Art. 2.2.54. Telecontrole

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan een telecontrole opleggen aan de producent in volgende gevallen:
projecten met een elektriciteitsproductie-eenheid van het type B of C;
projecten met een globaal opgesteld productievermogen groter dan of gelijk aan 1000 kVA;
projecten waarvan uit de detailstudie blijkt dat bij lokale congestie op het elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of daarmee gekoppelde netelement, tijdelijke productiebeperkingen noodzakelijk zijn.
De telecontrole, vermeld in het eerste lid, geeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder de mogelijkheid om, door middel van een centraal besturingssysteem, productiebeperkingen op te leggen op basis van objectieve criteria die contractueel vastgelegd worden, in volgende gevallen:
in uitzonderlijke uitbatingsomstandigheden van het elektriciteitsdistributienet;
als de productie-installatie aangesloten is met flexibele toegang, zoals vermeld in Art. 2.2.35.
In geval dat met de elektriciteitsproductie-eenheid ondersteunende diensten aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder geleverd worden volgens de modaliteiten beschreven in Art. 2.3.22 § 2

§ 2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan een telecontrole opleggen voor energieopslagsystemen met een globaal opgesteld vermogen groter dan of gelijk aan 1000 kVA. Deze telecontrole geeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder de mogelijkheid om, in geval van uitzonderlijke uitbatingsomstandigheden van het elektriciteitsdistributienet, door middel van een centraal besturingssysteem, injectiebeperkingen op te leggen op basis van objectieve criteria die contractueel vastgelegd worden.