 2.2.44.

§ 1

In gebouwen waar het gevraagde aansluitingsvermogen 25 kVA overschrijdt, stelt de elektriciteitsdistributienetgebruiker voor de plaatsing van de meetin richting en andere apparatuur die deel uitmaakt van de aansluiting, gratis een (deel van een) ruimte ter beschikking aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Die ruimte voldoet aan de eisen van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 2

In gebouwen waar het gevraagde aansluitingsvermogen 25 kVA niet overschrijdt, stelt de elektriciteitsdistributienetgebruiker gratis een deel van een muur ter beschikking voor de aansluitingskast.

Art. 2.2.45.
De elektriciteitsdistributienetbeheerders leggen gemeenschappelijk de aanvullende technische voorschriften voor aansluitingsinstallaties en installaties van elektriciteitsdistributienetgebruikers op laagspanning vast en maken die bekend via hun website.

Onderafdeling 3.
Specifieke voorschriften voor aansluitingen op midden- of hoogspanning


Art. 2.2.46.
Voor de plaatsing van de meetin richting en andere apparatuur die deel uitmaakt van de aansluiting, stelt de elektriciteitsdistributienetgebruiker gratis een ruimte ter beschikking aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Die ruimte voldoet aan de eisen van de elektriciteitsdistributienetbeheerder. De plaats wordt in onderling overleg bepaald.

Art. 2.2.47.
De inplanting, de bereikbaarheid van de installaties, de bedienbaarheid en de identificatie van de bedieningsapparatuur van de elektriciteitsdistributienetgebruiker moet aanvaard worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder. De werking moet in overeenstemming zijn met de exploitatiewijze van het elektriciteitsdistributienet waarop ze aangesloten worden, zowel met betrekking tot hun technische kenmerken als met betrekking tot de veiligheidsaspecten die aan de exploitatie verbonden zijn.

Art. 2.2.48.

§ 1

De instellingen van de beveiligingen van de elektriciteitsdistributienetgebruiker die in geval van incident zijn installaties afschakelen van de aansluiting, worden in onderling overleg met de elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaald. De selectiviteit van de beveiliging van de netten mag door de keuze van de waarde van de beveiligingsparameters in geen geval in het gedrang gebracht worden.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft het recht om, op basis van een gewijzigde netsituatie, de noodzakelijke aanpassingen op te leggen voor de beveiligingen in de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, zodat de selectiviteit van de beveiligingen in de netten gewaarborgd kan blijven. Alle kosten die verbonden zijn aan eventueel uit te voeren aanpassingen aan de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, komen voor rekening van de betrokken elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Art. 2.2.49.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft het recht om de technische middelen aan te wenden die nodig zijn voor de compensatie van reactieve energie, of, meer in het algemeen, voor de compensatie van ieder verstorend fenomeen, als de belasting van een elektriciteitsdistributienetgebruiker die aan het elektriciteitsdistributienet is aangesloten, aanleiding geeft tot een extra afname van reactieve energie, zoals bepaald in Art. 2.3.16, Art. 2.3.17 en Art. 2.3.18, of als ze de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiėntie van het elektriciteitsdistributienet verstoort.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder motiveert zijn beslissing en deelt die mee aan de betrokken elektriciteitsdistributienetgebruiker.

§ 3

De installatie en de aanwending van de technische middelen, vermeld in § 1, komen voor rekening van de betrokken elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Art. 2.2.50.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerders leggen gemeenschappelijk de aanvullende technische voorschriften voor aansluitingsinstallaties en installaties van elektriciteitsdistributienetgebruikers op midden- en hoogspanning vast, en maken die bekend via hun websites.

§ 2

Voor aansluitingen op hoogspanning bepaalt de elektriciteitsdistributienetbeheerder, na overleg met de elektriciteitsdistributienetgebruiker, de minimale technische vereisten en de regelparameters met betrekking tot de aansluiting, de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker die functioneel deel uitmaken van het distributienet, en de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker die een niet-verwaarloosbare invloed hebben op het elektriciteitsdistributienet, de aansluiting(en) of de installaties van een andere elektriciteitsdistributienetgebruiker, die door de elektriciteitsdistributienetbeheerder nodig worden geacht met het oog op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiėntie van het elektriciteitsdistributienet.
De technische vereisten en de regelparameters kunnen worden herzien op gemotiveerd verzoek van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

Onderafdeling 4.
Specifieke voorschriften voor de aansluiting van elektriciteitsproductie-eenheden en energieopslagsystemen


