Afdeling 4.
Toegankelijkheid van de aansluiting en de installaties


Art. 2.2.69. Toegankelijkheid van de aansluiting

De elektriciteitsdistributienetgebruikeren de elektriciteitsdistributienetbeheerder hebben toegangtot de aansluiting.

Art. 2.2.70. Toegankelijkheid van de installaties van de elektriciteitsdistributienetbeheerder

1

De toegang tot elk roerend of onroerend goed waarvan de elektriciteitsdistributienetbeheerder het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, gebeurt te allen tijde overeenkomstig de toegangsprocedures en veiligheidsvoorschriften van de elektriciteitsdistributienetbeheerder en na zijn uitdrukkelijk akkoord.

2

Met inachtname van (grond)wettelijke bepalingen, heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder toegang tot alle installaties waarvan hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft en die zich bevinden in de inrichting van de elektriciteitsdistributienetgebruiker. De elektriciteitsdistributienetgebruiker zorgt voor een permanente mechanische toegang voor de elektriciteitsdistributienetbeheerder of verschaft hem die onmiddellijk op eenvoudig mondeling verzoek na behoorlijke legitimatie.

3

Als de toegang tot een roerend of onroerend goed van de elektriciteitsdistributienetgebruiker onderworpen is aan specifieke toegangsprocedures en veiligheidsvoorschriften van de elektriciteitsdistributienetgebruiker, moet hij die vooraf schriftelijk aan de elektriciteitsdistributienetbeheerder meedelen. Zo niet volgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften.

Art. 2.2.71. Toegankelijkheid van de installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker die functioneel deel uitmaken van het elektriciteitsdistributienet

1

Met inachtname van (grond)wettelijke bepalingen heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder toegang tot de installaties die functioneel deel uitmaken van het elektriciteitsdistributienet om er inspecties, testen, proeven of exploitatiehandelingen uit te voeren. De elektriciteitsdistributienetgebruiker zorgt voor een permanente mechanische toegang voor de elektriciteitsdistributienetbeheerder of verschaft hem die onmiddellijk op eenvoudig mondeling verzoek.

2

Voor elke exploitatiehandeling en inspectie, test of proef, als vermeld in 1, moet de elektriciteitsdistributienetgebruiker de elektriciteitsdistributienetbeheerder schriftelijk op de hoogte brengen van de toepasselijke veiligheidsvoorschriften. Zoniet volgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften.

Art. 2.2.72. Toegankelijkheid van installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker met niet-verwaarloosbare invloed

1

De elektriciteitsdistributienetbeheerder bepaalt in het aansluitingscontract welke installaties van de elektriciteitsdistributienetgebruiker een niet-verwaarloosbare invloed hebben op het elektriciteitsdistributienet, de aansluiting(en) of de installaties van een andere elektriciteitsdistributienetgebruiker.

2

Met inachtname van (grond)wettelijke bepalingen heeft de elektriciteitsdistributienetbeheerder toegang tot de installaties, vermeld in 1, om er inspecties, testen of proeven uit te voeren. De elektriciteitsdistributienetgebruiker zorgt voor een permanente mechanische toegang voor de elektriciteitsdistributienetbeheerder of verschaft hem die onmiddellijk op eenvoudig mondeling verzoek.