Art. 2.2.58.

1

Elke aansluiting of installatie van een elektriciteitsdistributienetgebruiker die niet in overeenstemming is met de voorschriften van dit reglement en die daardoor schade of hinder berokkent aan de installaties van de elektriciteitsdistributienetbeheerder of bij een of meer andere elektriciteitsdistributienetgebruikers, moet door de elektriciteitsdistributienetgebruiker in overeenstemming gebracht worden binnen een door de elektriciteitsdistributienetbeheerder vastgelegde termijn afhankelijk van de aard en de omvang van de schade of hinder.

2

De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan gedurende die termijn niet verantwoordelijk gesteld worden voor eventuele schade die veroorzaakt wordt bij elektriciteitsdistributienetgebruikers doordat installaties van een elektriciteitsdistributienetgebruiker niet in overeenstemming zijn met de voorschriften van dit reglement.