Art. 2.2.51.
Elektriciteitsproductie-eenheden, aangesloten op het elektriciteitsdistributienet, zijn conform de Europese netcode RfG op basis van drempelcriteria als volgt geklasseerd in de types A, B, C of D:
type A: het maximaal vermogen van de eenheid is ≥ 0,8 kW en < 1 MW;
type B: het maximaal vermogen van de eenheid is ≥ 1 MW en < 25 MW;
type C: het maximaal vermogen van de eenheid is ≥ 25 MW en < 75 MW.
type D: het maximaal vermogen van de eenheid is ≥ 75 MW

Art. 2.2.52.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerders leggen gemeenschappelijk de aanvullende technische voorschriften voor aansluitingen van elektriciteitsproductie-eenheden van types A en B en energieopslagsystemen vast en maken die bekend via hun websites. De Algemene Toepassingseisen worden eveneens in deze aanvullende technische voorschriften opgenomen.
Voor noodgroepen kunnen afwijkingen op deze technische regels gelden.

§ 2

Nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden van types A, B, C of D, alsook bestaande elektriciteitsproductie-eenheden van het type C of D die een substantiėle modernisering ondergaan, moeten voldoen aan de Algemene Toepassingseisen.

§ 3

De elektriciteitsdistributienetbeheerders stellen in samenspraak met de transmissienetbeheerder de definitie, criteria en procedure voor substantiėle modernisering op en leggen deze na publieke consultatie voor aan de VREG ter goedkeuring.

Art. 2.2.53. Meldingsplicht

§ 1

De elektriciteitsdistributienetgebruiker moet de indienstname of significante wijziging van een productie-eenheid of energieopslagsysteem melden aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder. De wijze van melding wordt door de elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaald.

§ 2

In de aanvullende technische voorschriften zoals bepaald in Artikel 2.2.52 § 1 legt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de reden tot noodzaak voor een verplichte voorafgaandelijke detailstudie vast.

Art. 2.2.54. Telecontrole

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan een telecontrole opleggen aan de producent in volgende gevallen:
projecten met een elektriciteitsproductie-eenheid van het type B of C;
projecten met een globaal opgesteld productievermogen groter dan of gelijk aan 1000 kVA;
projecten waarvan uit de detailstudie blijkt dat bij lokale congestie op het elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of daarmee gekoppelde netelement, tijdelijke productiebeperkingen noodzakelijk zijn.
De telecontrole, vermeld in het eerste lid, geeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder de mogelijkheid om, door middel van een centraal besturingssysteem, productiebeperkingen op te leggen op basis van objectieve criteria die contractueel vastgelegd worden, in volgende gevallen:
in uitzonderlijke uitbatingsomstandigheden van het elektriciteitsdistributienet;
als de productie-installatie aangesloten is met flexibele toegang, zoals vermeld in Art. 2.2.35.
In geval dat met de elektriciteitsproductie-eenheid ondersteunende diensten aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder geleverd worden volgens de modaliteiten beschreven in Art. 2.3.22 § 2

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan een telecontrole opleggen voor energieopslagsystemen met een globaal opgesteld vermogen groter dan of gelijk aan 1000 kVA. Deze telecontrole geeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder de mogelijkheid om, in geval van uitzonderlijke uitbatingsomstandigheden van het elektriciteitsdistributienet, door middel van een centraal besturingssysteem, injectiebeperkingen op te leggen op basis van objectieve criteria die contractueel vastgelegd worden.

Onderafdeling 5.
Handhaving van de conformiteit van de aansluiting of de aangesloten installatie(s) van de netgebruiker


Art. 2.2.55.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft het recht om de conformiteit na te gaan van de aansluiting en de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker met de voorschriften van dit reglement en het aansluitingscontract en -reglement.

Art. 2.2.56.

§ 1

Om de conformiteit van de aansluiting en van de installaties van een elektriciteitsdistributienetgebruiker met de bepalingen van dit reglement en het aansluitingscontract te onderzoeken kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder op eigen initiatief of op verzoek van een derde partij testen op de installaties uitvoeren.

§ 2

Na overleg komen de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de betrokken elektriciteitsdistributienetgebruiker de procedure, de planning en de in te zetten middelen overeen.

§ 3

Binnen een maand na de proeven, uitgevoerd door of in opdracht van de elektriciteitsdistributienetbeheerder, bezorgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder een rapport aan de betrokken partij(en), voor zover de gegevens in dat rapport niet vertrouwelijk zijn.

Art. 2.2.57.
Als het onderzoek of de proeven aantonen dat een installatie niet beantwoordt aan de vereisten van dit reglement of het aansluitingscontract, brengt de in gebreke blijvende partij de vereiste veranderingen aan de installatie aan binnen een door de elektriciteitsdistributienetbeheerder vastgelegde termijn. Die partij draagt de kosten voor het onderzoek of de proeven die de inbreuk onthuld hebben, alsook de kosten voor de nieuwe proeven die uitgevoerd worden nadat de veranderingen aan de installatie zijn aangebracht. In het tegenovergestelde geval zijn de proeven op kosten van diegene die ze aangevraagd heeft.

Art. 2.2.58.

§ 1

Elke aansluiting of installatie van een elektriciteitsdistributienetgebruiker die niet in overeenstemming is met de voorschriften van dit reglement en die daardoor schade of hinder berokkent aan de installaties van de elektriciteitsdistributienetbeheerder of bij een of meer andere elektriciteitsdistributienetgebruikers, moet door de elektriciteitsdistributienetgebruiker in overeenstemming gebracht worden binnen een door de elektriciteitsdistributienetbeheerder vastgelegde termijn afhankelijk van de aard en de omvang van de schade of hinder.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan gedurende die termijn niet verantwoordelijk gesteld worden voor eventuele schade die veroorzaakt wordt bij elektriciteitsdistributienetgebruikers doordat installaties van een elektriciteitsdistributienetgebruiker niet in overeenstemming zijn met de voorschriften van dit reglement.

Art. 2.2.59.
De aanpassingen, vermeld in Art. 2.2.58, § 1, komen voor rekening van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of van de eigenaar van het goed in kwestie, volgens hun respectieve verantwoordelijkheden, als bewezen is dat de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of van de eigenaar van het goed aan de basis liggen van de schade of hinder.

Art. 2.2.60.

§ 1

Als de elektriciteitsdistributienetgebruiker de aanpassingen, vermeld in Art. 2.2.57 of Art. 2.2.58, niet binnen de opgelegde termijn heeft uitgevoerd, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder hem per brief in gebreke.

§ 2

Behoudens andersluidend akkoord tussen de betrokken partijen, heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder het recht het toegangspunt buiten dienst te stellen, indien de aanpassingen tien werkdagen na de ingebrekestelling nog niet zijn uitgevoerd. Bij het vaststellen van die termijn geldt de postdatum van de brief als bewijs.

Art. 2.2.61.
Onverminderd de bepalingen van Art. 2.2.58 kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder eisen dat de elektriciteitsdistributienetgebruiker maatregelen treft en die bekostigt om te voorkomen dat ten gevolge van de werking van de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker het toegestane niveau van storingen, vermeld in Art. 2.2.90, wordt overschreden.

Art. 2.2.62.

§ 1

Een elektriciteitsdistributienetgebruiker die zelf proeven wil uitvoeren of laten uitvoeren op de aansluiting of op zijn installaties die een niet-verwaarloosbare invloed hebben op het elektriciteitsdistributienet of op de aansluiting(en) of de installaties van een andere elektriciteitsdistributienetgebruiker, moet vooraf een schriftelijke goedkeuring van de elektriciteitsdistributienetbeheerder krijgen. Elke aanvraag moet gemotiveerd zijn. Ze vermeldt de installatie(s) waarop de proeven betrekking hebben, de aard en de technische gegevens van de proeven, de procedure (onder meer wie de proeven uitvoert) en de planning.

§ 2

Op basis van de gegevens in die aanvraag beslist de elektriciteitsdistributienetbeheerder over de opportuniteit van de aanvraag en geeft hij, in voorkomend geval, zijn goedkeuring aan de gevraagde proeven, de procedure en de planning ervan. Hij waarschuwt de partijen die volgens hem bij de gevraagde proeven betrokken zijn.

Afdeling 3.
Aanleg en beheer van de aansluiting


Onderafdeling 1.
Algemeen


Art. 2.2.63. Verdeling van rechten en plichten m.b.t. een aansluiting

§ 1

Een aansluiting op het elektriciteitsdistributienet bestaat uit verschillende onderdelen, zoals aangegeven in de schema's weergegeven in door de elektriciteitsdistributienetbeheerders gemeenschappelijk vastgelegde technische voorschriften die gepubliceerd worden op hun websites.
De verdeling van eigendomsrechten en exploitatie- en onderhoudsplichten tussen elektriciteitsdistributienetgebruiker en elektriciteitsdistributienetbeheerder worden eenduidig opgegeven in de schema's. Deze schema's zijn van toepassing op nieuwe installaties. Voor bestaande installaties gelden deze schema's enkel bij gebrek aan andersluidende bepalingen.

§ 2

Voor aansluitingen op het hoogspanningsnet kan afgeweken worden van de schema's vermeld in § 1. In dat geval moet de verdeling van eigendomsrechten en exploitatie- en onderhoudsplichten tussen elektriciteitsdistributienetgebruiker en elektriciteitsdistributienetbeheerder in het aansluitingscontract bepaald worden.

Onderafdeling 2.
Gedeelte van aansluiting in eigendom of gebruik van de elektriciteitsdistributienetbeheerder


Art. 2.2.64. Aanleg

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder is als enige gemachtigd het gedeelte van de aansluiting waarvan hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, aan te leggen.

§ 2

Onder de verantwoordelijkheid van de elektriciteitsdistributienetbeheerder kan een deel van de aanleg van de aansluiting toevertrouwd worden aan een derde partij of aan de aanvrager van de nieuwe aansluiting of van de aanpassing van de aansluiting.
Een elektriciteitsdistributienetgebruiker of een aanvrager van een aansluiting op het elektriciteitsdistributienet kan niet door de elektriciteitsdistributienetbeheerder verplicht worden de werkzaamheden op openbaar domein, die nodig zijn voor de realisatie van de aansluiting, zelf uit te voeren.

Art. 2.2.65. Beheer en onderhoud

De elektriciteitsdistributienetbeheerder is belast met het onderhoud en de goede en veilige werking van de delen van de aansluiting waarover hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft. Hij is als enige gemachtigd het gedeelte van de aansluiting waarvan hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft aan te passen, te onderhouden, te herstellen, te vervangen, te verwijderen, buiten dienst te stellen en uit te baten.

Art. 2.2.66. Bijkomende bepalingen inzake gebruik, onderhoud en herstelling van laagspanningsaansluitingen

§ 1

De onderhouds- en herstellingskosten zijn voor rekening van de elektriciteitsdistributienetbeheerder voor zover er geen schade door de elektriciteitsdistributienetgebruiker veroorzaakt werd. De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan de kosten steeds verhalen op de veroorzaker ervan. Onderhouds- of herstellingswerken op initiatief van de netgebruiker zijn voor diens rekening.

§ 2

De automatische schakelaar van de aansluiting die bij de meetinrichting behoort, mag bediend worden door de elektriciteitsdistributienetgebruiker, behalve als de elektriciteitsdistributienetbeheerder een verzegeling of een andere contra-indicatie heeft aangebracht.

Onderafdeling 3.
Gedeelte van aansluiting in eigendom of gebruik van de elektriciteitsdistributienetgebruiker


Art. 2.2.67.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaalt in het aansluitingscontract welke installaties waarvan de elektriciteitsdistributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, functioneel deel uitmaken van het elektriciteitsdistributienet.

§ 2

De installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker die functioneel deel uitmaakt van het elektriciteitsdistributienet (voor doorvoer van energie naar andere elektriciteitsdistributienetgebruikers) wordt kosteloos ter beschikking gesteld van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 3

Tussenkomsten en schakelingen op installaties die functioneel deel uitmaken van het elektriciteitsdistributienet mogen alleen door de elektriciteitsdistributienetbeheerder of een door hem gemandateerde uitgevoerd worden, zelfs als de elektriciteitsdistributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft van deze installaties. Als de tussenkomsten of schakelingen gebeuren op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, of hun oorzaak vinden in de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, komen de kosten van die tussenkomsten en schakelingen voor rekening van de elektriciteitsdistributienetgebruiker.

Art. 2.2.68. Plicht tot aanpassing van de installaties van de netgebruiker

§ 1

Als een installatie waarvan de elektriciteitsdistributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, de veiligheid of de betrouwbaarheid van het elektriciteitsdistributienet in het gedrang brengt, stelt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de elektriciteitsdistributienetgebruiker in gebreke bij aangetekende brief. De ingebrekestelling beschrijft de door de elektriciteitsdistributienetgebruiker te nemen maatregelen, de motivatie hiervoor en de termijn voor uitvoering. Ingeval de elektriciteitsdistributienetgebruiker binnen de termijn die in de ingebrekestelling is vastgelegd, de te nemen maatregelen niet heeft genomen, heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder het recht de nodige maatregelen te nemen op kosten van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of hem de toegang tot het elektriciteitsdistributienet te ontzeggen. De bepalingen van Afdeling 4 van deze code zijn van toepassing.

§ 2

Als de elektriciteitsdistributienetbeheerder van oordeel is dat een aanpassing van de installaties waarvan de elektriciteitsdistributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, noodzakelijk is voor de efficiėntie van het elektriciteitsdistributienet, heeft hij het recht om die aanpassingen op te leggen, na overleg met de elektriciteitsdistributienetgebruikerover de werkzaamheden en hun termijn van uitvoering en op voorwaarde dat de elektriciteitsdistributienetbeheerder de gemaakte kosten vergoedt.

§ 3

De werkzaamheden, met inbegrip van de inspecties, testen of proeven, moeten worden uitgevoerd conform de bepalingen van dit reglement en de contracten en reglementen, vermeld in dit reglement.

Afdeling 4.
Toegankelijkheid van de aansluiting en de installaties


Art. 2.2.69. Toegankelijkheid van de aansluiting

De elektriciteitsdistributienetgebruikeren de elektriciteitsdistributienetbeheerder hebben toegangtot de aansluiting.

Art. 2.2.70. Toegankelijkheid van de installaties van de elektriciteitsdistributienetbeheerder

§ 1

De toegang tot elk roerend of onroerend goed waarvan de elektriciteitsdistributienetbeheerder het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, gebeurt te allen tijde overeenkomstig de toegangsprocedures en veiligheidsvoorschriften van de elektriciteitsdistributienetbeheerder en na zijn uitdrukkelijk akkoord.

§ 2

Met inachtname van (grond)wettelijke bepalingen, heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder toegang tot alle installaties waarvan hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft en die zich bevinden in de inrichting van de elektriciteitsdistributienetgebruiker. De elektriciteitsdistributienetgebruiker zorgt voor een permanente mechanische toegang voor de elektriciteitsdistributienetbeheerder of verschaft hem die onmiddellijk op eenvoudig mondeling verzoek na behoorlijke legitimatie.

§ 3

Als de toegang tot een roerend of onroerend goed van de elektriciteitsdistributienetgebruiker onderworpen is aan specifieke toegangsprocedures en veiligheidsvoorschriften van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, moet hij die vooraf schriftelijk aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder meedelen. Zo niet volgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften.

Art. 2.2.71. Toegankelijkheid van de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker die functioneel deel uitmaken van het elektriciteitsdistributienet

§ 1

Met inachtname van (grond)wettelijke bepalingen heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder toegang tot de installaties die functioneel deel uitmaken van het elektriciteitsdistributienet om er inspecties, testen, proeven of exploitatiehandelingen uit te voeren. De elektriciteitsdistributienetgebruiker zorgt voor een permanente mechanische toegang voor de elektriciteitsdistributienetbeheerder of verschaft hem die onmiddellijk op eenvoudig mondeling verzoek.

§ 2

Voor elke exploitatiehandeling en inspectie, test of proef, als vermeld in § 1, moet de elektriciteitsdistributienetgebruiker de elektriciteitsdistributienetbeheerder schriftelijk op de hoogte brengen van de toepasselijke veiligheidsvoorschriften. Zoniet volgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften.

Art. 2.2.72. Toegankelijkheid van installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker met niet-verwaarloosbare invloed

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaalt in het aansluitingscontract welke installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker een niet-verwaarloosbare invloed hebben op het elektriciteitsdistributienet, de aansluiting(en) of de installaties van een andere elektriciteitsdistributienetgebruiker.

§ 2

Met inachtname van (grond)wettelijke bepalingen heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder toegang tot de installaties, vermeld in § 1, om er inspecties, testen of proeven uit te voeren. De elektriciteitsdistributienetgebruiker zorgt voor een permanente mechanische toegang voor de elektriciteitsdistributienetbeheerder of verschaft hem die onmiddellijk op eenvoudig mondeling verzoek.

Afdeling 5.
Wijzigingen aan de aansluiting, wegname en verzegeling


Onderafdeling 1.
Wijzigingen aan de aansluiting


Art. 2.2.73.

§ 1

Elke aangesloten elektriciteitsdistributienetgebruiker kan bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder een aanvraag tot wijziging, zoals bijvoorbeeld een verzwaring, van zijn aansluiting indienen.

§ 2

De wijziging van een bestaande aansluiting kan ook opgelegd worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder in de gevallen bedoeld in Art. 2.2.90 om de algemene veiligheid, het toezicht op en het gemakkelijk onderhoud van de aansluiting te vrijwaren, alsook de correcte werking van de toestellen van de aansluiting en de gemakkelijke opname van de meters toe te laten. Dergelijke wijziging is op kosten van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of de eigenaar van het betrokken goed.

Art. 2.2.74.
De aanvraag bevat minstens de volgende gegevens:
de identiteit en contactgegevens van de aanvrager (eventueel de juridische vorm en het ondernemingsnummer);
de rechten van de aanvrager ten aanzien van het gebouw of de installatie waarop de aansluiting betrekking heeft;
het grondplan van de plaats van afname of injectie;
het gewenste aansluitingsvermogen, toegangsvermogen en spanningsniveau;
de technische karakteristieken van de installaties die op het elektriciteitsdistributienet moeten worden aangesloten;
de informatie die nodig is voor het toekennen van het gebruiksprofiel.

Art. 2.2.75.
Bij de aanvraag tot wijziging van een aansluiting wordt eveneens een onderscheid gemaakt tussen een eenvoudige aansluiting, een tijdelijke aansluiting en een aansluiting met voorafgaande studie. De procedures voor de aanvraag tot nieuwe aansluiting zoals beschreven in Afdeling 1 van Hoofdstuk II van de Netcode zijn van overeenkomstige toepassing.

Art. 2.2.76.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan, in geval van een bestaande aansluiting, de aansluiting uitvoeren via een rechtstreekse verbinding van de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker met de secundaire rails van een transformatiepost die het elektriciteitsdistributienet op midden- of hoogspanning voedt, als het gemiddelde van de reėle hoogste kwartiervermogens met betrekking tot de voorbije twaalf maanden groter is dan 5 MW.

Art. 2.2.77.
Vóór een toegangspunt naar een gewijzigde installatie in dienst wordt genomen, bezorgt de elektriciteitsdistributienetgebruiker aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder het bewijs dat zijn installaties aan de wettelijke verplichtingen voldoen.

Art. 2.2.78.

§ 1

Voor elke aanpassing van een bestaande aansluiting op het midden-of hoogspanningsnet, van een daarmee verbonden installatie van een elektriciteitsdistributienetgebruiker die een niet-verwaarloosbare invloed heeft op het midden- of hoogspanningsnet of van hun respectieve exploitatiewijze moet met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een aansluitingscontract worden gesloten.

§ 2

Voor aanpassingen aan een bestaande aansluiting op het laagspanningsnet, moet geen aansluitingscontract ondertekend worden. Voor die aanpassingen worden de voorwaarden opgenomen in het aansluitingsreglement van deelektriciteitsdistributienetbeheerder.

Art. 2.2.79.
Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder beslissen dat een wijziging als vermeld Art. 2.2.78 § 1 als minder belangrijk wordt beschouwd. Een dergelijke minder belangrijke aanpassing wordt vermeld in een bijvoegsel bij het aansluitingscontract.

Onderafdeling 2.
Wegname van de aansluiting


Art. 2.2.80. Wegname op initiatief eigenaar

§ 1

Elke aansluiting kan worden weggenomen na aanvraag daartoe door de eigenaar van het goed in kwestie. De netbeheerder kan dit weigeren indien iemand nog gebruik maakt van het goed.

§ 2

Alvorens een gebouw of installatie waarin de aansluiting zich bevindt te slopen, moet de elektriciteitsdistributienetbeheerder de aansluiting voldoende beveiligen of wegnemen.
De eigenaar richt daarvoor een verzoek tot de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Dezelfde aanvraagprocedures en bijbehorende termijnen als vermeld in Afdeling 1 van Hoofdstuk II van de Netcode zijn hiervan toepassing.

§ 3

De kosten voor het wegnemen van een aansluiting, alsook de kosten voor het opnieuw in de oorspronkelijke staat brengen van lokalen, toegangswegen en terreinen, komen voor rekening van de elektriciteitsdistributienetgebruiker of de eigenaar van het goed in kwestie.

§ 4

Dezelfde aanvraagprocedures en bijbehorende termijnen als vermeld in Afdeling 1 van Hoofdstuk II van de Netcode zijn van toepassing voor diensten van de elektriciteitsdistributienetbeheerder met betrekking tot het wegnemen van een aansluiting.

Art. 2.2.81. Wegname op initiatief netbeheerder

De elektriciteitsdistributienetbeheerder heeft het recht om, na overleg met de eigenaar van het goed in kwestie, elke aansluiting die meer dan een jaar niet meer gebruikt werd, weg te nemen of af te koppelen, behalve indien de aansluiting voor noodvoeding dienstig kan zijn.

Onderafdeling 3.
Verzegeling van de aansluiting


Art. 2.2.82.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan de delen van de aansluiting waarover hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, verzegelen.

Afdeling 6.
Wederzijdse rechten en plichten van distributienetbeheerder en -gebruiker


Onderafdeling 1.
Aansluitingscontract en -reglement


Art. 2.2.83.
Met behoud van de toepassing van de bepalingen van dit reglement, worden nadere bepalingen met betrekking tot de wederzijdse rechten en plichten van de elektriciteitsdistributienetbeheerder en -gebruiker geregeld in het aansluitingsreglement of het aansluitingscontract.

Art. 2.2.84.

§ 1

Voor elke nieuwe aansluiting op het midden- of hoogspanningsnet moet met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een aansluitingscontract worden gesloten.

§ 2

Voor aansluitingen op het laagspanningsnet moet geen aansluitingscontract ondertekend worden. Voor die aansluitingen op het laagspanningsnet worden de voorwaarden opgenomen in het aansluitingsreglement van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

Art. 2.2.85.
In afwachting van de opmaak van nieuwe aansluitingscontracten tussen de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de elektriciteitsdistributienetgebruiker, blijven de vroeger gemaakte afspraken tussen de partijen die bij de aansluiting betrokken zijn verder van kracht, voor zover ze niet strijdig zijn met dit reglement.

Art. 2.2.86.
Het aansluitingscontract bevat minstens de volgende elementen:
de identiteit van de partijen;
de aanwijzing van de contactpersonen;
de bepalingen met betrekking tot de looptijd en de stopzetting van het contract;
de beschrijving en de ligging van de aansluiting en de meetinrichting met locatie en spanningsniveau van het toegangspunt of de toegangspunten;
de unieke identificatie van de aansluiting met een of meer toegangspunten door een of meer EAN;
de bepalingen in verband met de toegankelijkheid en het beheer van de aansluitingsinstallaties;
de beschrijving van de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker (inclusief installaties welke functioneel deel uitmaken van het net), inzonderheid de aangesloten productie-eenheden;
de specifieke technische voorwaarden en bepalingen, onder meer het aansluitingsvermogen, de relevante technische karakteristieken van de aansluiting en van de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, de meetinrichting, de uitbating, het onderhoud, de eisen in verband met beveiligingen, de veiligheid enzovoort;
de bepalingen met betrekking tot de wederzijdse aansprakelijkheid en de confidentialiteit;
de bepalingen in verband met de meteropname;
de betalingsmodaliteiten.

Art. 2.2.87.
In geval van overdracht van roerende of onroerende goederen, in gebruik of in eigendom, waarvoor de aansluiting dient, sluit de overnemer onverwijld een nieuw aansluitingscontract af met de elektriciteitsdistributienetbeheerder als de aansluiting niet valt onder het toepassingsgebied van het aansluitingsreglement.

Onderafdeling 2.
Overleg- en informatieplichten netgebruiker


Art. 2.2.88.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetgebruiker of de eigenaar van het goed in kwestie moet de elektriciteitsdistributienetbeheerder onmiddellijk op de hoogte brengen van elke beschadiging, afwijking of niet-conformiteit aan de wettelijke of reglementaire voorschriften die hij redelijkerwijs kan vaststellen.

§ 2

Bij de uitvoering van werkzaamheden door de elektriciteitsdistributienetgebruiker in de nabijheid van de aansluiting, waarbij onderdelen van het elektriciteitsdistributienet, inclusief de aansluiting, beschadigd of beļnvloed kunnen worden, pleegt de elektriciteitsdistributienetgebruiker vooraf overleg met de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

Art. 2.2.89. Wijziging afname- of injectiekenmerken/wijziging met niet-verwaarloosbare invloed op het net

In geval van gewijzigde afname- of injectiekenmerken, of van wijzigingen ten opzichte van de omstandigheden en afspraken die golden op het ogenblik van de uitvoering van de aansluiting, en die toe te schrijven zijn aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker, heeft de elektriciteitsdistributienetgebruiker de plicht om conform het aansluitingsreglement of-contract de elektriciteitsdistributienetbeheerder hiervan te informeren.
Het plaatsen/bijplaatsen of verzwaren van een decentrale productie-eenheid of een energieopslagsysteem met een maximum AC vermogen groter dan 10 kVA, ongeacht het feit of deze netto zal injecteren in het elektriciteitsdistributienet, is een wijziging met niet-verwaarloosbare invloed op het elektriciteitsdistributienet, waarvoor steeds een voorafgaandelijke aanvraag ingediend moet worden bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

Onderafdeling 3.
Spanningskwaliteit en stroomstoringen


Art. 2.2.90. Storingen

§ 1

Het toelaatbare niveau van storingen, teweeggebracht op het elektriciteitsdistributienet door de installaties van de aansluiting en de eigen installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, wordt bepaald door technische voorschriften zoals C10/11, C10/17 en C10/19 die door de netbeheerders zijn opgesteld, door de VREG zijn goedgekeurd, en gepubliceerd worden op de website van de elektriciteitsdistributienetbeheerders. Ook elke wijziging aan deze voorschriften wordt pas van kracht na goedkeuring door de VREG.

§ 2

Behoudens andersluidende bepaling in het aansluitingscontact is de elektriciteitsdistributienetbeheerder bij een storing aan het elektriciteitsdistributienet of de aansluiting binnen twee uur na de melding door de elektriciteitsdistributienetgebruiker ter plaatse om de werkzaamheden aan te vangen die leiden tot het opheffen van de storing.

Art. 2.2.91. Spanningskwaliteit

§ 1

Een klacht over de spanningskwaliteit kan schriftelijk ingediend worden bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder.

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder beantwoordt een klacht met betrekking tot de spanningskwaliteit binnen tien werkdagen na ontvangst van die klacht. Als de oorzaak bekend is, beschrijft de elektriciteitsdistributienetbeheerder in zijn antwoord de aard en duur van het probleem en de acties die hij ertegen onderneemt.

§ 3

Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker informeert de elektriciteitsdistributienetbeheerder de elektriciteitsdistributienetgebruiker over de mogelijkheid en de voorwaarden om een meting uit te voeren.

§ 4

Op verzoek van de elektriciteitsdistributienetgebruiker worden de nodige metingen ter controle van een klacht met betrekking tot de verandering van de geleverde spanning (amplitude) uitgevoerd. De elektriciteitsdistributienetgebruiker spreekt met de elektriciteitsdistributienetbeheerder een datum af waarop die meting moet worden uitgevoerd. De elektriciteitsdistributienetgebruiker kan eisen dat die meting binnen tien werkdagen uitgevoerd wordt. In uitzonderlijke omstandigheden en na motivatie, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder van die termijn afwijken.

§ 5

Een rapport met de resultaten en conclusies van die meting wordt aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker bezorgd binnen vijf werkdagen na de uitvoering van de meting.

§ 6

Als die metingen een afwijking aantonen ten opzichte van de eisen van de norm NBN EN 50160, worden de kosten voor de metingen gedragen door de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Als de metingen geen afwijking aantonen ten opzichte van de norm NBN EN 50160 aantonen, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder hiervoor kosten aanrekenen aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker. Die kosten blijven in elk geval beperkt tot de vergoeding voor de verplaatsing van de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Die kosten worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gepubliceerd.

§ 7

Als de controlemeting niet uitwijst of de klacht terecht is, kan de elektriciteitsdistributienetgebruiker de elektriciteitsdistributienetbeheerder een langdurige registratie (minstens 48 uur) van de spanning opleggen.

§ 8

Als die testen een afwijking aantonen ten opzichte van de eisen van de norm NBN EN 50160, worden de kosten voor de registratie gedragen door de elektriciteitsdistributienetbeheerder. Als de testen geen afwijking ten opzichte van de norm NBN EN 50160 aantonen, worden de kosten voor de registratie gedragen door de elektriciteitsdistributienetgebruiker. De kosten voor de registratie worden door de elektriciteitsdistributienetbeheerder gepubliceerd.

§ 9

Voor de vaststellingen, vermeld in § 7, kan eveneens een beroep gedaan worden op een geaccrediteerd controleorganisme of een derde partij die beide partijen met wederzijdse goedkeuring hebben aangewezen, en onder dezelfde voorwaarden van kostentoewijzing als vermeld in § 8.

Onderafdeling 4.
Implicaties wijziging elektriciteitsdistributienet


Art. 2.2.92. Aanpassing aansluiting n.a.v. wijziging distributienet

Onverminderd Art. 2.2.57 zijn bij wijziging aan het elektriciteitsdistributienet, behoudens anders vermeld in het aansluitingscontract, de kosten voor de vervanging van de aansluiting, die conform is aan het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI), door een standaardaansluiting met hetzelfde aansluitingsvermogen voor rekening van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.
Bij wijziging aan het elektriciteitsdistributienet op laagspanning zijn de kosten voor aanpassingen van zowel de aansluiting als die delen van de installatie van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, die conform zijn aan het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI), voor rekening van de elektriciteitsdistributienetbeheerder.